Glazen Bol 17”16

0
150

Waarzeggers, glazenbolkijkers, ik heb er niets mee. Ik denk dat ik daarvoor te nuchter en te wantrouwend ben. Toch heeft ook deze krant heeft een – veelgelezen, blijkt uit reacties – horoscooprubriek die door een erkend en gerenommeerd helderziende wordt samengesteld aan de hand van de stand van de sterren. En warempel, als ik de voorspellingen die onder mijn sterrenbeeld vallen lees, denk ik toch vaak: Verdraaid, dat slaat ook op mij. Maar mijn kritische ik denkt daarna meteen: Logisch, bij zoveel algemeenheden is er altijd wel iets dat ook op jou slaat. Dus blijf ik sceptisch. Dat komt mede door zo’n waarzeggersrubriek die je dagelijks in de zogeheten daluren op een van de commerciële tv-zenders kunt bekijken en aanhoren. Je kunt ze zelfs bellen via – uiteraard dure – nulzesnummers. De waarzegster – het zijn meestal vrouwen – van dienst stelt dan vragen. Bijvoorbeeld of je van reizen houdt. Ja, luidt dan vaak het antwoord, want de meeste mensen houden immers van reizen. Op zo’n positief antwoord wordt dan gewiekst ingehaakt met een uitspraak als ‘Ik zie voor u een reis in het verschiet.’ Vooral liefdesproblemen komen aan de orde. Ze worden zo listig door de waarzegster beantwoord dat de in amor teleurgestelde dame van vaak zekere leeftijd – zij bellen het vaakst – daar moed voor de toekomst uit kan peuren. De seconden dus de telefoonkassa draaien intussen door. De telefonische waarzeggers kennen zoveel trucs om de belster uiteindelijk te gerieven dat je er bijna bewondering voor zou krijgen.

Toch schijnen sommige mensen – misschien wel iedereen – min of meer bovennatuurlijke gaven in zich te hebben. In een laat ik maar zeggen: ‘vorig krantenleven’ van mij had een landelijk befaamd, erkend en zeer gezien paragnost een krantenrubriek, waarin serieus op bepaalde ‘mysterieuze’ zaken werd ingegaan. Daaruit kwamen vaak rake oplossingen, die ook mij verbijsterden. Het meest verbijsterende echter ervoer ik, jaren en jaren geleden, via mijn toen tienerdochter die alleen met de trein naar familie in het westen reisde en plotsklaps op het station in Utrecht uitstapte met het vermoeden dat haar vader – ik dus – opeens onwel was geworden. Ze snelde naar een telefooncel – het fenomeen mobieltje was toen nog onbekend – om naar huis te bellen. En verdraaid: Ik lag daar op bed met wat aanvankelijk op een plotselinge hartaanval leek maar later gelukkig enkel een mij toen volstrekt onbekende vorm van hyperventilatie bleek te zijn. Ondanks dat wantrouw ik tóch glazen bollen.

Henk Hendriks