Met de kont op de dijk en de voeten in het slik

0
1270
pieterburen oorsprong 13

Oorsprong zet aan het denken

pieterburen oorsprong 17PIETERBUREN – Na Ameland, Terschelling en Texel te hebben aangedaan, streken de pieterburen oorsprong 11pieterburen oorsprong 8theatermakers van BUOG vrijdag neer in Pieterburen. BUOG? Dat zijn Bedenkers en Uitvoerders van Ongewone gebeurtenissen. Zij maakten een voorstelling aan het Wad, vanwege de verjaardag – 50 jaar- van de Waddenvereniging. Publiek zat letterlijk met de kont op de dijk en de voeten in het slik. Na de laagwatervoorstelling werden bezoekers – op de boerenkar- meegenomen naar het dorp. Daar nam de plaatselijke bevolking ze mee op reis. Wat bleef hangen waren vooral vragen. Wat bleef was de discussie over krimp. Over weggaan. Over blijven. Oorsprong zette aan het denken. Moet Pieterburen – en omgeving- blijven zoals het is? Raken de plaatselijke bewoners hun dorp kwijt en welke (kwalijke?) rol speelt het Randstedelijk intellect? De hamvraag die ook gesteld kon worden: wat is nou eigenlijk cultuur?

Cultuur is volgens het boekje – en dat geloven we allemaal, het staat immers niet voor niets in een boekje- bijvoorbeeld een voorstelling van BUOG. Aan het Wad. Publiek kreeg op de dijk een kratje en een koptelefoon. Onderweg richting Wad klonk klassieke muziek. Uit het slik doemden een man een vrouw op. Ze maakten zich los van de Oorsprong. Ze raakten in gevecht met het slik. Ze werden tegengehouden door het slik. Een half uur lang dansten en bewogen een man en vrouw in de modder. Met vallen en opstaan. Te lang. Cultuur moet je vaak begrijpen. De dansende mensen beeldden iets uit. Wat? Dat is aan iedereen om zelf te bepalen, en dat is – volgens cultuurbarbaren- ook het gemakkelijke aan theater. Iedereen kan er z’n eigen draai aan geven. De boodschap hoeft niet duidelijk te zijn. Theatermakers hoeven niets uit te leggen. Laten alles aan de verbeelding over. Wat dat betreft zijn het net voorspellers van het weer. Alles onder voorbehoud. Het zou altijd anders (uitgelegd) kunnen worden. ‘Theater volgens het boekje’ is dus voelen. Proeven. Er een eigen interpretatie aan kunnen en willen geven. Twee dansende en vallende mensen in het slik. Dat is cultuur.
De cultuur van Pieterburen (en omgeving) is heel anders. Dat is Arie Molenhuis. Arie als cultuurbewaarder. Dat is een cultuurtje van doortastend optreden en aanpakken. Recht op het doel afgaan. Een cultuur van gewoon zeggen wat je denkt. Geen blad voor de mond nemen. Die uitgesproken cultuur botste wat met de culturele voorstelling op het Wad. Zeker weten dat de mensen uit Pieterburen liever Arnold Veeman horen. Of nog een keer die oude grammofoonplaat van Ede Staal uit het stof halen, want dat is voor die mensen cultuur. Of ze gaan naar een toneelstuk. Met begin, tussenstuk en einde én met een clou. Een heldere boodschap of afloop. Misschien wat gemakkelijker interpreteerbaar. Duidelijker. Mensen in Pieterburen houden van duidelijkheid. Ze willen gewoon weten waar ze aan toe zijn. Onomwonden.

