Coalitie wil snel duidelijkheid over MOA

Belangstellenden enthousiast over plannen de Oostergast

BUITENPOST – Uiterlijk eind mei moet er duidelijkheid zijn over de ontwikkeling van de Maatschappelijke Onderneming Achtkarspelen (MOA). Dat heeft de gemeenteraad afgelopen week unaniem bepaal. Het initiatief daartoe kwam niet van de oppositie, maar van de eigen coalitiepartijen. De MOA moet de opvolger van Caparis worden.

De MOA is het stokpaardje van de PvdA. De partij pleitte er al voor tijdens de verkiezingen van 2014. Later kwam de MOA in de collegeplannen, maar aan de uitvoering daarvan lijkt nog niet begonnen te zijn. Daarom willen FNP, PvdA en GBA dat er tempo gemaakt wordt.

Volgens de PvdA is de MOA nog steeds ‘een onmisbaar element’, althans zo bepleitte voorman Theun Nicolai. “Het moet geen academische grootheid worden, maar een fysieke MOA. Straks kunnen we weer lekker zelf beslissen hoe we het wel en niet gaan doen. Zo langzamerhand werd dat wel eens tijd.” Nicolai verwijst daarmee naar Caparis. Op de organisatie zouden individuele gemeenten nog nauwelijks sturing hebben.

Interesse in de MOA is er ook vanuit het CDA. “Als de mensen zich straks melden moet er wel een zinnige baan voor hen klaarliggen. De mensen die nu uitstromen moeten zich daar straks welkom voelen,” stelde Harjan Bruining. “Wat de uitkomst ook wordt, we zijn verplicht om een goed werkgever te zijn.” De partij is bang dat de MOA een ‘meerkoppig bedrijf’ wordt en wil dat voorkomen.

Wethouder Gerda Postma (PvdA) had meer woorden nodig om het eisenpakket van de coalitiepartijen te omarmen. “In ons concept is de MOA een tussenstation, waarvan we het eindstation nog niet helemaal weten. Als werkgevers alle mensen uit de sociale werkvoorzieningen in dienst nemen, hebben we geen MOA nodig. Toch is het onze intentie dat de MOA er gewoon komen. Ja, dat duurt mij ook te lang.” Alle woorden gehoord hebbende wilde de wethouder geen overhaaste keuzes maken. “Je kunt wel een bordje ‘MOA’ op de deur slaan, maar dan ben je niet waar we willen zijn.”

De organisatie moet volgens Postma ook voor zorgen dat mensen voldoende verdienen. “Iedereen heeft recht op een fatsoenlijk dienstverband en een goed financieel plaatje.”