“De Abel Tasman Struuntocht is een feest van herkenning”

Struuntocht Laura-24

Struuntocht Laura-19Struuntocht Laura-20Struuntocht Laura-21Struuntocht Laura-22Struuntocht Laura-23Struuntocht Laura-15Struuntocht Laura-16Struuntocht Laura-9Struuntocht Laura-11Struuntocht Laura-12Struuntocht Laura-13Struuntocht Laura-14Struuntocht LauraStruuntocht Laura-2Struuntocht Laura-3Struuntocht Laura-4Struuntocht Laura-5Struuntocht Laura-6Struuntocht Laura-7Struuntocht Laura-11Struuntocht Laura-17Struuntocht Laura-18Struuntocht Laura-9Struuntocht Laura-10Struuntocht Laura-15Struuntocht Laura-16LUTJEGAST- Rond kwart over negen loopt een groep mannen in gele shirts het startterrein op van de Abel Tasman Struuntocht in Lutjegast. Voor sommigen van hen is het de eerste keer sinds 28 jaar dat ze voet zetten in het gebied waar ze zijn opgegroeid. De meesten hebben elkaar al sinds hun jeugd niet meer gezien. Voor hen is de Abel Tasman Struuntocht een reünie. Het zijn de voormalige wielrenners van de Boersemaclub uit Grijpskerk. Jan Wieger de With vertelt waarom hij iedereen heeft overgehaald om mee te doen aan de Struuntocht. “Hier liggen onze roots. Hier komen wij vandaan.”

De ceremonie die om half acht begon heeft de Boersemaclub gemist. Bij de ceremonie worden de eerste Struners van harte welkom geheten door de voorzitter van de Struuntocht, Piet Miedema. “Vrienden van de Abel Tasman Struuntocht,” begint hij zijn welkomstpraatje. Niet veel later is het woord aan dijkgraaf Bert Middel van waterschap Noorderzijlvest. “Moi Struners,” begroet hij de eerste groep wandelaars in het startvak. Zodra hij de microfoon terugzet, begint muziekkorps de Bazuin een lied te spelen. En dan is er nog de 13-jarige Emma van der Vaart die op het podium een lied zingt. Haar vader, tevens mede-organisator van de Struuntocht, Bert van der Vaart staat trots naar haar te kijken. “Mooi hé?”

De wandelaars uit het startvak vertrekken. Op naar Eibersburen. Vanaf daar gaan ze in bussen naar het Strandheem in Opende waar de echte tocht kan beginnen. De voormalige wielrenners zitten rond tien uur in de bus. Zij staan net als vroeger nog steeds bekend als de Boersemaclub, vertelt Jan Wieger. “Wij noemden ons zo omdat wij gesponsord werden door een Grijpskerkse slager, Kor Boersema. Vanavond aan het einde van de tocht, gaan we nog bij hem barbecueën.” De groep die uit negen mannen bestaat, stapt uit bij Strandheem. Zo is er Willem die met twee stokken loopt, Rik die een zonnebril draagt, de eeneiige tweeling Nico en Peter, Erik, Wim, Pim, Arnold en Jan Wieger.

Vrolijke stemming

Ze zijn in een vrolijke stemming al moet er bij Rik toch iets van het hart. “Ik weet het nog goed. We reden de Wielerronde van Grijpskerk en Arnold en ik waren ontsnapt uit het peloton. Wij reden met z’n tweeën voor de overwinning. Arnold reed net iets achter mij en zei steeds ‘ik ben zo moe, zo moe, ik kan niet meer.’ Dus ik denk, nou hij is moe, ik ga winnen. Vlak voor de finish rijdt hij mij voorbij en wint hij de Wielerronde van Grijpskerk. Dat doet me nog steeds pijn,” grijnst hij quasi-gefrustreerd. Arnold begint te lachen en ook Jan Wieger schiet in de lach.

“Hoe lang is dat al niet geleden? Dertig jaar?” vraagt Jan Wieger. “Ja, ik ben nu 47 en toen was ik 17,” weet Rik die het gebeuren nog goed op zijn netvlies heeft staan. Jan Wieger haalt een herinnering op aan Nico en Peter die volgens hem tijdens het wielrennen bekend stonden als de vechtende tweeling. “Ze reden elkaar altijd de sloot in, ze wilden niet onderdoen voor elkaar,” zegt hij gekscherend. “Nou ik heb nooit in de sloot gelegen hoor, nooit,” verdedigt Nico zich lachend.

