“Al heb je nog zoveel blaren, je hoeft morgen niet weer”

Lutjegast familie van dellen-1

Tips van de toppers

LUTJEGAST – Als we het hebben over de Struuntocht, dan kunnen de gebroeders Van Dellen natuurlijk niet ontbreken. Bijna iedereen in de omgeving van het dorp en soms zelfs tot in de wijde omtrek, kent de twee heren wel, die heel wat wandelkilometers maken. Wie beter dan deze heuse wandeltoppers, kunnen er tips geven? Tips van de Van Dellen’s zijn natuurlijk wel tips op geheel eigen wijze. Neem ze zo her en der met een korreltje zout en misschien een vleugje vaseline; maar dat leest u zo wel.

De heren lopen al een jaar of vijftien vele kilometers. Wie ouder wordt en meer tijd krijgt, kan zich op zijn hobby’s gaan storten en dat was voor deze twee het wandelen. Een paar duizend kilometer per jaar, dáár draaien ze hun hand niet voor om. Jan is net terug van een tocht van tachtig kilometer en maakt zich al weer op voor een nieuwe tocht van maar liefst 110 kilometer. Maar trainen? “Nee, onderhoud”, lachen de heren. Als ze morgen de Nijmeegse Vierdaagse moeten lopen, dan is dat geen probleem. En overigens: altijd blessurevrij. Dat belooft wat voor de tips.

Schoenen

“Dat schiet me het eerst in de zin”, steekt Geert van wal, “de schoenen. Koop ze áltijd een maat te groot. Kijk”, laat hij zien, “je moet voor in de schoen staan en dan moet er achter nog een vinger bij in kunnen. Want je voet zet uit en dan wordt je schoen anders te klein.” Wat is de beste schoen? “De één zegt dat Nike de beste schoenen heeft, een ander vindt van niet. Voor ons is de beste…” “New Balance”, vult Jan hem moeiteloos aan. “Hoe lang ze meegaan? Ik hou de kilometers die ik loop niet bij. Maar we lopen wel een paar duizend kilometer per jaar. Ja, dat blijft leuk”, lacht hij. “Ik hoorde het dit weekend nog van een ander: je hebt het virus zomaar te pakken.” Janna, de vrouw van Geert, weet er alles van: “het zijn ook gewoon echte buitenmannen. Ik kan Geert niet binnen houden hoor.”

Rusten

“Dat is wel mooi”, is het weer Geert die erin springt, “maar als jij gaat zitten, moet je ook weer op gang komen.” “Jij zit toch wel op die lange tochten?”, vraagt Janna aan Jan, die ook dit ontkennend moet beantwoorden: “Ik zit niet veel. Zelfs het eten doe ik nog wel eens staand tijdens die tochten.” “Maar goed, dit is natuurlijk wel de Struuntocht”, bedenkt Geert zich nog. “dus veel mensen willen wel zien wat er te doen is onderweg.” Aan de heren zelf is dit niet zo besteed. Alhoewel: “Het is wel leuk. Ja, zeker wel. Dan kom je zomaar van die steltlopers tegen, dat is prachtig. We zien het wel, maar we lopen wel door.” Ditmaal misschien iets minder vlot als we gewend zijn, aangezien Geert zijn dochter graag eens met haar vader de tocht wilde lopen. “Dan zal ik wel wat langzamer moeten lopen. Maar zitten: nee hoor, dan verzuurt de brut.”

Verzuring en kramp

Wie dus wel gaat zitten onderweg – waarschijnlijk iedereen behalve de Van Dellen’s – kán maar zo eens te maken krijgen met verzuring en kramp. Ondanks de voorzorgsmaatregel niet te gaan zitten, hebben zelfs deze heren er wel eens mee te maken gehad. Dé tip: “op de tenen gaan lopen”, aldus Geert. Of: “een paar passen wat harder lopen”, aldus Jan.

Tempo

Genoodzaakt zich aan te passen aan een ander, zullen de heren niet in hun eigen snelle tempo lopen. Wie verwacht ze als eerste binnen te zien komen, komt dus bedrogen uit. Máár, je tempo aanpassen aan een ander is eigenlijk geen goed idee. “Loop áltijd in je eigen tempo”, benadrukt Geert. “Denk niet: die loopt harder dus dan doe ik er ook een stapje bij.” “Of”, vult Jan aan, “die loopt zachter en dan ga ik ook wat langzamer lopen.”

