‘Cheerleading is heel iets anders dan dansen in een rokje’

WSBF

Gymnastiekvereniging WSBF surhuisterveen

WSBF SURHUISTERVEEN

SURHUISTERVEEN – Geheel tegen alle trends in blijven de leden toestromen bij WSBF, de  gymnastiekclub uit Surhuisterveen. Toverwoord? Blijven vernieuwen, volgens voorzitter van de vereniging Jasper Bergsma. Cheerleading is vanaf 1 oktober vast onderdeel van de club. Voor de fun, maar zeker ook om te scoren. Doel: meedoen aan het Nederlands kampioenschap.
“Het is weer eens iets anders hè?”, begint Bergsma zijn verhaal. “Je moet zo nu en dan vernieuwen om de sfeer leuk te houden. Natuurlijk werden we ook wel een beetje gedwongen om nieuwe dingen te bedenken. Afgelopen jaar zijn we Nederlands kampioen trampolinespringen geworden en daardoor moesten we verplicht promoveren van de B- naar de A-klasse. Nou ja, dat niveau ligt twee keer zo hoog. Zover zijn we niet. Of dat een gemiste kans is? Op zich misschien wel, maar we zijn er nog niet klaar voor. De meiden moeten dubbele salto’s springen, dat werk. Dat moeten we niet willen als vereniging. Het moet wel vertrouwd zijn. Volgend jaar kunnen we gewoon weer op ons eigen niveau instromen. Voor nu besteden we even iets minder aandacht aan het groepsspringen.” Nu worden de dames opgeleid tot cheerleader. “Ja. Maar dat is niet gewoon een dansje in een rokje hè? Die meiden worden gewoon vier meter de lucht ingegooid. Het is een combinatie van acrobatiek en dans. Ze dansen in een groep, gooien elkaar in de lucht, maken salto’s en torens van wel vier meter hoog. Het is een technische sport, maar ook risicovol. Daarom worden de coaches Griet, Hielkje en Baukje professioneel opgeleid. Zij krijgen een cursus van de Dutch Cheerleading Assosciation en ook op EHBO-gebied worden ze getraind. Natuurlijk is plezier het belangrijkst en het versterkt de onderlinge betrokkenheid. Maar presteren willen we ook. Het doel is meedoen aan de landelijke kampioenschappen. Als we iets doen, doen we het goed.” Cheerleading is niet de enige vernieuwing bij de club. Onlangs is voor jongens het ‘freerunnen’ geïntroduceerd.  “We hebben al twee groepen: één van kinderen tussen de acht en twaalf  jaar en een groep van dertien jaar en ouder. Totaal zo’n dertig kinderen. Freerunnen kun je  het best vergelijken met het Apenkooi van vroeger. Maar dan een heftige variant ervan. Dat slaat ongelofelijk aan. We dachten eerst dat het een hype was, maar het blijkt juist een constante factor. We zijn inmiddels gegroeid van 190 naar 220 leden. Natuurlijk gaat het niet vanzelf. Als bestuur steken we er behoorlijk wat vrije tijd in. Neem de afgelopen twee jaar. Toen hebben we de Nederlandse kampioenschappen trampolinespringen in Surhuisterveen georganiseerd. Het duurt best lang voor je het vertrouwen van de bond krijgt om dat te mogen doen. Dat begint eerst bij de Friese kampioenschappen, daarna de districtfinales en de halve finales. Als dat goed gaat, mag je op landelijk niveau iets organiseren. Ook hierin denken we: doe het goed of doe het niet. Of we nog iets te wensen hebben? Ja. Een startersgroep acrobatiek en jonge kinderen voor de kleutergym. Dat zou perfect zijn”, besluit de gedreven voorzitter.