Westerzand en haar geschiedenis

0
201
Foto Hotel Balk

SEBALDEBUREN – Op 19 oktober wordt in de Fleremaheerd een boek gepresenteerd over Westerzand en Omstreken. In de vier weken voorafgaand aan de presentatie beschrijft Harke Bosma wekelijks een thema uit het boek. Deze week: Westerzand en haar geschiedenis.

“Het boek ‘Westerzand en Omstreken, onder de klokslag van Sebaldeburen, post Lutjegast’ gaat over de geschiedenis van de bewoners, de boerderijen en de woningen van het Westerzand. Van oorsprong viel de streek onder het kerspel Sebaldeburen. In een oude akte vonden we de uitdrukking ‘onder de klokslag van Sebaldeburen’ om aan te geven waar een bepaalde boerderij stond. Tot niet zo lang geleden was de streek helemaal georiënteerd op Lutjegast. Daar kwam ook de post vandaan. Maar dat is al weer verleden tijd, het tegenwoordige postadres is Sebaldeburen.

Historische veranderingen maken het de amateur-historicus (want dat zijn we) af en toe knap lastig. Neem bijvoorbeeld het feit dat oude vonnissen, koopakten, geboorte- en overlijdensaangiften met de hand zijn geschreven. Zulke handschriften zijn nu verbleekt en vaag. Ook moeilijk te lezen omdat uitdrukkingen worden gebruikt die al lang uit de tijd zijn. Elke schrijver heeft zo zijn eigen handschrift en gebruikt bepaalde manieren om woorden af te korten. Zo werd het voorvoegsel ‘ver’ van een woord als ‘verkocht’ vaak afgekort met een teken dat erg lijkt op een ouderwetse schrijfletter S. Dat moet je maar net weten. De vertaling van handschriften die we heel belangrijk voor het boek vonden, hebben we laten nakijken door een deskundige. Bijvoorbeeld de inventarislijst van de borg Boekstede uit 1710. Die laat mooi zien dat er toen een voorname familie woonde. In latere tijden werden officiële documenten getypt, heel wat makkelijker te volgen.

Een andere lastige kwestie was de spelling van namen. Een mooi voorbeeld betreft Pieter Yntjes Harkema van Buikstede 1. Zijn naam werd ook wel gespeld als Eentje, IJntje, Intje of Ientje. Men nam het niet zo nauw met de spelling. In de kerkboeken had iedere dominee zo zijn eigen spellingsgewoonten. Dat werd beter nadat iedereen vanaf 1811 verplicht werd een vaste achternaam te voeren. Pas eind negentiende eeuw werden vaste, voor heel Nederland geldende spellingsregels ingevoerd.

Maten en munten waren vroeger ook totaal anders. Als het om land ging werden oppervlaktes vaak uitgedrukt in grazen of matten. De eerste maat sloeg op de hoeveelheid gras die je voor een koe nodig had. De tweede maat betrof de oppervlakte die een man in een dag kon maaien. In beide gevallen ging het om ongeveer een halve hectare. Bij landerijen werd vaak onderscheid gemaakt tussen eigenaren en beklemde meiers. De eigenaar bezat de grond, de beklemde meier de opstallen. Die konden los van elkaar worden verkocht. Veel land op het Westerzand was op die manier ooit in bezit van de Menkema’s van Uithuizen. Er is nu nog één huis in het gebied waar een beklemming op rust.

Als munt in veel oude koopakten werd de carolusgulden genoemd. Die was twintig stuivers waard en elke stuiver telde acht plakken. Van 1816 tot 2002 werd de gulden gebruikt. Die was twintig stuivers, tien dubbeltjes of vier kwartjes waard, munten om met enige weemoed aan terug te denken. Ook de bijgaande foto uit 1934, met het echtpaar Beving (van Westerzand 7) bij de voorste wagen, zal vast en zeker zulke gevoelens oproepen. Het origineel is in het bezit van mevrouw Oudman van Westerzand 21.”

Meer informatie over het boek is te vinden op www.westerzand.nl