Frans Hage: creatieve duizendpoot: “Je moet er wel plezier in hebben, anders werkt het niet.”

0
1406

ZUIDHORN – “Ik ben een echte fietsliefhebber, dus vaak fiets ik ergens door het landschap, en dan ga ik gewoon zitten.” Frans Hage loopt al vertellend zijn atelier binnen in zijn huis in Zuidhorn. “Dan heb ik vaak mijn spullen mee, een schetsboek, mijn materiaal, en dan ga ik aan de slag. Ik maak het niet altijd af hoor, soms dan pak ik de auto en ga ik terug, of heel af en toe been ik een foto en maak ik het thuis af. Maar het hoeft ook niet altijd één op één te kloppen hoor,” vertel hij lachend.

Hage’s atelier, boven zijn woonkamer in Zuidhorn staat vol met doeken, potloden, papieren, krijt, en fietsattributen. En auto’s. Heel veel auto’s. Modelautootjes, voornamelijk van fiat. “Deze heb ik zelf gehad, een Fiat Coupé. Die was eigenlijk altijd kapot.” Hage is een duizendpoot wat betreft zijn kunst: hij maakt verschillende werken, van schitterende landschapstekeningen van pastelkrijt tot niet van echt te onderscheiden auto’s in hedendaagse taferelen op doeken van acrylverf. Hij laat een aantal portretten zien. “Dit zijn dan wat portretten waar ik de laatste tijd mee bezig ben, dit is mijn schoonvader, dit is mijn vrouw, en mijn kleindochter. Ja, en dit zijn wat zomermeisjes die ik dan in een motorblaadje zie.” De emotie komt door de potloodtekening heen. Hage groeide op in Zierikzee, in Zeeland, en tekende als kleuter al veel. “Dat werd destijds ook erg gestimuleerd, ook in latere groepen op de basisschool al wel. Ik heb het idee dat die artistieke vormgeving vandaag de dag steeds minder belangrijk is.” Hij kreeg vervolgens les van de vrouw van de directeur van het gymnasium, die hem introduceerde aan pastelkrijt, waar hij nu nog veel mee werkt. Van Zierikzee vertrok hij naar Groningen, om daar cum laude van de Minerva Academie voor de kunsten af te studeren.

“En toen ben ik eigenlijk gelijk gaan lesgeven. Cursussen, workshops, ik deed alles eigenlijk.” Hij werd in Zuidhorn aanvankelijk wel wat raar aangekeken, kunst was destijds toch niet voor de gewone man. “Dat was toch voor heersende klasse, dat merk ik zelfs nu in de verkoop nog.” Zijn stijl omschrijft Hage zelf als realistisch, waar hij op een gegeven moment automatisch van het abstracte naar het realistische uitgekomen is. “Abstract, daar is niet zo heel veel belangstelling voor, al vind ik beiden wel leuk om te doen. Het is ook wel een uitdaging, om jezelf te verbeteren, je techniek, je visie.” Vol vuur vertelt de 71-jarige enthousiast over zijn cursisten, van wie sommigen al vijftien jaar lang les bij hem volgen. “Het is heel belangrijk dat ze leren kijken. Kijken of wat je maakt klopt, hoe het licht ergens op valt. Dat was voor de 17e-eeuwse landschapsschilders al heel belangrijk, dat zag je bij Rembrandt al. En de oplossing, die moeten ze eigenlijk zelf vinden, ik stuur ze wel natuurlijk, maar uiteindelijk gaat het om zelfontplooiing. En plezier, dat is ook heel belangrijk. Je moet er wel plezier in hebben, anders werkt het niet. Wat dat betreft is het ook belangrijk dat je een heel sociale groep hebt, zodat je elkaar dingen kunt laten zien. En negativiteit, daar doen we niet aan.”

Tegenwoordig doet Hage het iets rustiger aan, maar actief blijft hij wel. Zo gaf hij even geleden nog een les voor de klas van zijn kleindochter in Barendrecht, en gaf hij les aan asielzoekers, door wie hij soms ontzettend verrast wordt. “Wat je sommige mensen ziet maken, dat is gewoon te vergelijken met de grote meesters. Dat is niet normaal.” Zijn inspiratie komt voort uit een soort drive, zegt hij zelf. “Het komt uit de natuur, maar eigenlijk is het ook een beleving, je beleeft het echt. Het komt diep van binnen, het gevoel om iets te creëren, om iets te maken. Ja, en als je klaar bent, dan komt er wel weer een volgende. Want het gaat uiteindelijk wel om het resultaat.”