“De Bijbel is voor veel mensen een houvast, troost in moeilijke tijden”

Gereformeerde kerk Visvliet 85 jaar

VISVLIET – Gedurende een jaar loop je als redactie weleens tegen onderwerpen aan waarvan je voelt dat je er meer mee kan doen. Moet doen ook. Een gebeurtenis waar je verslag van doet, zonder de geschiedenis die daar aan hangt helemaal recht te doen. Gelukkig hebben we elk jaar weer een schitterende kersteditie van de Streekkrant waarin wij ruim kunnen uitweiden over al het mooie dat de Streek te bieden heeft. Verhalen die noodgedwongen zijn ingekort of overgeslagen komen alsnog aan bod. Zoals het feit dat de Gereformeerde Kerk in Visvliet dit jaar haar exact 85 jaar bestaat. In oktober werd daar uitgebreid bij stilgestaan in het pittoreske dorpje op de grens van Groningen en Friesland. De Streekkrant zoekt bestuursleden Iko Kiestra (69) en Nittert Marinus (77) van de kerkenraad op voor de Visvlieter verhalen uit de kerk en natuurlijk een mooie boodschap voor de komende kerstdagen.

Het onthaal is warm. Op tafel liggen mappen vol verhalen en krantenknipsels uit oude tijden. Dat wekt geen verbazing in de wetenschap dat de Oudheidskamer van Visvliet, met archief, gevestigd is in de naastgelegen woning. We worden meegenomen naar 1933. “Het jaar waarin de Gereformeerde Kerk van Visvliet werd gesticht”, vertelt Iko. “Daarvoor moesten de gereformeerde families naar Burum. Elke zondag liep men, let wel: fietsen was nog uit den boze in die tijd op zondag, over het kerkenpadje naar de andere kant van de grens. Toen in ’33 de openbare basisschool besloot een ander onderkomen te zoeken werd in het voormalige schoolgebouw een kerk gerealiseerd.” Dat ging niet zonder slag of stoot, vervolgt Nittert. “Er moest namelijk nog het één en ander verbouwd worden.”

Oude plaatjes laten zien dat de gebouw dat tot dan toe dienst deed als school een nieuwe voorgevel kreeg. Het gebouw werd hoger om ook boven mensen te kunnen plaatsen. Hoognodig in een tijd dat de kerken nog vol zaten. “Dat is in de afgelopen decennia wel minder geworden”, weet Iko die zelf al 50 jaar is aangesloten bij de Gereformeerde Kerk. Jammer, vindt hij, “maar de tijd heeft niet stilgestaan. Het religieuze maakt steeds meer plaats voor het rationele. Mensen denken steeds meer zelf na over het geloof en het leven. Deze tijd nodigt daar ook toe uit. Praten over het geloof wordt steeds gemakkelijker, het op je eigen manier belijden ook. Wij zijn als mens gemaakt, en denken daarom ook als een mens. We proberen wel goddelijk te denken, maar daarin slagen wij niet altijd. We kunnen niet alles begrijpen.” De woorden van Iko vormen de aanzet voor een set anekdotes. En over het verschil van ‘toen’ en ‘nu’. Nittert: “Vroeger mocht je niet veel op zondag als kind uit een gereformeerd gezin. Ik weet nog dat ik een jaartje of 17 was en eindelijk op zondagmiddag een eindje mocht rijden op mijn brommer. Wij wilden natuurlijk naar Eenrum waar toen al motorcrosswedstrijden werden verreden. Maar dat moesten ze thuis zéker niet te weten komen. Eenmaal weer thuis zat mijn vader al klaar; waar ik was geweest. Ik probeerde mij er nog van af te maken met het verhaal dat ik een blokje om was gereden, maar en bekende had mij in Eenrum gezien. De les ‘al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald hem wel’ heb ik daar geleerd. Al moet ik wel zeggen dat mijn vader het goed opnam.”

Iko vertelt vroeger wel naar de zondagsschool in de Hervormde kerk te zijn geweest. “Dat vond ik prachtig”, herinnert hij zich. “Maar het kon toen eigenlijk nog niet. Het hele PKN-gebeuren, waarbij de Nederlandse Hervormde kerk, de Gereformeerde kerk en de Evangelisch-Lutherse kerk samen zijn gegaan, was destijds nog ondenkbaar. Mijn ouders werden er ook op aangesproken. Immers, kinderen uit gereformeerde gezinnen hoorden niet thuis in de Hervormde kerk.” Het zijn wel de eerste tekenen dat gezinnen wat ‘losser’ werden in hun opvattingen. Iets dat men ook terugziet in bijvoorbeeld het Avondmaal, stelt Nittert. “Vroeger moest je eerst een belijdenis doen voordat je mocht meedoen aan het Avondmaal. Ook mocht je bijvoorbeeld geen ruzie hebben met je buurman. Alles wat ‘slecht’ was moest voor het Avondmaal worden opgelost.” Iko vult aan: “Het is goed dat dat gemakkelijker is geworden. Ik kan mij herinneren dat een geestelijk gehandicapte jongen mee wilde doen. Dat kon niet, vond men. Hij zou zich niet bewust zijn geweest van zijn belijdenis en de betekenis daarvan. Wel vond deze jongen het ontzettend leuk en interessant, dat is ook wat waard. Ik weet zeker dat God het hem vergeeft en misschien zelfs wel op prijs heeft gesteld dat hij mee wilde doen. Tegenwoordig mag iedereen meedoen en dat vind ik prima. Want wie niet gelooft komt toch niet naar het Avondmaal.”

