V.V. Opende gaat met vertrouwen de derde klasse in

0
735
Opende - Wietse van der Veen hoofdtrainer VV Opende VRIJ

‘We hoeven niet de underdog te zijn komend seizoen’

OPENDE – Kampioen werden ze dit jaar niet, maar toch promoveert V.V. Opende naar de derde klasse. ‘Sinds dit jaar is er in alle vierde klassen een verruiming ingesteld voor de promotie. Niet alleen de kampioen promoveert, maar ook de nummer twee. Wij hadden in totaal zeven punten minder dan FC Leo, maar dat bleek dus genoeg voor promotie.’ Aan het woord is Wietse van der Veen, trainer van het eerste van V.V. Opende.
De trainer, woonachtig in het Friese De Triemen, is sinds twee jaar betrokken bij de Opender voetbalclub. Het is een club waar hij zich thuis voelt, al was het eerst wel even wennen. Eerder was hij jarenlang trainer van de Broekster Boys in het Friese Damwâld. Bij deze eersteklasser was de druk voor de trainer echter erg hoog. Zo hoog, dat Van der Veen besloot te stoppen als trainer van dit elftal. V.V. Opende, waar Van der Veen contacten had via de voetbalschool Veerkr88 waar hij nauw bij betrokken is, trok vervolgens aan de bel. Of hij er ook oren naar had om bij hen trainer te worden? ‘Ik was direct enthousiast, ik had er een heel goed gevoel over. Spijtig genoeg degradeerde Opende toen naar de vierde klasse. Ik heb me toen wel eens achter de oren gekrabd. Wilde ik dit wel? Ik had langere tijd op hoog niveau training gegeven. De start bij V.V. Opende was dan ook wel moeilijk’, vertelt Van der Veen.
Ondanks de moeizame start vond Van der Veen al snel zijn draai bij de club, en vond de club zijn draai met Van der Veen. ‘Het was een hele jonge groep die nog veel moest leren. In het begin ging het dan ook niet flitsend. Halverwege het seizoen kwam Hendrik de Zwart echter weer terug. Deze speler, van de iets oudere generatie, staat garant voor zo’n 15 tot 20 doelpunten per seizoen. Later kwamen er nog een paar oudgedienden terug in het eerste elftal, wat voor een goede balans zorgde. Vanaf dat moment zat alles ons mee. Het geluk lachte ons toe. Waar we in een eerder stadium steeds van die pechmomentjes hadden – bal tegen de lat of de paal -, gingen dit soort ballen er nu wél in. Rond de winterstop hebben we ook heel veel gehad aan een stel A-junioren die ons bij kwamen staan. De mix tussen oud-gedienden, de jonge spelers en de A-junioren is heel goed opgepakt door de groep. Het is wel wat ten koste gegaan van het tweede team en de A-junioren. Daarom is het bestuur momenteel dan momenteel ook flink mee bezig om bredere seniorenteams op te zetten, zodat wanneer iemand uit het tweede team het eerste moet helpen het tweede team niet meteen met de handen in het haar zit’.
Voor het komende seizoen is Van der Veen hoopvol. ‘Ik heb me voorgenomen om flink op tijd te beginnen met de voorbereidingen. We moeten proberen direct veel te scoren, om zo een goede basis te leggen voor de rest van het seizoen. Dat begint bij een goede trainingsarbeid. In de derde klasse zullen we nu op een wat andere manier gaan voetballen, maar ik denk niet dat we een underdog hoeven te zijn. Ik vind dat V.V. Opende wel thuishoort in de derde klasse. Het begin is daarbij van cruciaal belang. Als je in de eerste tien wedstrijden één punt haalt of je haalt er vijftien, dat maakt een behoorlijk verschil in het vertrouwen van de spelers in de competitie’, aldus Van der Veen.
Het eerste team blijft nagenoeg intact ten opzichte van het afgelopen seizoen. Henk Veenstra heeft echter aangegeven zich op het scheidsrechteren te willen richten. ‘Ik heb nog wel de stille hoop dat er wat versterking richting Opende komt. Er zijn al wel wat contacten’, vertelt Van der Veen, die vervolgens niet prijs wil geven om wat voor contacten dat dan gaat.
Al met al kan de vereniging nog wel een flinke tijd vooruit met Van der Veen, die erg te spreken is over de vereniging. ‘V.V. Opende heeft nagenoeg alles voor elkaar. We mogen trots zijn op deze club. Het is een club die voetbal ademt. Het is een ontspannen club, maar men wil wel presteren. Het is echter niet zo dat men niet kan relativeren. Ik denk dat als we een keer verliezen ik er nog het meest mee zit.’