Burenliefde en burenhaat liggen dichtbij elkaar in Grootegast

0
158
Brand De Klinckert Grootegast

Irakees gezin staat doodsangsten uit

GROOTEGAST – Het is zomervakantie dus de kinderen zijn vrij, het zonnetje schijnt en het zwembadje staat in de tuin; je zou denken dat de familie Kozi-Jalda na jaren van onzekerheid en overleven eindelijk op adem komt. Toch is de sfeer bedrukt in de achtertuin afgelopen dinsdag. De jongens, 5 en 6 jaar oud, spelen timide op het gras, vader ijsbeert onrustig heen en weer en moeder zit lijkbleek met een nat washandje aan de tafel. Ze zijn bang en moe, en hoewel vier buurvrouwen proberen het gezin te ondersteunen lijken ze ten einde raad. Burenliefde en burenhaat; er ligt maar een dun lijntje tussen.

Vader Kozi-Jalda woont bijna twee jaar aan de Noorderlaan in Grootegast, zijn vrouw en twee zoontjes volgden in november van vorig jaar. Ze zijn dus nog maar kort in Nederland, maar de twee kleine jongens spreken de taal al goed en gaan met plezier naar de plaatselijke basisschool. Moeder moet nog wennen, maar kan rekenen op de meer dan hartelijke steun van de buurvrouwen en omarmt de rust. Helaas werd daar het weekend ervoor verandering ingebracht. Van zaterdag op zondag wordt geprobeerd de deur van de familie te forceren. Denkend aan de oorlog waaruit ze net gevlucht is, staat moeders doodsangsten uit. Het gezin verschanst op de bovenverdieping hopend en biddend dat ze met rust worden gelaten. De angst raakt ze de dagen erna niet kwijt. Hoewel de buurvrouwen proberen haar te laten eten en ook de dokter meermalen langs komt, houdt ze geen hap binnen. In de nacht van maandag op dinsdag volgt de genadeklap: de ruit van de slaapkamer van één van de kleine jongens wordt met een groot stuk steen ingegooid. En dan is het duidelijk voor de familie Kozi-Jalda: hier blijven we geen nacht langer.

En dus is de stemming bedrukt die dinsdagmiddag in de achtertuin. Het mooie weer kan geen van de aanwezigen bekoren. “De angst zit er nog in van Irak”, verduidelijkt buurvrouw Anneke Top met een blik op de lijkbleke moeder Kozi-Jalda. “Deze mensen zijn nu gewoon hartstikke bang”, voegt buurvrouw Sjoeke Elzinga toe. “Al eerder waren er problemen met buitenlanders hier in de buurt. Toen waren de intimidaties ook stijgend en het eindigde met brandstichting. Waar stopt het nu?” Bedrukt knikken buurvrouwen Sandra Mulder en Tine Struitsma instemmend.

Voor de vrouwen is het helder waar de bedreigingen vandaan komen. “De discriminatie is hier vrij hoog. Maar er wordt zo gedaan”, zegt Sjoeke met een hand voor haar ogen. Het is ongelooflijk hoe dicht haat en liefde bij elkaar liggen in deze situatie. De buurvrouwen staan zonder na te denken klaar voor het gezin wat alles achter zich moest laten in hun thuisland. De kleine jongens noemen Tine oma en worden door Sandra vaak meegenomen voor leuke uitstapjes. “Dat vind ik belangrijk”, zegt ze. Ook Anneke en Sjoeke staan altijd voor hun buren klaar en helpen ze niet alleen bij huis, maar vinden het ook geen probleem met het gezin mee te gaan naar belangrijke afspraken. Deze vrouwen zijn geen ‘officiële’ vrijwilligers en hebben niks met vluchtelingenwerk. Ze zijn gewoon goed voor hun buren die hun steun zo goed kunnen gebruiken.

