Maria’s Mooie Mensen – week 14 – 2015

0
81

Dat mijn moeder niet meer werkt, is nog altijd een gemis voor ons bedrijf. ‘Vroeger’, toen in dit geval het dus echt beter was, was zij een rotsvast ijkpunt voor een ieder die aan onze kranten werkte. Je wist zeker: als ik binnenstap, zit zij daar achter die zelfgecreëerde balie, bij tijden mopperend op die ene bezorger die durfde te verzaken, maar altijd in voor een praatje. Koffie en plek was er voor iedereen en zo kon het maar zo gebeuren dat je aan de ‘stamtafel’ een asielzoeker achter een plak suikerbrood trof omdat hij zo’n honger had of dat de straatkrantverkoopster uiteindelijk vertrok met vijftig euro uit de kas, omdat ze zwanger was en toch wel babyspullen moest kopen. Vertrouwd en altijd aanwezig was het geluid van haar lach, het opnemen van de telefoon en het druk en ratelen op het toetsenbord. Want alles deed ze vol overgave, zo ook het typen. Zelf heb ik nooit mét haar gewerkt, want ik ging pas aan de slag toen zij genoodzaakt was een stapje terug te doen. Haar afwezigheid hing lange tijd bijna tastbaar in de ruimte, maar is helaas langzaamaan wat vervaagd. De leegte die zij achterliet opvullen, daartoe zijn wij geen van allen in staat. De gezelligheid en saamhorigheid die ze als vanzelfsprekend met zich meebracht en ook als vanzelfsprekend van iedereen vroeg, zijn niet na te bootsen. Nu de gebroken weken weer voor de deur staan, denk ik regelmatig weer terug aan hoe anders het destijds was. Feestdagen als Pasen betekenen voor de meeste mensen extra vrije tijd, maar vragen van een krantenbedrijf vooral flexibiliteit en inzet. Het begint al twee weken van tevoren als we, net zoals deze week, vaak een extra dikke krant draaien vooraf aan de feestdagen. Pieken waarin onze kranten zomaar dubbel zo dik als anders kunnen uitpakken en dus weken waarin de druk op alle werknemers hoog is. Er ligt vaak zoveel werk dat een krant klaar maken in de vijf lange dagen die we normaal maken, niet meer lukt, en ook minimaal de zaterdag eraan moet geloven. De week erna, als de feestdagen dan echt aanbreken, is er nog maar weinig kans op te laden. Een korte week betekent hetzelfde werk in minder tijd proppen en dus is het aanpoten. Op vrijdag wordt een groot gedeelte van de kranten klaargemaakt, maar nooit alles. En dus rijdt op een Tweede Paasdag ’s middags weer een delegatie het parkeerterrein bij kantoor op. Actueel zijn betekent ook op dit soort dagen aan de slag met elkaar. Vroeger, toen in die tijd dat alles beter was en mijn moeder nog volop aanwezig, waren dit soort middagen altijd beregezellig. Hoewel ik toen nog niet voor de Streekkrant werkte, was ook ik er vaak bij. Mijn moeder zorgde voor schalen met worst en bakken met chips, er was wat anders te drinken en meestal ook wel aanloop in haar kielzog. Partners van diegenen die moesten werken kwamen vaak mee en hoewel er in een paar uren heel vaak werk verzet moest worden en dat op een vrije dag, was er niemand die niet te porren was om zich in te zetten. Zoals gezegd: de voetsporen van mijn moeder zijn maar moeilijk op te vullen. Ook afgelopen zaterdag werd er weer gebikkeld op kantoor. Zelf kom ik sinds ik moeder ben vaak pas later met dochterlief aangewaaid. Naast de gebruikelijke ladingen luiers, tuitbekers en doeken, gooide ik ook een pak gevulde koeken in de tas. Voor de gezelligheid en saamhorigheid zou ik wel even zorgen dat iedereen koffie met een lekkere koek kreeg. Echter de drukte had me al snel in de greep en aan de combinatie van volop werk verzetten en dochter in de gaten houden vroegen al mijn aandacht. Pas thuis zag ik het onaangebroken pak koeken nog in de tas. Hoewel ik best op mijn moeder lijk, heb ik haar gave het gezellig te maken toch niet zo in het bloed. Gelukkig heb ik deze week een herkansing.