Bauke Mollema op koers in Giro: “Meestal heb ik wat tijd nodig om in vorm te komen”

Bauke Mollema ligt op koers in de Giro d’ Italia. Na ruim een week koersen staat de oud Zuidhorner op een vierde plaats in het algemeen klassement. Nairo Quintana greep in de tweede bergetappe afgelopen zondag de macht door de etappe te winnen en daardoor ook op te schuiven naar de eerste plaats in het klassement. De kopman van Treg/Segafredo leverde een topprestatie, werd vierde, en was met Landgenoot Tom en de Fransman Thibaut Pinot de enige die de ontketende Nairo QuintanaDumoulin nog lang bij kon houden. Maandag werd er gerust en het zwaarste deel van de koers moet nog komen, met nog zeven bergetappes. En hoopt Mollema die vierde plaats nog te kunnen inruilen: “Die vierde plaats is mooi. Ik merk dat de vorm begint te komen. Meestal heb ik wat tijd nodig om mijn ritme te vinden. Dat biedt wel perspectief voor de komende week en ik hoop nog wat te gaan klimmen in het klassement. Maar Nairo Quintana verslaan zal erg lastig worden. Hij is echt in goede vorm.”

De eerste drie dagen Giro zijn voor de sprinters. Niet vallen, goed opletten, als het even kan nog een beetje van de natuur genieten. Op dag vier begint het echte werk. Een bergetappe van Cefalù naar de Etna. Een etappe over 181 km. Mollema wordt negende, klaagt over slappe benen maar het levert hem geen schade op. In het algemeen klassement staat de Trek/Segafredo renner op een achtste plaats. ‘Ik hoop de komende dagen goed door te komen en zondag met de besten mee te kunnen. Dat zal een zware etappe worden waarin wel wat verschuivingen in het klassement zullen ontstaan,’ is zijn voorspelling.

En dat klopt. Op de dag dat zijn Feyenoord kampioen wordt, heeft ook de kopman van Trek/Segafredo een goede dag. Op het juiste moment. Mijn gedachten dwalen af naar begin dit jaar. Op uitnodiging van Mollema was ik een weekend bij hem in zijn thuishaven in Monaco. 32 verdiepingen hoog, uitzicht op zee. Hoewel hij er al anderhalf jaar woont, was er van een duik in de Cote ‘d Azur nog  niets gekomen. Het was interessant om te zien hoe de renner zich daar helemaal afsluit van het eliteleven wat zich daar in dat kleine Staatje afspeelt. Voor Mollema geen casino. Geen dure restaurants. Geen uitgaansleven en dus zelfs geen duik in de zee. ’s Ochtends werd ik al vroeg gewekt door de heer des huizes die om 7:00 al grote honger had en de tafel begon te dekken. Aangezien mijn matras daar naast lag, was er geen ontkomen aan. Een grote maaltijd werd naar binnen gewerkt, eer het al even grote balkom werd opgezocht voor allerlei oefeningen met grote ballen, met gewichten en nog wat andere niet ander geïdentificeerde attributen. Duidelijk is wel dat ze het zelfde doel dienen en alle met fitheid en conditie te maken hebben.

Daarna werd het joggingspak ingewisseld voor fietskleding. Een ongeschreven regel bleek dat ik me dan een groot deel van de dag moest vermaken met mijn meegereisde dochter, de vriendin van Bauke en zijn twee kleine kinderen. Het eerste wat we deden was een duik in de zee. Een beetje culturele opvoeding. Terwijl wij genoten van het koude, maar azuurblauwe water en de koffie van 7,50 per stuk op het terras, hing Bauke hijgend over het stuur ergens in de Italiaanse bergen. Thuis gekomen werd er gerust, een flinke maaltijd bereid en terwijl ik me ’s avonds verdiep in het Monacose uitgaansleven, kiest  Bauke voor de rustige variant om de avond door te brengen. De buitengewoon sympathieke gastheer houdt zich afzijdig van al het interessants wat zich daar in het nachtleven afspeelt. Hij duikt weg in zijn grote bank, schurkt zich knusjes aan tegen zijn vriendin houdt zich liever bezig met Boeren die een vrouw zoeken.

In zijn schaarse vrije uren liet hij ons de omgeving zien, maar zijn leven bestaat vooral uit hard trainen, eten en rusten. Alles staat in het teken van de sport. Zijn sport. Wielrennen. Al die uren afzien in de bergen. Al die oefeningen op het balkon, hoe mooi het uitzicht ook mag zijn. Het vergt een enorme discipline en opoffering. Daarbij vergeleken hebben zijn sporthelden in het rood-wit van Feyenoord een soort vakantiebaan. En waarom al dat afzien? Om te kunnen strijden in die paar wedstrijden per jaar die er echt toe doen. Om dan met de aller besten mee te kunnen. Om te strijden voor het hoogste. Daarom was het geweldig te zien hoe Bauke daar in die tweede, zware bergetappe streed, zwoegde, goede benen had en mee deed. Inderdaad,  met de aller besten. Want niet zwemmen in de Cote ‘d Azur en je afsluiten van alles wat Monaco te bieden heeft, dat doe je niet voor de lol.