Gebiedscoöperatie Westerkwartier laatste puzzelstukje in passende puzzel

0
165

“Je hoeft het wiel niet telkens opnieuw uit te vinden. Wie verbindingen legt, kan leren van elkaar”

NOORDHORN – Eind november werd er uitgebreid getafeld in woonzorgcentrum Het Hooge Heem te Grootegast. Diverse voedselproducenten, politici, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden uit het Westerkwartier schoven bij elkaar aan tafel tijdens het ’t Kon minder diner. Het doel: kennis maken en dus verbindingen leggen. Dit om de regionale voedselketen te versterken. Want wie weet wat de buurman doet, zal ook vaker langs komen om te buurten. Aanjager achter het initiatief is Gebiedscoöperatie Westerkwartier (GCWK), inmiddels landelijk –en zelfs Europees- geroemd om haar verbindende werk voor de eigen regio. Of zoals Eric Veldwiesch stelt: “GCWK is het laatste puzzelstukje om de puzzel voor deze regio passend te maken.”

Veldwiesch trad tijdens het diner op als spreker en presentator. Aan hem de schone taak om zoveel mogelijk mensen bij elkaar aan tafel te krijgen in wisselende samenstellingen en de nodige sprekers van spreektijd te voorzien. Met Veldwiesch blikken we kort terug op het diner en vooral waar GCWK voor staat. “Je zou GCWK kunnen duiden als de missende factor in het Westerkwartier”, vindt hij. “Iedere boer, producent en ook consument kan hier in deze regio zijn of haar ding doen. Maar van de buurman of –vrouw weten we vaak niet wat hij of zij doet. En dat is jammer, want daarmee blijft men rondhangen in de eigen cirkel. GCWK zorgt voor die kruisbestuiving. Legt verbindingen tussen mensen, bedrijven en organisaties die wat voor elkaar kunnen betekenen.” Daarbij richt GCWK zich op het versterken van het Westerkwartier. “We redeneren dus niet per definitie vanuit het Westerkwartier. Als een bedrijf uit Oost-Groningen iets essentieels kan toevoegen voor onze leden in het Westerkwartier; graag.” Om zo optimaal te kunnen functioneren legt GCWK verbindingen tussen de 5 o’s. Want wie ondernemerschap koppelt aan onderwijs, onderzoek, omgeving en overheid heeft alle ingrediënten bij elkaar voor een sterke regio die zich continue ontwikkelt in de juiste richting. “Een jaar of acht geleden is er een start gemaakt met dit initiatief”, vertelt Veldwiesch. “Toen is het ‘Pact van Briltil’ gesloten door vertegenwoordigers van Boer&Natuur (later: Collectief West), Staatsbosbeheer en de groene school Terra. Het ad hoc samenwerken, als het zo uit kwam, gebeurde al en leidde tot mooie resultaten. In Briltil is besloten om structuur te geven aan het samenwerken. Een coöperatie te vormen die gericht is op het versterken van de eigen regio. Dat kan, zoals bij het ’t Kon minder diner, de regionale voedselketen zijn. Maar ook op andere vlakken kan de coöperatie veel betekenen. Wat te denken van een arbeidspool met regionale ondernemers en organisaties als De Zijlen. Het zou toch mooi zijn als we er in het Westerkwartier in slagen om een inclusieve arbeidspool op poten te zetten waar niemand meer uitvalt?” Als voorbeeld geldt dat als een kok niet langer zijn zware vak kan uitoefenen bij een restaurant, hij zijn kennis en kunde bij een ander bedrijf kan inzetten waarbij minder fysieke arbeid vereist is. En dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans krijgen om toch deel uit te maken van de werkende samenleving. “Ik weet dat het wat idealistisch klinkt”, beseft Veldwiesch zich, “en misschien halen we het wel nooit. Maar het doel moet er zijn.” Ook noemt Veldwiesch de ‘natuurinclusieve landbouw’ als een mooi doel. “Of vanuit de natuurorganisaties geredeneerd; landbouwinclusieve natuur”, lacht hij. “Je hebt in de natuur, en zeker ook in het Westerkwartier, te maken met conflicterende belangen. Natuur-en landschapsorganisaties willen ecologische doelstellingen halen, boerenbedrijven willen vaak uitbreiden, we willen de energietransitie inpassen in ons mooie landschap en we willen een boost geven aan de toeristische- en recreatieve sector. Allemaal in hetzelfde gebied. Op het eerste gezicht conflicterend, maar zeker geen onoplosbare puzzel. De enige duurzame oplossingen voor het combineren van deze ambities zit hem in een structurele samenwerking. Binnen de coöperatie zijn wij op zoek naar de punten die boeren, burgers en organisaties als Staatsbosbeheer met elkaar verbindt. Alleen gaat geen van deze partijen het redden op een manier die voor iedereen aanvaardbaar is. Maar samen is veel mogelijk.” GCWK bevraagt de leden, waaronder zich inmiddels Staatsbosbeheer, Landschapsbeheer Groningen, De Zijlen, Wold & Waard, Collectief West-Groningen, de Rabobank, diverse ZZP’er en vele kleinere partijen bevinden, en kijkt waar zij elkaar kunnen versterken. “De vraag is: wat heb je nodig en waar kunnen we dat halen?”, zegt Veldwiesch. “De oplossing is vaak –letterlijk- dichter bij dan je denkt. Je hoeft het wiel niet telkens opnieuw uit te vinden. Wie –regionale- verbindingen legt, kan leren van elkaar. Snel en effectief.” GCWK is het faciliterende platform, stelt hij. “De motor die aanjaagt en het draaiende houdt. We leggen de verbinding, starten het op. Vandaaruit is het aan de leden om door te bouwen. Het betekent dat we continue in ontwikkeling zijn. Als we een doel hebben bereikt, dan verleggen we deze. Net zo lang totdat iedereen meedoet in een sterk, ondernemend en bruisend Westerkwartier.”