Eten en drinken

“Nou, dat is toch niet nodig voor 25 kilometer?”, vindt Geert. Een doorgewinterde wandelaar als hij gaat zonder bagage op pad. Gelukkig is daar vrouwlief Janna die hem even weer met beide benen op de grond zet: “de andere mensen moeten toch wel zorgen dat ze goed eten en drinken”. “Oh, ja”, bedenkt hij zich, “zeker. Ze moeten genoeg drinken en ook wel wat eten. Maar ik zou niet weten wat ik mee moet nemen.”

Tape en vaseline

Twee zaken zou iedere wandelaar op zak moeten hebben en dat is ten eerst sporttape. “Zodra je last van de voeten krijgt, direct een stukje tape erop”, aldus Geert. “Dat zou iedereen bij zich moeten hebben. Maar als je met vijf man loopt, hoef je natuurlijk niet allemaal tape op zak te hebben”, lacht hij. En dan: “ik weet eigenlijk niet zo goed, hoe je dat zeggen moet in de krant”, begint Jan, waarop zijn tweelingbroer direct al weet waar het gesprek heen gaat. Het gaat om vaseline: “tegen het schuren als het warm is en je veel gaat zweten.” Waar u dit moet stoppen is ietwat plat, maar laten we het op de achterkant en rond de edele delen houden. Om een zogeheten ‘blikkenkont’ te voorkomen. En dat klinkt wel als iets wat je graag wilt voorkomen.

Trainen

“Ja, het is wel aan te raden”, vindt Geert, “dat men al een keer 25 kilometer heeft gelopen van tevoren.” “Maar als ze twee dagen achter elkaar 20 kilometer hebben kunnen lopen”, vult Jan weer aan, “dan moet die dikke 25 kilometer ook wel lukken.” De route alvast eens oefenen, raden de heren niet aan. “Doe dat alsjeblieft niet”, aldus Geert. “Ik hoorde al wel eens van iemand die de wandelaars een eerdere editie over zijn land kreeg, dat die er helemaal flauw van was: ‘eerst komen ze van tevoren oefenen, dan op de dag zelf nog eens iedereen er langs en dan gaan ze ook nog eens na die tijd opnieuw aan de struun om te kijken waar ze allemaal langs zijn gekomen’.”

De route

Ditmaal een tip voor de organisatie: “we komen niet één keer door een dorp en dat vind ik funest”, stelt Geert. Jan nuanceert het wat: “het is natuurlijk wel een Struuntocht en geen dorpentocht.” Geert blijft stellig: “we gaan áchter Opende langs, áchter Kornhorn, laten Sebaldeburen net weer liggen en we komen eigenlijk ook nét niet door Grootegast. Ik had het leuk gevonden om in ieder geval dan door ons eigen dorp te komen.” Veel natuur dus deze route en dat kunnen de heren toch ook wel weer waarderen. “Het mooiste? Achter Lutjegast, dat is toch wel heel mooi.” “Maar ook de heide in Opende is prachtig”, vindt Jan. “Alleen min passeren”, komt de snelle wandelaar weer in de heren boven. Verrassingen heeft de tocht niet voor ze in petto, wie zoveel wandelt, heeft alle paden weleens gezien. “Ik weet nog goed”, begint Geert te lachen, “dat we een keer meededen aan een tocht bij Marum en toen zei iemand tegen ons: ‘jullie komen straks nog paden tegen waarvan je het bestaan niet wist’. Nou, dat zullen dan vreemde paden zijn. Wij liepen hier al voordat de paden bestonden.”

Blarenbal

Van een reünie onderweg en allerlei bekenden tegenkomen, willen de heren niet weten. Als ze eenmaal wandelen dan zijn ze aan het wandelen en zelfs voor vrouwlief Janna wordt dan geen stop gemaakt. Maar eenmaal aangekomen op de finish, voorbij het mini-Nijmegen op de Abel Tasmanweg wat Geert het meest bijzonder vindt – “alleen toen wij binnen kwamen zat er nog niemand, net als in Nijmegen”- dán is er tijd voor dat bijpraten en ontmoeten. “Dat komt later bij de tent. Ja, poeh, dát is schitterend”, aldus Geert.

Tot slot

“Mensen realiseren zich niet hoeveel werk er verzet moet worden om een tocht als deze te organiseren. Er is ontzettend veel werk in gestopt door de organisatie”, wil Geert iedereen meegeven. “Daar zou iedereen wel even bij stil mogen staan”, vindt ook Jan. En voor wie het onderweg even niet meer ziet zitten, zijn de laatste woorden van Geert: “al heb je nog zoveel blaren, je hoeft tenminste morgen niet weer.”