Belangrijke rol voor dorpsbelangenverenigingen in het Westerkwartier

“De nieuwe gemeente wil dichtbij de burger staan”

WESTERKWARTIER – Niemand die er nog om heen kan. Op 1 januari 2019 fuseren de gemeenten Zuidhorn, Leek, Grootegast en Marum en gaan zij samen de nieuwe gemeente Westerkwartier vormen. Een hele gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor zowel de vier gemeentelijke organisaties als voor de burgers. Daarom worden er momenteel voorbereidingen getroffen en plannen gemaakt die de inwoners van de toekomstige gemeente duidelijkheid moeten verschaffen. Over zaken die ervoor moeten zorgen dat de dienstverlening in de nieuwe gemeente voor iedereen bereikbaar en helder blijft. Deze plannen zijn vastgelegd in het ‘DNA’ van de gemeente Westerkwartier. DNA wat staat voor ‘dichtbij, nuchter en ambitieus’. “De laatste twee uitdrukkingen spreken voor zich in deze regio”, stelt Eric Paré. “’Dichtbij’ behoeft misschien wat uitleg, omdat een schaalvergroting haaks lijkt te staan op het dichterbij komen.”

Eric Paré is momenteel gemeentesecretaris in Grootegast en beoogd directeur in de nieuwe gemeente, onder de nieuwe beoogd gemeentesecretaris Astrid Schulting. Recent informeerde Paré de besturen van de dorpsbelangenverenigingen in de gemeente Zuidhorn over de plannen van de gemeente Westerkwartier, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor deze dorpsbelangenverenigingen. “Het aanspreekpunt voor de gemeente in de dorpen”, duidt Paré. Het is een uitvloeisel van de vier gemeenten om hun huidige dorpenbeleid op één lijn te krijgen. “Momenteel werkt elke gemeente op haar eigen manier”, vertelt Paré, “en dat werkt prima. Het levert overal een goed gevoel op. Toch gaan we toe naar één gemeente, en dus één beleid op dit gebied.” Straks telt de gemeente Westerkwartier 41 dorpen en dat vraagt om een andere benadering, weet Paré. “In samenwerking met Groninger Dorpen worden alle dorpen in het Westerkwartier momenteel voorbereid op de aanstaande herindeling, want er gaat natuurlijk wel wat veranderen. Dat kan niet anders.” De insteek blijft echter wat de dorpen gewend zijn; een gemeente die ten aller tijde dichtbij de inwoner staat. Paré: “Dat houdt in dat je zichtbaar moet zijn in de dorpen. Door de schaalvergroting kan je als gemeente verder op afstand komen te staan en dat moeten we zien te voorkomen. En dat gáán we ook voorkomen. Opschalen betekent ook een verdiepingsslag maken.” Vanaf januari werkt de gemeente Westerkwartier met speciale dorpenfunctionarissen en leefbaarheidsadviseurs. “Zij zijn de ogen en oren van de gemeente in het dorp, en omgekeerd”, legt Paré uit. “De draaischijven waar de communicatie tussen dorp en gemeente omheen draait. Na de jaarwisseling zullen zij de opdracht meekrijgen het in kaart brengen van de wensen en behoeftes van de dorpen. Daarbij staat centraal de vraag ‘Hoe ziet het dorp het?’. We hopen in het eerste kwartaal de eerste resultaten daarvan binnen te hebben en door te kunnen schakelen. Kijken naar de middelen en de mankracht die nodig is om tegemoet te komen aan de wensen van de dorpen, en naar de haalbaarheid.” De gemeente Westerkwartier moet denken vanuit de burger, vindt Paré. “Vanuit de systeemwereld naar de leefwereld. Gemeenten hebben soms de neiging om te denken in systemen. Vragen vanuit de gemeenschap direct weg te leggen met de boodschap: ‘Nee, dit past niet in het beleid.’ Dat moet anders, het kan ook anders. Je moet als gemeente rekening houden met de leefbaarheid in de dorpen.” Het behoeft uitleg en dat geeft Paré. “Als er een aanvraag binnenkomt van iemand die 20 schuurtjes op zijn erf heeft staan en er een 21e bij wil bouwen kan je als gemeente zeggen dat het zo wel genoeg is. Je kan ook met iemand om de tafel gaan zitten. Kijken of hij bereid is om de twintig afzonderlijke gebouwtjes –of een deel daarvan- in te ruilen voor één grote schuur. Win-win.” Daarbij is snel handelen belangrijk, wat volgens Paré geen problemen gaat opleveren. “De vier Westerkwartiergemeenten zijn al gewend om snel te handelen, dus dat moeten we zien door te zetten na de herindeling. De gemeente is er voor de burger, zo zien we dat ook.”

Volgend jaar, stelt Paré. “Dan moeten we serieuze stappen hebben gezet en moeten de eerste contouren van onze dienstverlening zichtbaar zijn.” Waarmee het traject niet ten einde is, “want we blijven monitoren”, weet Paré. “We hebben wel heel mooi bedacht dat we met onze leefbaarheidsadviseurs naar de dorpen gaan, in gesprek gaan met dorpsbelangenverenigingen en uitvissen waar de dorpen bij gebaat zijn, maar werkt het ook? Dat is uiteindelijk toch het belangrijkste, dat wat wij in de theorie hebben bedacht ook in de praktijk goed werkt.” Een nieuwe vraag is snel gesteld: wat nu als het allemaal niet zo uitpakt als van te voren bedacht? “Dan schakelen we door”, antwoordt Paré. “Als iets niet –of anders- werkt dan vooraf gedacht, dan moet je heroverwegen. Zo groot moet je als gemeente ook zijn, om je ongelijk toe te geven en de nodige aanpassingen door te voeren a;s dat nodig blijkt te zijn. Uiteindelijk draait het om de burger, de inwoners van het Westerkwartier. Voor hen moet de dienstverlening bereikbaar blijven en de gemeente dus dichtbij. Precies zoals het DNA voorschrijft.”