Het zou niet de enige keer zijn dat Visvliet de teugels liet vieren. Revolutionair was ook de benoeming van de eerste vrouw in de kerkenraad. Het is dan al in de jaren ’80. “Ja, dat was tegen het zere been van de oudere kerkgangers”, weet Nittert, “veel mensen hadden daar wel een mening over. En dan eentje die vandaag de dag niet erg gangbaar meer is.” Het tekent de verandering die de kerk en ook de gemeenschap heeft ondergaan. We besluiten een gevoelig punt aan te snijden. Recent gaf Bouwe van der Weide als voorzitter van de kerkenraad aan dat de Gereformeerde kerk nog honderd leden telt, waarvan er gemiddeld 40 per zondag in de kerk zitten. “Ook dat is een feit”, bevestigt Iko. “Ik denk niet eens dat men minder is gaan geloven. Mensen zijn anders gaan geloven. Zonder de ‘verplichting’ om elke zondagochtend in de kerk te zitten. We zien dat ook terug bij onze kinderen. Ze doen het anders.” Nittert herkent de woorden van Iko. “Ik heb mij tijden druk gemaakt om mijn zoon. Die bleef op zondag lekker in bed liggen, net zo lang dat wij al in de kerk zaten. ‘Ik kom zo’, zei hij dan. Vervolgens zat ik onrustig in de kerk. Elke keer als de kerkdeur open zwaaide keek ik of mijn binnen kwam lopen. Mooi niet dus. Nou, uiteindelijk besloot ik om het maar los te laten. De jongere generaties geloven echt nog wel, maar op hun eigen manier.” En het strenge past ook niet meer in deze tijd, vindt Iko. “Ook wij moeten met onze tijd mee. Des te strenger de kerk, des te meer mensen er wegblijven.”

In plaats daarvan worden er gedurende het jaar bijzondere diensten georganiseerd. “Al is elke dienst bijzonder”, lacht Nittert. “Regelmatig hebben we hier een zangkoor of een organist. Dat zijn altijd prachtige momenten om mee te maken.” En niet om te werven, aldus Iko. “Natuurlijk hopen we in ledenaantal te mogen groeien, maar het is geen doel. Wij zijn een open en eerlijke kerk. Een warme kerkgemeenschap ook en die warmte proberen wij altijd uit te stralen en door te geven. Ook aan buitenstaanders die ten aller tijde welkom zijn om een dienst bij te wonen. Als iemand daarop besluit dat dit de kerk is waar zij zich bij aan willen sluiten, super, en anders is het ook prima.” Het tweetal beseft dat de tijden dat de kerk bepalend was in het dorp reeds vervlogen zijn. “Het is de tijd die onverminderd doortikt”, weet Nittert. “Even uit de losse pols was vroeger 80 procent van de inwoners van Visvliet kerkelijk. Dat is nu eerder andersom. Hoe dat komt? Ik vermoed natuurlijk verloop, waarbij ook steeds meer mensen van buitenaf in het dorp zijn komen te wonen. Dat is natuurlijk goed, maar zorgt er wel voor dat de binding met de kerk minder is geworden.”

Toch heeft de Visvlieter kerk er recent wel nieuwe leden bij gekregen. Na de noodgedwongen sluiting van de kerken in Kommerzijl en Niezijl zijn deze gemeenschappen naar Grijpskerk verhuisd. “Tenminste, de meesten”, wijst Iko op de leden uit deze twee dorpen die naar Visvliet zijn gekomen. “Blijkbaar heeft een kleine kerk toch zo zijn charme. Ook al hebben we sinds 1974 geen eigen dominee meer. Dat is met honderd leden niet op te brengen dus werken we met gastdominee’s. En ach, dat werkt goed.” Op naar de volgende 15 jaar. Dan viert de Gereformeerde kerk van Visvliet haar honderdjarig bestaan. Beide heren hopen dat de kerk dat mee gaat maken en niet hetzelfde lot beschoren is als Kommerzijl en Niezijl. Aan de inzet zal het in ieder geval niet liggen. Van de veertig vaste kerkgangers helpen er zeker dertig mee om de kerk draaiende te houden. Zij doen pastoraal werk, bezoeken mensen thuis of hebben een bestuursfunctie. “Het vergroot de betrokkenheid”, besluit Iko die zelf dus in het bestuur zit. “Je moet het met elkaar doen en dat zit hier wel goed. We doen het met z’n allen en benutten iedereen op zijn of haar sterke punten. De één is goed met de Bijbel, een ander is  beter met een hamer. Samen houden we de kerk wel draaiende.” Als er ergens een kerk kan bestaan in een kleine gemeenschap, dan is dat in Visvliet, constateren wij. Na 85 jaar is het einde nog niet in zicht. “De Bijbel is nog altijd voor veel mensen een houvast, het biedt troost in moeilijke tijden.”

Hieronder de foto’s die gemaakt zijn tijdens het jubileumfeest van de Gerformeerde kerk Visvliet: