week 49

0
100

Trots kent vele gezichten; niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. In sommige mensen haalt ‘t het slechtste naar boven, maar bij velen werkt dit juist andersom. Moeilijke gesprekken die vastzitten, bloeien vaak op als trots om de hoek komt kijken. Wie laat zich bij tijden niet verleiden zijn trots te uiten? Ook mijn trotse hart maakt een sprongetje, als iemand onderweg vraagt naar de Streekkrant. ‘Hoe gaat dat nou bij zo’n krant?’ is genoeg om mijn trots te kietelen, waarna ik vervolgens leegloop over de gang van zaken. Ik draai de plaat weer af: zo werken wij, met zoveel mensen en dit zijn onze kranten. Sinds september zijn er twee kranten in Groningen toegevoegd aan mijn repertoire, waar ik natuurlijk maar wat trots op ben. In tijden dat de krantenwereld best wel onder vuur ligt en het bij tijden ronduit moeilijk heeft, breidden wij onze ‘familie’ uit met Groot Groningen in twee edities. Onze oplage ging hiermee van een kleine 100.000 kranten in de week naar een kleine 400.000. Vanaf deze dinsdag gaan we ook een Friese hoek bestoken. Met De Streekkrant Fryslân komen er wekelijks weer een dikke 40.000 kranten bij. Trots kan dan ook niet anders dan het onderwerp voor deze column zijn. Een beter toonbeeld voor trots dan de Friezen kan ik niet bedenken. Aan de volharding in hun trots kunnen we allemaal bij tijden een voorbeeld nemen. Ik kan me nog levendig het jubileum van gymnastiekvereniging WSBF herinneren. Een toonbeeld van trots is alleen al het feit dat er een weekend lang vol overgave stil werd gestaan bij dit heuglijke feit. Trots sprak uit de jongedames die vol overgave in hun gympakjes hun kunsten vertoonden, uit de ballonnen in de kleuren van de vereniging en de vaders en moeders die in grote getalen aanwezig waren. En tsja, ook uit de taal. Burgervader Piet Adema wist wel hoe hij de trotse gevoelens moest versterken. “Deze speech kan ik veel beter in het Fries doen”, sprak hij. “Is er iemand die er bezwaar tegen heeft?” Het is vrij lastig om je vak als verslaggever uit te oefenen als je niet kan verstaan wat er gezegd wordt. Maar zie eens die zaal vol trotse gezichten, die trotse leden van een Friese vereniging… Ben je dan dapper als je vraagt of het in het Nederlands kan. Of ken je dan gewoon geen trots?

‘Was men maar op Brabant zo trots als een Fries’, zong Guus Meeuwis. Was iedereen bij tijden maar eens zo trots als een Fries. Het is een heerlijk gevoel, kan ik u vertellen. Voor mij liggen de eerste pagina’s van ons nieuwe familielid namelijk alweer klaar.