“Weet je wat we gaan doen?” vraagt Arnold die volgens Nico net als vroeger nog vol met ideeën en streken zit. “Vroeger reden we altijd een rondje Grootegast en Grijpskerk. Dat was een rondje van 30 kilometer. Na twee kilometer begon iedereen als een gek te demarreren. We kwamen nooit als een ploeg aan. Bij de plaatsnaamborden van de dorpen die we onderweg tegenkwamen, Niekerk, Sebaldeburen, Grootegast en Grijpskerk deden we altijd een wedstrijdje wie het eerst voorbij het bord was. Dat gaan we straks ook doen bij de plaatsnaamborden die we onderweg tegenkomen,” vertelt de enthousiaste Arnold die van plan is om tijdens de tocht met de groep heel wat streken uit te halen.

Terwijl Nico een kaart uit zijn rugzak pakt, lopen er twee zeemeerminnen langs. Ze dragen een blauwe jurk met een vin die over de grond sleept en tegen hun voeten tikt. Vrolijk lopen ze voorbij, richting het strand waar een koor voor muziek zorgt. Samen met Arnold bekijkt Nico de kaart. De volgende stop is het Curringherveld in Kornhorn. Vol goede moed hangen ze hun rugzakken over hun schouders en lopen samen met de rest van de club pleisterplaats Opende uit.

Thuiskomen

Willem loopt in het midden als de groep het Curringherveld bij Kornhorn binnenkomt. Triomfantelijk houdt hij zijn stokken omhoog, de lucht in. Het gaat goed met de club, vertelt hij. Niemand heeft nog last van blaren en iedereen heeft elkaar flink wat te vertellen, voegt Jan Wieger toe. “Het is zo leuk deze Struuntocht. Je hoort de hele dag Westerkwartiers om je heen en je loopt door de omgeving waarin je opgegroeid bent. Het voelt echt als thuiskomen. En dan is er nog de hele entourage waar je naar kunt kijken. Dat is echt super,” vertelt de voormalige wielrenner uit Grijpskerk.

Hij doelt bijvoorbeeld op de muzikant op het podium in het Curringherveld die zingt en trompet speelt. Veel wandelaars zitten op strobalen of plastic stoelen te luisteren en te eten. De bolletjes kaas worden uit de tas gehaald en er staan heel wat mensen bij de eet- en drinkkraampjes. Bij de Poele van Boele staan een drietal meisjes in blauwe kleding op blauwe geknutselde waterlelies. Uit een bosje bij het meer komt Indische muziek. Een heks met een zwarte hoed en een bezemsteel loopt tussen de waterlelies door. Langs de kant zit Ubbo Gorter met belletjes te rammelen om de Struners die rond de poel naar de volgende plaats lopen aan te moedigen. “Kom op dames, kom op,” roept hij aanmoedigend als er een groep vrouwen voorbij wandelt.

“Kom op heren, we gaan,” probeert Erik de rest van de Boersemaclub duidelijk te maken. Hij doet dat door zijn armen in de lucht te gooien als teken dat hij wil vertrekken. “Ja dat deed hij vroeger als we gingen fietsen ook altijd,” herinnert Jan Wieger zich. “Dan gingen we er vandoor,” grijnst hij. Rond de Poele van Boele lopen ze samen naar de pleisterplaats in Boerakker. Daar swingen kinderen aan touwen, varen kinderen in rode kajaks, zijn twee mannen bezig met het maken van een survivalnet en draait een dj vrolijke hits. Een Struner krijgt hij daarmee zelfs aan het dansen. Swingend met haar armen op de muziek van Ariana Grande loopt ze linksaf het weiland in.

Herkenbare verhalen

Ook staat er in Boerakker een opgeluchte Wim Meilink, organisator van de pleisterplaats met een racefiets in de hand. “De wandelaars die voorbij komen zijn heel relaxed, het gaat allemaal heel erg goed. We hadden alleen iets meer kinderen verwacht, maar we zijn blij met de kinderen die er nu zijn.” Zodra hij wegfietst om de kraan af te breken die een hindernis boven het water houdt, komt de Boersemaclub het Wilgepad bij de pleisterplaats in Boerakker oplopen. “We voeren onderweg echt diepgaande gesprekken,” vertelt Willem. “Elk verhaal dat iedereen vertelt is zo herkenbaar. Zo zijn de meesten van ons gescheiden of hebben ze een midlifecrisis meegemaakt. Sommigen zijn zelfs punker geweest. Na zo’n lang weerzien zijn we na vijf minuten nog niet uitgepraat,” vertelt hij.

