30 jaar Tsjernobyl: gevolgen nog steeds te voelen

Zuidhorn Stichting Radoeka

ZUIDHORN – Op 25 april is het 30 jaar geleden dat er in de voormalig Sovjet Unie een verschrikkelijke ramp plaatsvond: de kernramp van Tsjernobyl. Een moment om bij stil te staan, te memoreren en te herdenken. Want hoewel het leven op de rest van de wereld allang weer is opgepakt, ondervinden de mensen in het Tsjernobylgebied nog steeds dagelijks de gevolgen van de verwoestende ramp die toen heeft plaatsgevonden. De mensen van Stichting Radoeka staan er nog dagelijks bij stil, en doen wat ze kunnen om het leven van de kinderen in het Tsjernobylgebied draaglijker te maken.

Zo’n vijftien jaar geleden kwam er een Russisch kindje in het leven van Kees en Marion Beeftink uit Zuidhorn, door middel van een project waarbij kinderen uit het Tsjernobylgebied in Wit-Rusland voor een periode van acht weken in Europa gezonder kunnen en mogen leven. Dat kindje was de start van het begin van Stichting Radoeka, begonnen door onder andere Kees, Marion en Herman Scholten, samen met een stel andere gastouders.

“Dat dat kindje hier toen kwam was voor een gezondheidsproject”, legt Marion uit. “Schonere lucht, gezonder eten en beter omstandigheden. Vrijwel alle kinderen hebben daar bloedarmoede, en artsen zien jaren later nog dat er een kind in Europa is geweest. Die zijn een stuk gezonder.”

Na het project waarin Kees en Marion participeerden als gastgezin, besloten ze zelf naar het Tsjernobylgebied in Wit-Rusland te gaan. “We wilden zien hoe ze daar leven”, vertelt Kees. Herman gaat verder: “Toen, bij toeval, plukte iemand ons van de straat om in een kindertehuis in Rechytsa te gaan kijken”, vertelt hij. “Dat kindertehuis was toen net opgericht, speciaal voor kinderen waarvan de ouders een drank- of drugsverslaving hebben”, vult Kees aan.

“Zo’n verslaving komt natuurlijk niet zomaar, en het heeft ook niet alleen met de ramp van Tsjernobyl te maken, maar ook met de politieke en economische omstandigheden daar”, gaat hij verder. “Maar de kernramp van Tsjernobyl heeft wel meegespeeld, omdat dat gigantisch veel invloed heeft gehad op alle voorzieningen in het gebied. Het heeft gezorgd voor veel armoede en ziekte. Dus grijpen mensen sneller naar de fles als het tegenzit en worden de kinderen verwaarloosd. De radioactiviteit zit daar nog steeds in de grond en de toestanden daar dwingen mensen om te vluchten in de drank.” “Drank is daar ook belachelijk goedkoop”, vult Marion aan. “Ja, 3 euro voor een fles wodka”, vertelt Herman. “Dan ben je de hele dag goed dronken.”

De basisprincipes van de stichting richten zich vooral op de eerste benodigdheden van het kindertehuis, zoals wasmiddel, kleding, zeep en keukenbenodigdheden. Eten krijgt het kindertehuis van de staat. Deze basisprincipes zijn eigenlijk de ‘vaste lasten’ van de stichting. “Dan zitten we toch al gauw op zo’n 3000 euro per jaar”, legt Kees uit. “En daarnaast proberen we een keer per jaar een groter project te doen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van nieuwe kozijnen met dubbel glas”, vult Herman aan. “In de winter kan het er wel min 20 worden, en het is voor die kinderen geen doen om constant met jassen en sjaals aan in huis te zitten.”

In het tehuis werken 17 mensen, van de schoonmaker tot de sociaal werker en is plaats voor 40 kinderen. “Er zijn 20 jongensbedden en 20 meisjesbedden”, vertelt Marion. “Er zitten kinderen in de leeftijd van 3 tot 17 jaar. Maar er wordt wel steeds met de ouders gepraat. Het doel is natuurlijk dat de kinderen uiteindelijk weer terugkunnen naar huis.”

In de afgelopen 10 jaar, zolang als het kindertehuis bestaat, zijn er 1483 kinderen geregistreerd uit 648 gezinnen. Daarvan zijn er 358 kinderen onder controle geweest van de jeugdbescherming, konden 233 kinderen terug naar hun ouders en zijn er 29 kinderen naar adoptieouders gegaan.

Een van de volgende grote projecten is het aanpakken van de kantine, vertellen ze. “Dat willen we deze zomer gaan doen. Verven, vernieuwen en aanpakken”, vertelt Kees. “We krijgen een lijst met dingen die moeten gebeuren van de werknemers van het kindertehuis, en daar proberen wij dan zoveel mogelijk van te doen.” Maar wat doet het kindertehuis zelf dan om wat geld in het laatje te brengen? “Ze krijgen geen geld van de staat”, legt Kees uit. “Dus zoeken zij sponsoren en staan er door het hele dorp geldbussen. Ze moeten zichzelf bedruipen. Het was pas nog zo dat aan alle werknemers daar is gevraagd of ze iets van hun loon in wilde leveren voor de kinderen.” “En dat is nogal wat”, vult Marion aan, “want de mensen daar verdienen omgerekend maar 150 euro per maand.” Zo weinig? Ja, zo weinig. Alle inwoners van Wit-Rusland zijn verplicht om te werken, legt Herman uit. “Als je niet werkt krijg je een boete. En als je die boete komt betalen krijg je nog een boete, want je kan niet uitleggen hoe je aan dat geld komt, omdat je niet werkt.”

Om met de stichting het kindertehuis in Rechytsa te kunnen blijven helpen, houden ze op Koningsdag (27 april) een ‘vitamine-actie’, waarbij ze op de markt staan met zakken fruit voor een tientje. “Maar”, lacht Marion, “we staan niet meer op ons oude plekje. We staan nu tegenover de Groente- en Fruithoek in het centrum van Zuidhorn.” “En we zorgen ervoor dat we dit jaar niet uitverkocht zijn”, lacht Kees.