De Rechtbank – Adres onbekend

0
169

ADUARD/GRONINGEN – Veel mensen durven amper iets tegen een rechter te zeggen. Voelen zich bepaald niet op hun gemak en klappen – beste begrijpelijk- volledig dicht. Vinden alles goed en gaan overal mee akkoord. Niet echter meneer uit Aduard. Hij vond het eigenlijk wel fijn om eindelijk zijn (nogal uitgebreide) verhaal eens te doen, en deed dat dus ook. Bovendien: het aantal woorden met meer dan drie lettergrepen was niet van de lucht. En dat zonder advocaat. De kwestie? Waar woont meneer eigenlijk? En lichtte hij de sociale dienst nou op of niet?

De zaak van deze meneer is best ingewikkeld. In de kern draait het om uitkeringsfraude. Dat zit zo: meneer zegt in Groningen te wonen en strijkt van die gemeente maandelijks een uitkering op. Volgens de sociale recherche woont hij echter met zijn vriendin in Aduard. Bovendien vergat meneer bijverdiensten op te geven en blijkt hij mede-eigenaar te zijn van het huis in Aduard. En het bezitten van een huis wordt nou eenmaal gezien als vermogen. En dat mocht meneer, hij zou in staat zijn een mol uit de grond te praten, allemaal even uit komen leggen.

Meneer nam geen halve maatregelen en begon na vraag één van de rechter een verhaal dat geen begin, geen middenstuk en geen einde had, maar wél lang duurde. Meneer liet weten dat het onderzoek van de sociale recherche niet deugde, dat hij toch echt nog gewoon in Groningen woonde én dat hij dan wel mede-eigenaar was van het huis, maar er geen eurocent aan meebetaald was. Hij stond slechts in de koopakte.

De sociale recherche neemt in haar onderzoeken bepaald geen halve maatregelen, zo bleek. Zo bleek uit de pingegevens dat meneer toch vooral in de gemeente Zuidhorn pint en dat in zijn woning in Groningen het afgelopen jaar slechts zeven kuub water verbruikt is. En dat is, laten we mild zijn, niet echt heel veel. Het kon echter simpeler, want zowel zijn vriendin en zijn vader verklaarden, net als een buurman, dat hij al jaren en jaren in Aduard woont. Geheim ontrafelt.

De kwestie bijverdienen dan. Daar was meneer helder in. ‘Ik stond zó rood op de bank, dat wil je niet weten. Ik kon bij Ziggo aan het werk en heb de verdiensten inderdaad niet opgegeven.’ Meneer kreeg toen dus en een uitkering en loon van Ziggo. Het kon even niet op. ‘Ik wilde het later opgeven en dat dan weer verrekenen. Ik ben echter ingehaald door de realiteit.’ De sociale dienst wil 29.000 euro terug van meneer. Hij is al aan het afbetalen. Vijftig euro per maand.

Aanvankelijk ging meneer akkoord met een werkstraf, maar die vervulde hij niet helemaal. ‘Ik kreeg zeventig uur opgelegd en wilde dat graag in één keer vervullen. Dus gewoon- hup- elke dag heen en klaar. Dat kon echter niet. Werd ik ingepland op zondagmorgen, heel vroeg. Pfff.’ En dus staat er nu nog 24 uur.

De Officier van Justitie had duidelijk minder woorden nodig om tot de kern van het verhaal te komen. ‘U wordt verweten dat u niet de juiste informatie aan de sociale dienst heeft gegeven. Dáár draait het om, en niet om het feit welke gemeente u nou wel of niet een uitkering overmaakt.’

De rechter achtte de valsheid in geschrifte op alle drie de onderdelen – adres, eigenaar huis en het niet opgeven van verdiensten- wettig en overtuigend bewezen.  Straf: meneer moet binnen één jaar alsnog de 24 uur werkstraf vervullen. Doet hij dat niet, dan moet hij twaalf dagen de cel in. Meneer zelf vond het vooral fijn dat de rechter de tijd voor hem nam.

Nu nog de tijd vinden zijn werkstraf te vervullen.

Vincent Muskee

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here