Adrian Mey vindt het nog altijd heerlijk op het podium

Zuidhorn History Adrian-1

Adrian Mey vindt het nog altijd heerlijk op het podium

ZUIDHORN – Vijf jaar geleden timmerde Adrian Mey buitengewoon hard aan de weg. Hij vertelde destijds in de Streekkrant over de groei die in zijn werkzaamheden zat. Hij organiseerde naast zijn eigen optredens meerdere evenementen, waaronder het midzomernachtfeest in Zuidhorn. De afgelopen twee jaar was het helaas stil rond deze goedlachse zanger. “Je raakt uit de running, en ook al kan je er zelf niks aan doen, je hebt wel pech”, vertelt Arie Meijerman thuis in Zuidhorn. Maar opgeven doet hij niet. Langzaamaan krabbelt hij weer omhoog. “Of mijn hart er nog in ligt? Absoluut, ik vind het heerlijk op het podium.”

Als je het over pech hebt, dan kun je het wel over Arie hebben. De afgelopen twee jaar zat hij meer in de lappenmand dan dat hij op het podium stond. Twee hernia’s, complicaties aan de rug, een hartinfarct en twee maagbloedingen kreeg hij voor zijn kiezen. Inmiddels gaat het beter, alhoewel hij wel nog altijd op een maagoperatie wacht. Alle rampspoed zorgde er wel voor dat we maar weinig van hem hoorden. “Tja, je raakt uit beeld”, vertelt hij. “Gelukkig begint het allemaal wel weer te komen.”

Dit jaar zit Arie alweer 25 jaar in het artiestenvak. Al veel eerder werd hij gegrepen door de muziek. “Als kwajongen was ik thuis altijd al bezig met muziek. Mijn ouders waren me als jochie van vijf een keer kwijt. Liep ik met een maggiblik om de nek achter de muziek aan.” Langzaamaan groeit de liefde voor muziek. Arie zing in een koor, speelt in de drumband, organiseert drive-ins en zingt jarenlang in een gospelgroep. “Vrienden zeiden op een gegeven moment tegen me: weet je wel dat je daar en daar cassettebandjes kan krijgen met orkestbanden erop? En toen ging het hard. Mijn allereerste band was ‘Amarillo’. Ik ging meedoen aan talentenjachten en werd langzaamaan gevraagd om ergens te komen optreden.”

Hoewel zijn hard bij de ballads ligt, schuift het repertoire van de zanger langzaamaan meer naar het Nederlandstalige genre. “Met mooie ballads kon ik geen werk krijgen”, zegt de zanger nuchter. De welbekende ‘laatste Sirtaki’, noemt hij zijn grootste hit. En dat terwijl hij in eerste instantie niet van plan was hier een single van uit te brengen. “De studio zei: hier moeten we een single van uitbrengen. Ik had zoiets van: is dat wel een goed idee? Maar dat is toch wel mijn grootste hit. Het ligt ontzettend goed in het geheugen. Eigenlijk is het een nummer van Koos Alberts. Ik hoorde het tijdens een talentenjacht in Gelderland. Goh, wat een leuk nummer. Ik liet er een nieuwe band onder maken, zodat het wel mijn eigen geluid had. Jaren later draaide een dj van Radio NL de versie van Koos en zei: eigenlijk is dit een nummer van Adrian Mey. Hoe mooi is dat?” Ook nummers als ‘zomerzon’, ‘zoet is de wijn van Samos’ en ‘volle maan op Jamaica’ herbergen die lekkere losse sfeer die Arie als geen ander kan brengen.

Dat het artiestenvak tegenwoordig wel overspoelt wordt, kan Arie beamen. “Het zijn er veel teveel. En ze pakken allemaal dezelfde liedjes. Daar maak ik me ook wel eens schuldig aan. Als de mensen me vragen naar nummers van Frans Duijts, dan zing ik die. Ik zing wel altijd ook mijn eigen nummers. Ik heb zo 300 à 400 nummers in de map. Mijn smaak is dan ook heel breed. Kijk maar tussen die LP’s daar, er staat Deep Purple, maar ook de Zangeres Zonder Naam. Wie mijn voorbeeld is? Lee Towers, daar heb ik toch wel een zwak voor.” Ergens verbaast het niet, wie zal de gelijkenis ontgaan?

De veelzijdigheid van Arie toont zich niet alleen in zijn muzikale repertoire en voorliefdes. Jarenlang organiseerde hij ook vele evenementen. “Het begint best wel weer te kriebelen, maar als er telkens geld bij moet, dan kan het gewoon niet.” Ook heeft hij nog altijd zijn eigen artiestenburo. “Ik heb niks meer exclusief, maar kan iedereen boeken. Mensen kunnen een regulier artiestenburo bellen of via mij een artiest boeken voor dezelfde prijs. Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van gunnen.”

En wie gunt hem nou niet zijn plek op het podium? De laatste tijd komt het er veels te weinig van. Gelukkig staat er op 20 oktober een groots feest op de planning. Dan viert Arie dat hij 25 jaar in het artiestenvak zit. “We hebben bewust voor de grote zaal van Balk gekozen hiervoor en willen het sfeertje van de Duitse bierfeesten creëren met lange tafels. Als mensen tegenover zitten, creëer je direct al meer gezelligheid. Ook de Oldkamp Bloazers bestaan 25 jaar en dit combineren we met elkaar. Ik zal samen met hun een stuk of drie nummers doen. John Enter, een echt feestbeest, zal optreden en ook Burdy. Ook de fanclub heeft van alles geregeld, maar dat weet ik nog niet, dat is een verrassing.” Speciaal ter ere van zijn jubileum komt Arie met een nieuwe cd. Daarop staan oude nummers, waaronder zijn allereerste nummer dat hij ooit heeft opgenomen, maar ook nieuwe nummers.

Even ontstaat er vrees als Arie vertelt hoe hij tegenwoordig voornamelijk zijn dagen vult. Niet te beroerd om wat dan ook te doen, rijdt hij kranten uit, doet hij vrijwilligerswerk en staat hij op vrijdag en zaterdag te koken in de Poiesz in Zuidhorn. Deze opgeruimde artiest zal het zingen toch niet loslaten? “Absoluut niet!”, haast hij zich te zeggen. “Ik ga dood op het podium.”