Minikul week 37’’ 15

0
86

Het zal zeker een kwart eeuw geleden zijn, dat ik met de trein heb gereisd. Tóch blijft dit voertuig mij fascineren. En dan vooral in mijn (kennelijk kinderlijke) fantasieën het reizen in een slaaptrein. Dat hebben we een paar keer gedaan: Met de autoslaaptrein naar Zuid-Frankrijk. Makkelijk en als je met zijn tweeën een ‘eigen’ coupé met bedden reserveert, ook comfortabel. Maar duur. We vertrokken ’s middags om een uur of vier vanuit Den Bosch en kwamen dan ’s ochtends om acht uur in Zuid Frankrijk aan. Spannend? Je reist een groot deel ’s nachts en het kaboen kaboen begint je op den duur stierlijk te vervelen. En zo lekker liggen die bedden nu ook weer niet. We hebben ook een keer een zogeheten couchette voor zes personen – dus zonder bedden – geboekt, maar nog vóór dat de trein vertrok zat onze coupé al propvol passagiers met hun – en onze – omvangrijke bagage. Dat leek ons niks. Een passerende conducteur heb ik toen aangeschoten met een briefje van vijfentwintig gulden duidelijk zichtbaar in de hand met de vraag of er niet een ‘lege’ coupé vrij was. Dat had ie, de vijfentwintig piek dankbaar incasserend. Ach ja, zo komt Jan Splinter door de winter….

Wél, zeker achteraf gezien, spannend was de treinreis die ons gezinnetje – mijn vrouw, dochtertje, zoontje en ikzelf – een halve eeuw geleden naar toenmalig Joegoslavië, wat nu Kroatië heet, maakte. Vanaf Amsterdam reisden we in een gereserveerde vierpersoons coupé naar München, om daar in een boemeltrein naar Joegoslavië over te stappen. Vlak voor het slapen gaan kwam een conducteur onze coupé binnen met de vraag, of we wat flessen schnapps, dat in Joegoslavië toen kennelijk schaars was en waar hoge invoerrechten op waren, onder onze matrassen wilden verstoppen. Hij zou ze, als we de grens over waren, weer komen ophalen. Dat wilden we wel, onnozel als we (toen) waren. Waarna hij vlak voor de grens met maar liefst 24 flessen schnapps aan kwam om die onder de matrassen van onze vier bedden te verstoppen. Heel dom van ons natuurlijk, want je werd toen aan de grens van Joegoslavië grondig door de douane gecontroleerd. Bij de grens stommelde de douane met zijn vieren ook onze coupé binnen, waar we ‘verschrikt’ slaperig opkeken van zoveel geweld. Ze maakten aanstalten de coupé grondig te onderzoeken, maar toen ze het engelachtige gezichtje van ons slapende zoontje in het licht van hun zaklantaarns zagen, hielden ze meteen op en fluisterden ze ‘Gute Nacht’.

Ach ja, we waren toen jong. En onnadenkend. Nu nog, maar anders.

Henk Hendriks