“Bologna, Oxford, Parijs en… Aduard. Het is inderdaad een mooi rijtje”

0
74

Op bezoek in de wondere wereld van het Kloostermuseum in Aduard

ADUARD – Regelmatig bezoekt de Streekkrant de meest bijzondere plaatsen in het Streekgebied. Van prachtige en kleurrijke tuinen, gezellige campings tot oude monumenten. We hebben de afgelopen weken veel gezien en beleefd. Deze week gaan we op geschiedenistoer. En waar doen we dat nu beter dan in het 825 jaar oude Aduard. Ooit de plek waar het grootste klooster van Noord-Europa stond. De plek van waaruit het oudste cultuur-historisch landschap, het Middag-Humsterland, met veel liefde en aandacht een gezicht kreeg. Tegenwoordig de thuishaven van het paars-witte Aduard 2000, een florerende buurthuiskamer, vele kunstenaars en natuurlijk het Kloostermuseum. Inmiddels bestaat het museum twintig jaar en is het niet meer weg te denken uit het dorp. De publiekstrekker weet jaarlijks vele mensen naar het dorp te krijgen voor een prettig lesje geschiedenis en een frisse duik in de historie. Zo ook de Streekkrant, die aan de hand van ‘gids’ Jess Ludwig-Bouma meeloopt en behoorlijk wat gemiste geschiedenislessen inhaalt. Wat zal juf Grietje trots zijn… met terugwerkende kracht.

Als secretaris van het stichtingsbestuur is Jess Ludwig de ideale gids. De verhalen volgen elkaar in rap tempo op. Ludwig is al jaren betrokken bij het museum dat twintig jaar geleden werd geopend en sindsdien nooit heeft stilgestaan. “Elk jaar ontdekken we weer wat nieuws uit deze oude tijd”, vertelt Ludwig. “Er wordt dus steeds meer duidelijk, waardoor we ook steeds meer te vertellen hebben.” Dit doet het museum door jaarlijks een andere expositie aan te bieden. “Zo blijft een bezoekje aan het Kloostermuseum altijd een unieke en verrassende gebeurtenis”, legt ze uit. “Daarnaast geeft het ons natuurlijk ook de kans om alle nieuw opgedane kennis te delen met onze gasten. Het Kloostermuseum is namelijk niet alleen een museum waar oude dingetjes te zien zijn, we willen mensen ook wat meegeven. Educatie staat hier hoog in het vaandel.” Uiteraard willen wij eerst weten hoe het museum is ontstaan. Iemand heeft namelijk ooit het idee geopperd om de ‘geschiedenis’ in te duiken en alles te verzamelen. Jess Ludwig: “Mijn man en ik kwamen hier in 1972 wonen. Aduard is een mooi dorp, maar wij hadden destijds geen idee dat hier ooit het grootste klooster van Noord-Europa heeft gestaan. Er was simpelweg geen aandacht voor, zo blijkt nu.” Dat veranderde toen een 14-jarige jongen begin jaren ’80 begon te schrijven over het klooster van Aduard. “Jacob heette hij en hij schreef zijn stukjes in dorpskrant de Heemkakel”, herinnert Ludwig zich. “Ik las het altijd met aandacht, al duurde het tot 1992 voordat het dorp in actie kwam en zich besloot te willen profileren als ‘kloosterdorp’.” Aduard vierde in ’92 haar 800-jarig bestaan, nadat in 1192 twaalf monniken over de Oude Kleiweg liepen en –volgens de overlevering- lichtvlekken hebben waargenomen boven het tegenwoordige Aduard. “Het werd gezien als een signaal van boven”, vertelt Ludwig. “Dit was de plek waar de monniken hun klooster moesten stichten en zo geschiedde dan ook.” Knipogend voegt ze er aan toe dat het hier waarschijnlijk gaat om een stichtingsmythe en dat het verhaal niet per se op waarheid berust. “Maar het is wel een mooi verhaal”, lacht ze. Wel zeker is dat de omgeving van het klooster voldeed aan alle voorwaarden om überhaupt een klooster te stichten. “Men vestigde deze kloosters altijd in de nabijheid van een levendige markt, zoals in Groningen, en een vaarweg, het Reitdiep”, vervolgt ze haar verhaal. “Dit zijn dé voorwaarden voor een klooster om ook economisch rendabel te zijn. Want ook toen beseften ze wel dat de kachel niet uit zichzelf brandt.” Vanuit Aduard bewerkten de monniken het gebied en maakten ze de grond bewerkbaar voor landbouw. “Het zijn de monniken geweest die de bedijking hebben aangelegd en de gronddrooglegging hebben gerealiseerd”, stelt Ludwig. “Met een lichte overdrijving: de monniken van klooster Aduard hebben West-Groningen gemaakt tot datgene dat wij nu kennen.”

‘Ora et Labora’

