Fysiotherapeute uit Grijpskerk luidt de noodklok

    0
    691

    ‘Mensen gaan zorg ontwijken door gebrek aan vergoeding, dat kan niet langer’

    GRIJPSKERK – Greetje Bosma-Winters is fysiotherapeute en heeft, samen met twee collega’s een praktijk met twee locaties in Grijpskerk en Kollum. In deze praktijk werken meerdere therapeuten en zijn veel specialisaties aanwezig. De afgelopen jaren is er op het gebied van zorg veel veranderd. Greetje merkt dat in haar praktijk sommige patiënten al enige tijd de zorg mijden, omdat ze de premie voor de aanvullende verzekeringen niet kunnen betalen. Bosma-Winters luidde daarom de noodklok bij minister Bruins, die onlangs langs kwam op de praktijk om haar verhaal aan te horen.

    “Fysiotherapie is een heel mooi vak. Maar er dreigt een tweedeling in de zorg”, aldus Greetje. “Fysiotherapie zit namelijk voor het grootste deel in de aanvullende pakketten van de zorgverzekering. Maar een derde deel wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Dat betekent dat je alleen naar de fysio kunt wanneer je een aanvullende verzekering hebt. Of je moet het zelf betalen. Wanneer je voldoende middelen hebt, dan is dat geen probleem. Maar heb je dat niet, dan wordt het wel lastig. Veel mensen die geen aanvullende verzekering hebben, hebben dit niet omdat de premie voor hen dan te duur wordt. De kosten voor de therapie, die eigenlijk al heel laag zijn, kunnen dan niet bekostigd worden. Dit probleem is ontstaan door de marktwerking in de zorg. Fysiotherapie dreigt hierdoor een luxe te worden, die steeds minder mensen zich kunnen veroorloven, terwijl het natuurlijk een noodzaak is. Veel mensen hebben het echt nodig. Bijvoorbeeld mensen die na een operatie of revalidatieperiode een fysiotherapeutische behandeling nodig hebben. Dit valt onder de basisverzekering. Echter moeten de eerste twintig behandelingen zelf betaald worden, of uit de aanvullende verzekering. Maar wanneer een patiënt de eerste twintig behandelingen niet kan betalen, omdat ze geen of weinig aanvullend hebben, krijgen ze niet de zorg die ze eigenlijk zouden moeten krijgen. Soms verlenen wij bij hele schrijnende situaties gratis zorg, in andere gevallen vragen wij de huisarts of het mogelijk is terug te verwijzen naar het ziekenhuis of revalidatiecentrum. Wat niet bepaald kostenverlagend werkt en bovendien zwaar is voor de toch al zwakke patiënt. Kosteloos behandelen wordt op een gegeven moment voor ons natuurlijk veel te duur.”

    De lage tarieven die de fysiotherapeuten moeten hanteren zijn Greetje eveneens een doorn in het oog. “De tarieven in de fysiotherapie zijn de laatste 10 jaar niet verhoogd, terwijl de kosten natuurlijk wel stijgen. Hierdoor staat de salariëring onder druk, terwijl de medewerkers grotendeels universitair geschoold zijn. Door de lage tarieven worden innovatie en scholing steeds moeilijker. Door het kabinetsbeleid zoals die nu is, zien wij een verzwaring van de eerstelijnszorg en dit vergt overlegmomenten met andere disciplines zoals de huisarts, ergotherapeut, specialistisch verpleegkundige en specialist. Dit moeten wij allemaal in eigen tijd doen. Het verbetert echter wel de zorg rondom de patiënt en vergroot ons werkplezier. Maar ook hier lopen wij tegen grenzen aan.”

    Ook bij de zorgverzekeraars valt nog wel wat winst te behalen meent Greetje. “Fysiotherapie zet zich in om een zo doelmatig mogelijke zorg te bieden. Dit betekent een optimaal resultaat in een zo kort mogelijk behandeltraject. Vorig jaar werd de behandelindex ingevoerd door de zorgverzekeraars. Op basis van deze index worden wij gecontroleerd en worden onze tarieven aangepast. Controle is prima, daarom zijn we ook al jaren een PLUS-praktijk. Wij doen ons best zo transparant mogelijk te zijn. De behandelindex als leidraad zouden wij prima vinden. Een spiegelmodel om te kijken hoe doen wij het ten aanzien van de andere praktijken. Maar als afrekenmodel vinden wij het niet goed. Vooral omdat deze behandelindex voor ons niet inzichtelijk is. Patiënten worden ergens ingedeeld op basis van leeftijd, geslacht, aandoening en de duur van de behandelingen. Maar hoe dat precies werkt, weten wij niet. Dit was ook de conclusie van een onderzoek door de zorgverzekeraars zelf. Er hangt echter wel een cijfer aan. Scoort een praktijk niet goed, dan krijgt deze een korting op het uurtarief. Bovendien is het dus ‘slechter’ voor de praktijk wanneer je langer over een behandeltraject doet, want dan ‘scoor’ je niet goed. Wat krijg je dan? Er zijn al praktijken die bij langdurige trajecten tegen patiënten zeggen; ‘Ga vanaf zes behandelingen maar naar de praktijk een dorp verderop. Wij kunnen het ons niet veroorloven slecht te scoren’. Dit kan en mag natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Dat ze kosten willen besparen door de trajecten zo kort mogelijk te houden, klinkt logisch. Maar het werkt nu averechts. Want de patiënt is de dupe.”

    Greetje vond deze misstanden reden genoeg om minister Bruins, VVD-minister Medische zorg en Sport, uit te nodigen voor een werkbezoek aan de praktijk. De minister nam de uitnodiging aan en onlangs is hij langs geweest in de praktijk, samen met de directie van de Friesland Zorgverzekering en een vertegenwoordiging van het bestuur van het KNGF en collega’s uit het veld. Greetje verteld hierover; “Wij konden de problematiek goed onderbouwd verwoorden, maar de antwoorden van de minister bleven steken op macroniveau. We kregen bijvoorbeeld te horen dat 85% van de mensen in Nederland nog een aanvullende verzekering hebben. In onze praktijk blijkt het vaak te gaan om een verzekering met een laag behandelaantal, omdat we hier in een krimp regio wonen met de daarbij behorende problematiek, zoals lage inkomens. Die mensen moeten ook gewoon zorg kunnen krijgen. Zijn antwoord was eigenlijk; ‘Ze kunnen toch een betalingsregeling krijgen?’ Dit lijkt ons geen oplossing voor mensen met een kleine beurs, die kunnen zo’n regeling ook niet betalen. Dus ze gaan uiteindelijk zorg mijden met alle gevolgen van dien.” Minister Bruins heeft aangegeven eerst alle feiten op een rij te willen hebben, voordat hij tot actie over gaat. Word dus ongetwijfeld vervolgd.