‘Ik verwacht geen tovenarij’

0
170
Fean 58

Yko de Boer, trainer ’t Fean’58

SURHUISTERVEEN – De supporters en technische leiding van ’t Fean ’58 zijn het zo langzamerhand wel gewend:  vechtend tegen het degradatiespook. Maar de Feansters houden nog altijd een imponerend record in stand: voor de negentiende keer in successie tweede klasse. Want, ook vorig seizoen was het weer kantje boord.

’t Fean ’58 staat aan de vooravond van het negentiende seizoen in de tweede klasse. “Ik heb ze niet allemaal bewust meegemaakt hoor”, lacht trainer Yko de Boer. De voormalige speler die op hoog niveau heeft gevoetbald wordt dan serieus. “Het ging vorig seizoen moeizaam. Ik heb vijf nieuwe basisspelers moeten inpassen. Het leek soms nergens naar. En dan hadden we geluk dat er nog een paar zwakkere broeders bij waren. Het was instabiel. Ik hoop dan iets op meer stabiliteit. De jongens zijn rijper geworden, maar ik verwacht er niet zoveel van. Ik denk dat het weer een moeizaam seizoen zal worden. Ik ben blij als we erin blijven. Kijk, ik wil wel kampioen worden, maar dat is niet reëel. De voorbereiding ziet er ten opzichte van vorig jaar een stuk frisser en beter uit.  Het zegt allemaal niks. Pas na tien wedstrijden weten we waar we staan. We moeten zorgen dat we tenminste vier ploegen onder ons houden. De promotie/degradatieregeling is nog niet bekend. Dat komt door de Superklasse. Of het nu vijf of zes clubs worden waartegen we moeten strijden, verwacht geen tovenarij”. Over tovenaars gesproken. Imani Mchwimbwa. Hij is er niet meer bij. “Dat wisten we. Dan lever je wel acht tot tien doelpunten in. Vorig seizoen was hij veel geblesseerd, we hebben niet veel aan hem gehad. De selectie is niet uitgebreid, wel wat breder geworden. Alleen Auke van der Wal van Harkemase Boys is er bijgekomen. Verder: A-junior Erwin Vos en Jelmer Woudstra uit het tweede elftal. Het bevalt me prima bij ’t Fean ’58. Ondanks dat we het heel moeilijk hebben gehad heb ik nooit druk gevoeld. De mensen zien ook wel dat het niet beter kan. De laatste drie jaar is het gewoon hangen en wurgen. Ik leg mezelf de druk wel op. Ik wil niet degraderen. In de nacompetitie hebben we het wel heel goed gedaan. Het zag er degelijk uit, gaven weinig weg, daardoor hebben we ons gehandhaafd. Ik hoop die lijn door te trekken. Vorig jaar hebben we een paar keer flink op onze donder gekregen. Een deel van de groep is mentaal niet sterk genoeg. De ondergrens moet omhoog. Voorbeeld: we waren beter dan VVI, speelden ze van de mat, maar verloren wel met 1-0”. Over de komende competitie: Broekster Boys is titelkandidaat. Verder verwacht ik veel van CVVO en VEV’67. Onderin zal het een stoelendans worden.”