Piet’s Big City week 34’’15

0
400

Of ik tien dagen wil presenteren op Borkum. Samen met Duitse zangers en zangeressen in een splinternieuw etablissement aan de boulevard. Het zijn de jaren zeventig en ik verdien mijn brood als deejay in The Jolly Joker in de stad. De aanbieding uit Borkum valt precies in mijn zomervakantie en ik zeg ja. Gratis kost en inwoning bij de befaamde pensionhoudster Frau Akkerman en daarbij ook nog een ruime vergoeding voor de tien dagen werk. De weersvooruitzichten zijn ook nog eens prima en ik huur daarom bij aankomst op het eiland onmiddellijk een strandkorf voor de hele periode. Kost 15 mark per dag. Nooit een dag spijt van gehad. Altijd mooi weer. Overdag lig ik voor mijn strandkorf in de zon, zwem in zee en zoen met een plaatselijke schoonheid. In de avond draai ik plaatjes en kondig ik Duitse artiesten aan. En niet de de minsten. De eigenaar kiest voor kwaliteit. Elke avond is de tent dan ook stampvol. De mensen komen niet voor mij, maar voor helden als Heino, Rex Gildo, Jürgen Marcus, Conny Froboess, Danny Christian, Roy Black en het vermaarde duo Cindy en Bert. Ik voetbal ’s middags op het strand met Danny en Bert, drink koffie met slagroom met Rex en Jürgen en hoor de Duitsers uit hun dak gaan bij het lied Zwei Kleine Italiener, de super hit van Conny en de immens populaire schlager Rote Rosen van Roy Black. Frau Akkerman kookt als een drie sterrenkok en de braadworsten met zuurkool smaken nergens zo lekker als op het strand van Borkum. Binnen de kortst mogelijke tijd ben ik verliefd op het eiland. In mijn strandkorf vermaak ik me kostelijk. Elke Duitse vrouw heeft op het eiland Borkum twee badpakken bij zich en wanneer de dame in zee heeft gezwommen dienen de badpakken verwisseld te worden. Zoals veel in Duitsland gaat ook dit erg grondig. Het natte badpak moet uit, de droge aan. Manlief heeft hierbij een belangrijke rol. Hij moet er voor zorgen dat niemand ook maar een stukje bloot van zijn eega te zien krijgt. Een complete voorstelling voltrekt zich voor mijn oog. Het is een kostelijk schouwspel dat zelfs de film Alleman van cineast Bert Haanstra naar de achtergrond doet verdwijnen. Voordat het natte badpak voor de strandkorf aan een lijntje hangt te drogen heeft zich al van alles afgespeeld. Vanuit mijn luxe ligstoel ben ik ooggetuige en geniet van de badpakwissel dat ook nog eens gelardeerd gaat met forse verwensingen aan het adres van de goedwillende echtgenoot. Af en toe zie ik het ruziënde echtpaar in de avond terug op de dansvloer in een innige omarming wat lijkt op een parodie tussen de Engelse wals en de foxtrot. Borkum is veel meer dan het treintje dat je brengt van de boot naar het centrum. Het is een eiland met vertier dat het ouderwetse op een perfecte wijze combineert met het moderne. Een heus paradijs.