Maria’s Mooie Mensen week 35 “15

0
110

Aangezien ik ook alweer wat jaren in het Westerkwartier rond loop, gaat mijn kennis van het dialect hier soms zomaar met sprongen vooruit. Hoewel ik in eerste instantie altijd dacht: ‘oh jee, daar kan ik niks mee’, blijkt het Westerkwartiers uiterst vriendelijk voor leken. Het is prima te lezen en als men niet te snel praat, is het ook prima te volgen. Afgelopen week is mijn kennis van het dialect weer wat bijgespijkerd. Op bezoek had ik Jan Geert Vogelzang die al rap het ene dialect na het andere over tafel gooide. Met een Drentse moeder en een Westerkwartierse vader was hij zich al jong bewust van de verschillen tussen dialecten. Kleine nuances van een ‘schutellie’ tot een ‘schuttelke’ maakten dat pa en moe elkaar prima konden verstaan maar toch elk hun eigen taal trouw bleven. Na jaren in Noordwijk te hebben gewoond – het dorp van rust wat door moe zo vervloekt werd aangezien zij met haar buurtwinkel nooit rust had – wist moe dus ook wel wat ze wilde toen het echtpaar een saneringsregeling kreeg aangeboden: terug naar Drenthe. En zo kwam Jan Geert met liefde even bij ons kantoor langs, want Roden was de plek waar zijn moeder vandaan kwam en waar zijn ouders dus ook op hogere leeftijd weer terugkwamen. Een heuse sentimental journey; zo noemde hij de regelmatige tripjes die hij en zijn vrouw maakten naar de plekken van zijn jeugd. En dat was dan ook direct het grote voordeel van wat verder weg wonen, want wie niet meer woont in de buurt van de plek waar hij opgroeide, had wel het genoegen regelmatig eens terug te gaan en eens een dagje lekker rond te neuzen. Zelf wonen en zijn vrouw alweer jaren in Friesland en ook daar was weer een dialect eigen te maken. Waar anderen meestal klagen over de Friezen en hun taaltje, ging Jan Geert vrolijk aan de slag om het onder de knie te krijgen. Een win-win situatie bleek dat, want niet alleen burgerde hij veel makkelijker in in zijn nieuwe woonplaats, maar hij kwam ook nog eens van zijn stotteren af. Genoodzaakt eens goed na te denken over zijn woorden, nam hij zomaar de tijd voor het praten en werd er nimmer gestotterd in het Fries. Overigens ook niet meer in een ander dialect, want deze heer die mij afgelopen week in rap tempo bijpraatte over dit alles, haperde daar geen moment bij. Sterker nog, hij vulde zeker een uur met de mooiste herinneringen uit zijn jeugd en aan de dialecten. Het leverde een mooi verhaal en een gezellige ochtend op. Én een fijn compliment. Want na het dikke uur keek hij eens op zijn horloge, was verbaasd over de tijd die al verstreken was en concludeerde rap: ‘dan moet het wel een fijn gesprek zijn geweest’. En dat was het. En voor mij direct weer een lesje uitbreiding van mijn kennis van het Westerkwartiers. Thuis ligt nu het boek waarvoor hij eigenlijk echt langskwam met daarin ook nog eens een aardige woorden- en gezegdenlijst in het Westerkwartiers. Kan ik gewoon doorgaan met bijspijkeren.