Het is dus 1192 als de monniken het huidige Aduard binnen komen wandelen. Ludwig: “Zoals gebruikelijk bouwde men eerst een kapel, een gastverblijf en een keuken. Essentieel. Vandaaruit groeide het klooster snel door, maakt het ‘naam’ en trok het veel nieuwe intreders. De combinatie van de bruidsschatten die deze intreders meenamen én de eigen ontginningen en werkzaamheden maakten dat het klooster al snel één van de rijkste –en dus meest invloedrijke- kloosters van het Noorden werd. Zeker ook omdat het klooster 6.000 vierkante meter grond in haar bezit had.” Ludwig meldt de rijkdom niet uit de lucht kwam vallen. Veel hard werk werd geleverd. “Vooral door de zogenoemde lekenbroeders”, weet ze. “Vroeger ging men in het klooster om zich terug te trekken uit de wereld om vervolgens te bidden vóór de wereld. Koormonniken deden dit acht keer per dag. Een gebed om middernacht, bij het krieken van de ochtend, enfin je kan het zelf invullen. Men begrijpt ook dat acht keer per dag bidden én een dijk aanleggen in Pieterburen lastig te combineren is. Daar hadden ze dus een oplossing voor gevonden. Terwijl de intellectuele koormonniken zich acht keer per dag tot God wendden, verlieten de lekenbroeders na het vroege ochtendgebed het klooster en gingen aan het werk.” Ora et Labora, was het levensmotto. Oftewel, bid en werkt. Het Aduarder klooster werd dus snel rijk. “Echter een monnik kan niet zoveel met zijn rijkdom”, aldus Jess Ludwig. “Het is voor een groot deel nog altijd onduidelijk wat er met hun rijkdommen is gebeurd. Wel kan met zekerheid gezegd worden dat ze een deel van hun rijkdommen hebben aangewend om een prachtige bibliotheek te stichten.” In deze oude tijd hadden mensen, veelal geleerden, nog geen boeken thuis. Immers, boeken werden met de hand geschreven en drukkerijen waren er nog niet. “De geleerden reisden dus naar de bibliotheken toe om zich daar tegoed te doen aan de vele boeken. Zo vergaarden zij kennis. Vooral de bibliotheken van Bologna, Oxford, Parijs en dus Aduard waren zeer in trek. Het is inderdaad een mooi rijtje.” Onder hen bevond zich de geleerde die volgens Jess Ludwig ‘De Grootste Nederlander Allertijden’ had moeten zijn: Wessel  Gansfort. “Gansfort was zeer geleerd, ongelooflijk intelligent en toch buitengewoon bescheiden. Hij legde diverse lucratieve aanbiedingen van rijke lui naast zich neer om zich volledig te richten op zijn passie: de studie naar God.” Wessel Gansfort vertelde de mensen dat ze vooral zelf de Bijbel moesten lezen en zich niets moesten laten aanpraten. “Dat was –zeker in die tijd- ontzettend revolutionair”, weet Ludwig. “Burgers lazen de Bijbel niet en daar was de katholieke kerk ook geen voorstander van. Mede door Gansfort moesten burgers dus ook leren lezen. Hij maakte zich hard voor onderwijs voor allen.”

Een zekere ondergang

Hoe het met het klooster is afgelopen, is bekend. Bij de speciale zuilen in het dorp kan men middels de Aduard 3D-app nog een virtueel kijkje nemen in het klooster, maar het grootste klooster van Noord-Europa zelf is niet meer. “Ten onder gegaan aan het verlies van het vrome leven, de reformatie , de Tachtigjarige Oorlog en het daaropvolgende vertrek van de laatste monniken naar wijkplaats Groningen”, dreunt Ludwig de redenen op. “Groningen werd protestants tijdens de gevechten met de katholieke Spanjaarden. De Spanjaarden zochten onderdak en veiligheid in het klooster, maar vonden die niet. Tegen de gebruikelijke oorlogswetten in vielen de protestanten het klooster binnen en richten daar vernielingen aan. Onder meer de roemruchte bibliotheek is compleet vernietigd. Nadat de laatste monniken waren vertrokken heeft het klooster tot 1594 leeg gestaan. Daarna kwamen de katholieke bezittingen in beheer van het bestuur van de Ommelanden.” Deze hebben volgens Ludwig het klooster nog geprobeerd te behouden. “Maar tevergeefs. Het was gewoon te duur, waarna men besloot het klooster af te breken en de materialen te verkopen als bouwmateriaal.” In de wijde omgeving zijn dus nog altijd in veel oude huizen onderdelen te vinden van het voormalige klooster. Waaronder ook zeker in Aduard zelf. “Hetzij dat in Aduard niet de beste materialen zijn gebruikt”, aldus Ludwig. “De mensen die het klooster afbraken kwamen hier wonen en mochten de ‘mindere’ materialen gebruiken voor de bouw van hun eigen woning. Eén van die huisjes die destijds werd gebouwd is het Kloostermuseum. Tevens was dit het startpunt van de groei van dorp Aduard.”

Het hier en nu

Tegenwoordig houdt het Kloostermuseum zich bezig met het doorgeven van de geschiedenis aan belangstellenden, dorpsgenoten en vooral kinderen. Met grote regelmaat wordt er een leuke en leerzame activiteit georganiseerd in het Kloostermuseum voor de jonge garde. Zo ook dit jaar tijdens de expositie ‘Ritmiek van Klank en Stilte’. In de expositie van dit jaar wordt verteld over de getijdendiensten, het materiaal dat gebruikt werd en is er speciale aandacht voor het Gregoiaanse. Vooral de muziek en de in die tijd passende orgels staan centraal en worden vol trots getoond aan het publiek. Daarnaast richt het museum zich dus veel op educatie. “Wij ontwikkelen kinderprojecten aan de hand van de expositie die loopt”, weet Jess Ludwig. “Dit jaar hebben we een leuke workshop ‘Kloostermoppen maken’, ‘Geneesmiddelen maken’ op de oude monnikenwijze en ‘Kaligraferen’.” Wat er wanneer te doen is, valt te lezen op de website van het Kloostermuseum (www.kloostermuseumaduard.nl). Net als het museum zelf is ook de website met alle informatie zeker een bezoekje waard! Uiteraard hebben wij Jess Ludwig-Bouma ook gevraagd ons rond te leiden door het museum en de kerk. Met deze prachtige plaatjes als gevolg. Desalniettemin raden wij aan om zelf eens langs te komen in Aduard en de pracht uit vervolgen tijden met eigen ogen te aanschouwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here