“Men breekt maar af; dit heb ik weer opgebouwd”

0
241
Pieterzijl 't Lokaal Eddie Kingma en Siedse Mook

Geschiedenis van ’t Lokaal krijgt een vervolg

PIETERZIJL – Een klein oud gebouwtje, al jaren verwaarloosd, is nieuw leven ingeblazen. Het kostte maar liefst tien jaar om ’t Lokaal in Pieterzijl weer in de oude staat te brengen, maar die tien jaar zijn eigenlijk niks vergeleken met de jaren aan herinneringen die in het gebouw liggen. Inmiddels is het zo goed als af en kan er weer aan de geschiedenis van het pand doorgebouwd worden. Waar in veel dorpen steeds meer historie verdwijnt, heeft Pieterzijl met dank aan dorpsbewoner Eddie Kingma weer een stukje terug.

Aan de keukentafel bij de Kingma’s, wonend naast het dorpshuis, is ook dorpsbewoner Siedse Mook aangeschoven. De heren spreken vol trots over hun dorp, volgens beiden een zeer actief dorp met nog altijd ongeveer veertien actieve verenigingen. In de voortuin van Kingma prijkt deze spelweek het levende bewijs: een zelfgebouwde skischans met Olympische sporter erop. Ernaast een terecht bordje met de eerste prijs. Wat die prijs inhoudt, weet hij niet eens precies, maar dat boeit ook niet. “Je moet gewoon met zijn allen meedoen.”

Wat voor het dorp over hebben en samen streven naar het behoud van saamhorigheid en werken aan de leefbaarheid; het is iets wat Kingma klaarblijkelijk hoog in het vaandel heeft. Maar de tien jaren die hij aan werk in ’t Lokaal stopte, waren zeker niet alleen voor het dorp; hij beleefde er ook veel plezier aan. “Iedereen verklaarde me voor gek”, vertelt hij, “want het was echt een bouwval. Maar ik wilde nog wat nostalgie bewaren. Alles gaat maar weg in de dorpen, men breekt alles maar af.”

“Het was wel heel jammer geweest als ’t Lokaal afgebroken was”, vindt ook Mook. Het was zijn opa die in 1894 het gebouw neerzette. Wie goed kijkt, kan in de gevelstenen naast de deur nog altijd de initialen J.M. ontdekken. Het pand was in eerste instantie bedoeld als verenigingsgebouw, maar aangezien alle verenigingen verbonden waren aan de kerk werd het in principe veel kerkelijk gebruikt. “Maar je kon er ook goed een feestje houden, hoor”, weet Mook zich nog goed te herinneren. Veel dorpsbewoners herinneren zich nog goed de diensten die op zondag in ’t Lokaal gehouden werden als het slecht weer was. Het dorp kerkte namelijk in Burum, een lange wandeling die men bij slecht weer liever niet maakte. “En dan kwam iemand uit het dorp langs de huizen en riep: ’t is lezen vandaag. Dan gingen we naar ’t Lokaal in plaats van naar Burum en was er één van de ouderlingen die bij wijze van dienst voorlas.” Mook was in de jaren dat ’t Lokaal nog volop in gebruik was een echte ‘kwajongen’. Zijn verhalen over hoe de jongens zaken als catechisatie verstierden zijn nog altijd vermakelijk. Hij weet nog precies hoe ze de dominee fopten door de kruk uit de deur te halen en zich te verschansen achter het gordijn bij het podium. Of hoe ze de zekeringen uit de meterkast draaiden en de dienst in het donker moest aanvangen. “Je kunt wel raden”, lacht hij, “dat er die dag geen catechisatie plaats vond.”