Arie Molenhuis dus. Natuurlijk was hij vrijdag toch wel een beetje de man waar alles om draaide. In het programmaboekje stond dat Arie verantwoordelijk was voor de productie en techniek. In de harde werkelijkheid was Arie de spil waar echt alles om draaide. Als iemand het even niet meer wist, dan werd Arie gevraagd. Arie was vrijdag letterlijk het manusje van alles. En heel erg vond hij dat niet. De cultuur van Arie is ogenschijnlijk een stuk eenvoudiger dan die van BUOG. Arie eet, pal voor de première, twee frikandellen. Die had hij net uit de auto gehaald en waren al enige tijd koud. ´Je moet toch wat eten´, zegt Arie, als hij opnieuw aangeklampt wordt door iemand die met een prangende vraag zit. De rol van Arie was gemakkelijk. Schrijfster/regisseuse Esther van Til had een verhaal. Een plaatje in haar hoofd. En Arie moest dat plaatje maar even invullen. Dus wilde Esther boerenkarren, dan regelde Arie dat. Dat regelen, dat kun je wel aan Arie overlaten. Dat gaat gewoon op z’n Hogelands: recht op het doel af. ‘En dus stond ik bij elke boer in Pieterburen en de regio op de stoep. Gewoon langsgaan. Dat werkt vaak het best. Half het dorp speelt wel een rol in de totstandkoming van deze productie’, zegt Arie, die zich gaandeweg het project soms in allerlei bochten moest wringen om iedereen tevreden en aan boord te houden. Want, zo merkte Arie ook, samenwerken met schrijvers, regisseurs en theatermakers is niet eenvoudig. ‘Had ik net iets geregeld met een bewonder en had ik ze blij gemaakt dat hun huisje een rol zou spelen in het geheel, besliste ‘men’ dat dit toch niet zou gaan gebeuren. Omwille van de tijd en vanwege de logistiek. Kon ik weer naar die mensen om die boodschap te brengen, terwijl ik wel iets van die mensen moest. Soms echt heel lastig’, zucht Arie, die ondertussen, stilzitten is niet z’n hobby, werkt aan een jubileumshow van Burdy, vroeger melkboer en thans geliefd taxichauffeur.

Hoewel Arie het nooit toe zou geven, is hij, net als Esther van Til haar uiterlijk vrijdagmiddag omschrijft als ‘verlept’, kort voor de première best wat nerveus. Straks zal namelijk blijken of alles in orde is. Of hij alles inderdaad zo goed geregeld heeft. De twee frikandellen helpen wellicht. Net als de zoveelste sigaret. Arie’s twijfels waren niet zo heel gek trouwens. De generale repetitie bijvoorbeeld, liep voor geen meter. Te donker. Te nat. Arie werd drie keer nat en moest vier keer onder de douche. Het was en bleef die donderdagavond ene complete chaos. In de praktijk loopt voor het publiek vrijdag alles op rolletjes. De tocht van het dorpshuis naar het Wad is een belevenis op zich en gaat via ‘ Het Pad naar het Wad’. Vanwege het jubileum van de Waddenvereniging is een kunstzinnige herinnering gemaakt. Het pad dus. Beeldend kunstenaar Maria Madelon van Velthoven nam de leiding en versierde het pad met 25 kunstwerken, gemaakt door deelnemers van de voorstelling. En dus had ook Arie een kunstwerk gemakt. Onder dat kunstwerk zette hij de tekst: ‘ Het Wad herbergt wat je wilt zien’.
Wat je wilt zien dus. Zo keken de mensen naar het eerste gedeelte in het slik. De één lachend. Een ander fronsend, terwijl nog een ander meer oog had voor een schaap dat half op de rug lag en niet te redden leek. Na het stuk van BUOG wachtte een mooie ronde door et dorp. Met zang van Arnold Veeman bijvoorbeeld. Het is en blijft een raadsel waarom hij maar niet echt door wilt breken. Het wonderlijke en unieke aan Arnold is dat hij live precies zo klinkt als op een cd. Het is Ede Staal in het kwadraat. 2.0 en meer. Misschien speelt het dialect hem toch parten. Moet hij zich meer toe gaan leggen op de Nederlandse taal. Voor de regio is het een zegen om Veeman aan boord te hebben, voor de rest van Nederland een gemis. Publiek zag toneelstukjes. Over vader en moeder, kinderen en een oom. Een optreden van een samengesteld koor op het aardappelveld. Een scene in een paardenstal, de zeehondencrèche en de burgemeester die uitgejoeld wordt. Onderwerpen? Krimp. Vertrekken. Behouden of afstoten? Grenzen trekken.
Wat bleef waren vragen. Zoveel mensen, zoveel interpretaties en beelden. Zoveel visies. Bert Visscher was er ook, vooral om Esther van Til, met wie hij vaak samenwerkt. Arie slaakte na afloop een zucht van verlichting. Van opluchting. Had ie toch maar mooi even weer geflikt allemaal, met hulp van al die welwillende mensen. Al was – en dat is algemeen bekend- niet iedereen in Pieterburen even enthousiast en bleek de eensgezindheid in het dorp weer eens ver te zoeken. Op één vraag kon na afloop wél een duidelijk antwoord gegeven worden. Over het lot van het schaap. Want – hoe wonderlijk- meteen na afloop van de voorstelling van BUOG stond het schaap op. Ging waggelend de dijk op. Met z’n soortgenoten naar het gras. Uit een schijnbare dood herrezen. En dus niet terug naar zijn oorsprong.