Maar blijkbaar zijn er dus mensen die een soort van haat koesteren tegen de ‘nieuwe Nederlanders’ die in hun intrek nemen in de buurt. Dat is tenminste het vermoeden van alle aanwezigen. “Het is aan de orde van de dag en wordt alleen maar erger. Het zijn gewoon racisten, dat kan niet anders. Maar we hebben nu wel iemand die kapot is.” Dat het gezin Kozi-Jalda niet de eerste is die te maken heeft met de bedreigingen in deze buurt blijkt uit het verhaal van de ook aanwezig Johnny Blues Livingstone. Al negentien jaar woont hij in ons land, sinds hij vluchtte uit Zuid-Soedan. In Grootegast vond hij zijn hoognodige rust en geluk niet. Pesterijen, als je het zo mag noemen, begonnen met briefjes in zijn brievenbus. “Kop eraf of zwarte aap, stond erop”, vertelt hij. Ook werd hij bespuugd, zijn schuttingen vernield en de spiegels van zijn auto getrapt. Een verhuizing van de Leeuwerik naar de Klinkert moest uitkomst bieden. “Hier heb ik mijn rust gevonden”, dacht Johnny. “Ik woonde er tussen lieve, oude mensen.” Maar al snel werd hij opnieuw belaagd met brandstichting als triest dieptepunt. “Ik werd wakker gemaakt door de kat en toen stond de voordeur al in brand.” De noodopvang bleek vol, een andere oplossing was niet voor handen en dus woont Johnny alweer een poos tijdelijk op een kamer in Groningen bij een kennis.

Evenals Johnny loopt ook vader Kozi-Jalda inmiddels bij de psychiater. Zijn vrouw zit tijdens het gesprek in de achtertuin ineengedoken en lijkt andere beelden voor haar netvlies te hebben dan haar spelende kinderen. De buurvrouwen maken zich zorgen. “Ik slaap zelf ook niet meer rustig”, vertelt Anneke. “Wat als ze ook ons moeten hebben, omdat wij dit gezin helpen? Bovendien, ik sliep hiernaast en toch heb ik niks meegekregen van alles wat er ’s nachts gebeurde. Dus je ligt nu toch te luisteren.” Sandra probeert ondertussen een lach op het gezicht van de kinderen te toveren. “Wij kunnen hier ook niet meer tegen vechten”, zegt ze moedeloos. “We kunnen toch moeilijk hier de wacht houden. Als ze nou maar de daders konden vinden. Van binnen word ik alleen maar boos. Kijk nou, er zijn hier wel gewoon twee kleine kinderen.”

Wanneer moeders met Johnny in haar eigen taal kan spreken, komen de emoties eruit. Een stortvloed van woorden, waar helaas niemand behalve Johnny en haar man iets mee kan, stort ze uit. “Ze zegt: ik ben gevlucht om mijn kinderen te beschermen”, vat Johnny veelzeggend samen. Sjoeke vraagt zich waar de oplossing kan liggen. “Als je zo structureel gevaar loopt, heeft de overheid daar dan niet een taak in om mensen te beschermen?”

Toch blijft de oplossing de hele week onbestemd. Hoewel zowel politie als gemeente aangeven de zaak op te pakken, is het moeilijk stappen te maken. Er is geen plek in de noodopvang voor het gezin en dus bivakkeren ze bij een kennis op een kamertje in de stad. Of ze terugkeren naar Grootegast is de vraag. Zowel de gemeente als de politie laten weten dat het moeilijk is een oplossing te vinden. “Onze bemoeienis beperkt zich tot de vernieling”, laat de voorlichter politie Noord-Nederland weten. “Zaken met betrekking tot hun verblijf, daar hebben wij niks mee te maken. Dat is geen onwil, maar het is nou eenmaal niet onze rol in deze problematiek.” De gemeente laat weten het gezin niet te laten zwemmen, maar zonder daders ook weinig te kunnen. En ook de buurvrouwen kunnen dit probleem met alle liefde van de wereld niet oplossen.

 

grootegast-noorderlaan-1

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here