Het was destijds een gebouw zonder enkele voorzieningen. Mook weet nog goed dat de dorpsbewoners zelfs een eigen kopje mee moesten nemen als er wat te doen was. Uiteindelijk werd er wel een toilet aangebouwd, maar deze was al zo verouderd dat Kingma deze heeft gesloopt. Hij moest het pand echt stukje bij beetje weer opbouwen. Nadat ’t Lokaal in de jaren zestig overbodig werd toen het dorp een echte eigen kerk kreeg, raakte het gebouw in de vergetelheid. Het kwam in bezit van een boer die er schapen en tractors stalde. Toen Kingma het uiteindelijk overnam, was het al jaren niet meer gebruikt. “Ik ben eerst maar begonnen te slopen”, vertelt hij over die eerste tijd. “Er kwam 1500 kilo asbest uit en 28 kuub hout.” Het was geen gemakkelijke taak ’t Lokaal in zijn oude glorie te herstellen. “Er waren geen bouwtekeningen en er kwam wel eens zo af en toe een oude foto boven water, maar meer was er niet. Ik maakte zoveel mogelijk foto’s van wat ik sloopte en nam toen de maten op. Stukje voor stukje bouwde ik weer op.” Overigens: 99% van het werk deed hij alleen en de uitdaging ’t Lokaal weer zoveel mogelijk in de oude staat terug te brengen, is goed gehaald. “Wat ik zie dat maak ik. Als ik het op een bepaalde manier in mijn hoofd heb, dan wil ik ook dat het er precies zo uit komt te zien. Zelfs de oude kleuren zijn zoveel mogelijk benaderd.” Het was absoluut een lang en bij tijden moeizaam proces. “Tijdens een grote storm, waaide er een hele muur uit”, herinnert Kingma zich nog goed. “En dat moet je maar zien waar je die stenen weer weghaalt. Gelukkig is dat gelukt en heb ik het zelfs weer helemaal opgemetseld, laagje voor laagje.” Het stucwerk werd net als vroeger met de bezem aangebracht. “Mijn broer, van bouwbedrijf Kingma, heeft er drie dagen over gedaan.” Aan die op de oude wijze gestuukte muren prijkt een beschermheer. Monnik Pieter, die geacht wordt het dorp te hebben gesticht, hangt er met achter zich de symboliek van het dorp verbeeld: een sluis en de Groningse en Friese vlag.

Inmiddels staat er weer een gebouw wat de moeite waard is. Kingma had zichzelf de streefdatum van 4 mei opgelegd om het gebouw weer in gebruik te nemen. Een bewuste datum waarop de vier Pieterzijlse jongens die omkwamen in de oorlog herdacht werden. Kingma werkte ook nog eens mee aan een speciaal monument om dit viertal te herdenken. Ook in het Duitse Neuengamme, het kamp waar deze jongens uiteindelijk omkwamen, zal een monument komen ter nagedachtenis aan hen. Dit boek, gemaakt van staal, wat symboliseert dat het verhaal van de jongens aldaar eindigde, komt ook van de hand van Kingma.

Het is kenmerkend voor zijn tomeloze inzet. Een volgend doel is dan ook alweer in zicht. “Bovenaan mijn lijst staat een jachthaven in het dorp”, vertelt Kingma. “Weet je, de school zijn we hier kwijt, de kerk is weg en er zijn bijna geen winkels meer. De saamhorigheid is gelukkig nog hoog, maar er moet toch wel weer wat nieuws komen; iets waar je samen naar toe leeft, om die saamhorigheid ook hoog te blijven houden.” Opnieuw is het een project van de lange adem. “Het kost enorm veel geld om een dergelijke jachthaven aan te leggen. Het is zomaar een gat in de grond; het gaat om een kade, er moet elektriciteit zijn, beplanting. Ach, Burum is er ook achttien jaar mee bezig geweest. Het plan is er, ik heb zelfs al een maquette gemaakt, maar er is nu geen geld voor. Bovendien hebben niet alle bewoners er oren naar. Dus we moeten er langzaam uit zien te komen.”

Eerst is er nog de afronding van ’t Lokaal. Met nog een toilet en een heel klein keukentje is het eindresultaat precies zoals Kingma het wil. Het gebouw bewees haar dienst al even tijdens de spelweek. Dorpsbewoner Geert Zijlstra opende de week aldaar geheel vermomd als monnik Pieter. De kinderen hingen aan zijn lippen terwijl hij vertelde hoe hij het dorp stichtte. Op zondag werd de spelweek ook nog eens afgesloten in ’t Lokaal met een heuse kerkdienst. De cirkel is in elk geval weer rond. Nu is het nog zoeken naar de juiste invulling voor het gebouw. “Officieel zit er nog een agrarische bestemming op, dus ik ga eerst eens proberen een vergunning te krijgen. Maar ik wil ook niet aan horeca beginnen, want ik wil absoluut geen concurrentie van het dorpshuis worden. Dus het wordt een plek om iets speciaals te kunnen doen, misschien eens een expositie of een familiefeest. In de buurt is nergens een wc, dus het is misschien ook een mooie plek waar toeristen terecht kunnen. Het is in elk geval iets heel speciaals.”