Maria’s Mooie Mensen 334

0
46

Onze kat is jaren niet buiten geweest. Dit ras, de zogeheten ‘ragdolls’,  werd aan ons versleten als echte binnen-katten. Met een dunne onderlaag van de vacht zou ze het buiten in het Nederlandse herfst- en winterweer te koud hebben, maar los daarvan is onze Zus vrij onnozel, net zoals haar rasgenootjes schijnbaar. Dit ras gaat zonder moeite op de weg liggen om zodra er een auto aankomt, niet de neiging te voelen aan de kant te gaan. Resultaat is dat er al heel wat ragdolls platgereden zijn. En Zus haar gedrag in huis – op de trap liggen en denken dat je daar zomaar even over heen stapt – doet ons vermoeden dat haar buiten een niet veel beter lot zou wachten. Haar bestemming als binnen-kat werd tot vorig jaar altijd prima geaccepteerd door Zus en wijlen haar zusje Pippa. Zonder problemen wachtten ze trouw voor de hordeur terwijl wij buiten vertoefden. Maar Zus heeft na zes jaar eindelijk ontdekt dat ze ook onder die hordeur door kan – ik zei al dat ze vrij onnozel is – en eenmaal aan de buitenlucht geroken, is het lastig haar binnen te houden. Dus zodra het een beetje redelijk weer is en de deuren open blijven staan, ziet ze haar kans schoon en geniet van het zonnetje, ritselt wat tussen bladeren of loopt een ommetje over het gras. Echt ver weg zie ik haar nooit gaan en dat zal haar vast ook niet lukken, aangezien mijn dochters haar strak in de gaten houden en zelfs terugbrengen als het ze te gortig wordt. Ze mag dan wat onnozel zijn, geliefd is Zus zeker. Alleen is haar populariteit momenteel wat tanende. En dat heeft een goede reden. Of beter: het is een beetje te wijten aan de onnozelheid van manlief en mij. Want: een kat die buitenkomt, die krijgt vlooien. Dat is op zich geen verrassing, maar wel voor manlief en mij. Zelfs toen Zus opeens wel erg schoon op zichzelf leek, viel het muntje niet direct. We waren zeker verbaasd dat ze zich bij voorkeur de hele dag waste, maar toen haar buikje wat bloter leek dan anders, hadden we niet direct argwaan. Toen ze ook nog eens kale billen kreeg, begonnen we ons wel zorgen te maken. Pas toen er zomaar opeens een vlo in de thee van manlief dreef, viel het muntje. We namen eens een kijkje tussen de vacht van Zus en zagen het leed dat geschied was. Inmiddels zijn we een aantal maanden verder, hebben heel wat ontsmetrondjes achter de rug. Vloerkleden worden fanatiek gezogen en matten keer op keer uitgeklopt. Inmiddels zou ik tussen een troep bavianen niet misstaan; zoveel vlooien heb ik al uit de vacht van Zus geplozen. Het lijkt er op dat het tij gekeerd is en deze kleine rotbeestjes zich gewonnen geven. En juist nu begint de zon weer te schijnen, gaan die deuren weer los en ja hoor, waagt Zus zich weer buiten. Voorlopig hoeft ze echter niet te lonken naar de buurkatten. Met die blote billen en blote buik zal ze nog even geen hoge ogen gooien.