De groep rust met een kop koffie even uit op een van de tafeltjes in het veld. Net als bij veel andere Struners die langslopen, vindt de groep de tocht nog prima vol te houden. Eenmaal in Grootegast bij cafetaria De Klap is het een ander verhaal. Voor enkelen van de voormalige wielrennersclub uit Grijpskerk duurt de tocht lang genoeg. Toch zijn ze allemaal nog in een vrolijk humeur als ze richting de Caspar Robles Dijk lopen. Daar worden ze opgewacht door de ouders van Erik. Hij neemt het zakje kaas over van zijn ouders en deelt die uit. Ook gaat er een zak met droge worst rond.

Streken

Van de streken die Jan Wieger en Arnold van plan waren uit te halen onderweg komt volgens Jan Wieger niets terecht. “We zijn zoveel aan het praten en lopen op zulke smalle paadjes dat we nog geen streek uitgehaald hebben. Maar we zijn denk ik ook wat milder geworden met z’n allen. We zijn niet meer zo wild als dertig jaar geleden. We wachten nu zelfs op elkaar.” Dat was tijdens het wielrennen vaak wel anders, vertelt Jan Wieger lachend. “Ja,” beaamt Willem. “Je had de dieseltjes en de sprinters. Ik was een dieseltje, ik kwam langzaam op gang en Jan Wieger en Arnold waren altijd heel snel. Zij waren echte sprinters.”

Tijdens het lopen naar het Marktplein in Grootegast vertelt Arnold over de tocht. “Het is echt een feest van herkenning. Je komt zoveel mensen tegen van vroeger. Dat is echt heel leuk.” Een paar minuten nadat hij dat gezegd heeft, houdt de groep even stil en zwaait naar een oud-dorpsgenoot die vanuit zijn huis de Struners voorbij ziet lopen. “Succes hé, nog een paar kilometer,” schreeuwt hij hen toe waarna de groep zich lachend weer in beweging zet.

Op het Marktplein in Grootegast wordt de groep begroet door twee vrouwen in kleurige Hawaiiaanse kleding. Ze delen bloemenkransen uit. Er is een strand met tuinstoelen en er wordt muziek gemaakt op trommels. De groep loopt het strand op het Marktplein voorbij en komen daar de vrouwen van Erik en Jan Wieger tegen in de auto. Ook familie van andere wielrenners uit de club wordt enthousiast begroet.

De laatste loodjes

De laatste kilometers gaan door de natuur en de laatste meters over de weg. Daar krijgen de Struners een gladiool. Willem kijkt naar de lange groene stengel. “Dat doen ze bij de Avondvierdaagse ook. Dan krijgt iedereen een gladiool. Dat komt van het spreekwoord de dood of de gladiolen,” vertelt hij terwijl hij een aantal Lutjegasters passeert die vanuit de tuin of langs de kant van de weg aanmoedigingen roepen.

Feestelijke muziek wordt gedraaid, zowel door een dj in een tuin als door een dj boven op de boog van de finish. Schuim uit een schuimkanon schiet de lucht in en rond zes uur ’s avonds loopt de Boersemaclub met een gladiool in de hand of over de schouder de boog door, het finishterrein op waar ze eerder die ochtend ook zijn gestart. Daar krijgen ze van familie die hen staat op te wachten nog een zonnebloem.

Ze schuiven aan een van de tafels op het finishterrein, tussen de andere Struners waarvan de meesten aan de patat en frikandellen zitten. Zelf heeft de club nog een barbecue in Grijpskerk bij Kor Boersema. Aan tafel zijn de meeste mannen van de Boersemaclub in gesprek met familieleden of bekenden van vroeger. Jan Wieger de With kijkt terug op een geslaagde tocht. “Ik wist niet dat wandelen zo leuk kon zijn. De meesten van ons zijn bijna vijftig, misschien dat we dan wel weer iets gaan organiseren. Maar nu eerst vieren dat we het gehaald hebben,” besluit hij lachend.