Rondje deur Mien Westerkwartier: Willemstad

0
3418

WILLEMSTAD – Willemstad is een gehucht in de gemeente Marum. Het ligt tussen Marum en Jonkersvaart, ten zuidoosten van het dorp Marum. Het gehucht, bestaande uit een tiental verspreide huizen, heeft zijn naam gekregen rond 1840. De naam zou verwijzen naar Willemstad in de provincie Noord-Brabant. Een aantal vrijwilligers uit de streek zou tijdens de Tiendaagse Veldtocht gelegerd zijn geweest in het Brabantse Willemstad en de naam na afloop van de strijd mee naar huis hebben genomen.

Willemstad

Als je de inwoners van de toekomstige gemeente  Westerkwartier vraagt waar Willemstad ligt dan zullen maar weinig mensen dat weten. En als je dan vertelt dat het in de gemeente Marum is kijkt iedereen heel verbaasd. Willemstad is een verzameling van een paar huizen tussen Marum en Jonkersvaart en de Zuiderhoeksweg en de Pierswijk. En als je vraagt wat Willemstad nu met Brussel te maken heeft, zal iedereen je met glazige ogen aankijken. Maar als je de verhalen mag geloven van hoe Willemstad aan zijn naam is gekomen is daar de oorsprong.

In 1795 heeft Napoleon de zuidelijke Nederlanden bezet en gelijk als provincie aan Frankrijk toegevoegd. In 1814 werd besloten het gebied dat we nu kennen als België samen te laten gaan met ons land. De Belgen hadden grote bezwaren tegen deze samenvoeging. Vooral de elite had moeite met de dominantie van Nederland. Willem 1 proclameerde zich in 1815 als koning van de Nederlanden. Nu hadden de Belgen nog iets om zich over te beklagen, want ze vonden de man veel te krenterig.

Vijftien jaar later op 25 augustus 1830 wordt er ter ere van de verjaardag van de koning de opera La Muette de  Portica (de stomme van Portica) opgevoerd. Tijdens de aria Amour sacré de la partie (de heilige liefde voor het vaderland) ontstaan er relletjes. Verscheidene relschoppers gaan de straat op. Ze slaan ruiten in en plunderen winkels. Ook worden er wapens verzameld. Dit was het moment dat de Belgische opstand begon. Het begin van een onafhankelijk België.

Omdat Willem 1 de Verenigde Nederlanden als zijn levenswerk beschouwde, was het wel heel sneu als dat weer uit elkaar zou vallen. Toch stemde hij in met een scheiding langs de oude grenzen die op internationale conferentie in Londen zijn vastgesteld.  De Belgen gaan hiermee niet akkoord. Als prins leopold van Saksen Coburg zich ook nog in liet huldigen als koning der Belgen was voor Willem de maat vol. Hij riep vrijwilligers en “schuttersplichtigen” op en stuurde die naar de grens met Belgie.  Het Brussels parlement was niet onder de indruk en stelde “dat enige soldaten op klompen en voorzien van stokken”, voldoende zijn om de Hollanders te overwinnen.

En nu komen onze Marummers in beeld. Een vrij grote groep uit Marum en omstreken volgde de oproep om mee te doen in een gevecht tegen de Belgen. ”Neêrland’s Koning riep, te wapen, en alles vloog te wapen om den geleden hoon in het bloed der snoode muiters te wreken”, zoals 3 jaar later iemand schreef.

Onze  groep  uit het Noorden was er bij toen het leger van Willem België binnentrok. De belgen kwamen er al heel snel achter dat ze niet aan een paar stokken genoeg hadden om de Nederlanders te verslaan. Toch was het niet het Belgische leger dat de meeste slachtoffers maakte. Nee dat was het weer. In de nacht is het ijskoud en overdag moeten ze lange marsen maken onder de brandende zon. Eten en drinken waren helmaal onvoldoende. Verscheidene schutters bleven dood op de weg achter. Na 10 dagen was er een overwinning behaald, maar toen gingen de Fransen zich er mee bemoeien en vertrokken de Nederlanders richting huis. Van de groep uit Marum was een gedeelte gesneuveld en een gedeelte was zwaargewond. Slechts een enkeling had de strijd zonder lichamelijk malheur overleefd. Strompelend en door kameraden ondersteund gingen ze op huis aan. Na een tijd kwamen ze in Willemstad (Brabant) aan. Hier werden ze opgevangen en zo goed mogelijk weer opgelapt. Toch hadden ze nog een hele tijd met heel veel ontberingen nodig om weer thuis te komen Toen ze uiteindelijk weer in Marum kwamen viel de ontvangst  bitter tegen Ze waren niet welkom en ze moesten maar zien hoe ze in hun levensonderhoud konden voorzien. Ze zijn naar de Zuiderhoek vertrokken en hebben daar een paar plaggenhutten en holwoningen gemaakt. Als dank aan de bewoners van Willemstad  in Brabant besloten ze om hun onderkomen ook Willemstad te noemen. “As we alles wieten harren warren we nooit goan” zeiden ze tegen elkaar. Vele jaren later werden de hutten omgebouwd tot stenen huizen. Dit werd mogelijk gemaakt door goedkope leningen van “Vlijtige armoede”, een vereniging die in eerste instantie was opgericht “om de bedelarij uit te roeien en werkzaamheid aan te moedigen” Maar later ook andere dingen ondernam om armen te ondersteunen. Heden ten dage is er niets meer dat aan die arme tijd herinnert.