De rol van de seniorenvoorlichter is veranderd, het nut niet

Grootegast Streekhistorie Gre Boonstra

GROOTEGAST – In de Streekkrant van 6 november 2007 deed Gré Boonstra uit Grootegast een oproep. Zelf is ze vanaf 2006, vanaf het begin af aan, seniorenvoorlichtster van de gemeente Grootegast en bij die taak kon ze in 2007 wel wat versterking gebruiken. Van de tien actieve seniorenvoorlichters na die oproep, zijn er nog altijd vijf bezig met het “helpen en de weg wijzen”, zoals Gré het destijds verwoordde. Ondanks dat de ouderen van nu beter geïnformeerd en vaak actiever zijn, hoeft ze niet na te denken of haar taak nog nut heeft. “Jazeker. Misschien ben je nu nog goed gezond en goed ter been, maar weet je ook waar je terecht kan als dat veranderd?”

“Ons doel is om mensen die alleen zijn, die bijvoorbeeld maar weinig familie in de buurt hebben, te stimuleren actief te zijn, zodat ze niet vereenzamen of zichzelf verwaarlozen”, vertelt Gré. “Iedereen die 75 wordt, krijgt een brief met het verzoek of ze voorlichting willen hebben. Als dat het geval is, komt er een seniorenvoorlichter langs met een vragenlijst.” Onderwerpen als wonen, mobiliteit, gezondheid en financiën komen daarop voorbij.

De rol van de seniorenvoorlichter kan het beste worden gezien als bemiddelaar. “Wij doen niks voor de mensen; het is niet zo dat iemand een vraag heeft en wij de oplossing brengen. Iemand die bijvoorbeeld slecht voor zichzelf zorgt, wijzen we op de mogelijkheid van Tafeltje Dekje en brengen we met die instantie in contact.” De zaken waar ouderen tegen aanlopen zijn heel divers. “Mensen krijgen bijvoorbeeld een rollator, maar kunnen daarmee niet over de drempel komen of hebben een paadje voor het huis wat zo schots en scheef ligt dat ze er niet langs kunnen met rollator. Of ze krijgen een scootmobiel, maar hebben in huis geen stopcontact om de scootmobiel op te laden.”

Waar ze toch vooral veel tegenaan loopt is de eenzaamheid. “Als je het op een rijtje zet, zijn er toch veel mensen een beetje eenzaam. Daarom zijn er ook vragen als ‘heeft u contacten’, ‘hoe heeft u deze contacten’, en ‘zou u meer contacten willen’, in de vragenlijst opgenomen. Mensen hebben vaak een drempel om ergens aan mee te doen. Als je oppert dat ze naar de ouderensoos kunnen, dan is het antwoord al: ‘ik ben nog niet oud’. Maar juist de actieve ouderen hebben we nodig om een soos bijvoorbeeld draaiende te houden. Je hoeft echt niet altijd heen, maar je krijgt bij een activiteit wel contact met anderen. Dan praat je eens met mensen met wie je anders niet praat. Daar probeer ik wel mijn best voor te doen.”

Er is wel het één en ander veranderd aan de rol van seniorenvoorlichter sinds de start. “We begonnen toen met een achterstand en moesten nog alle ouderen in de gemeente bezoeken. Daarom begonnen we met de mensen van 90 jaar of ouder. Oh ja, dat zijn er een heleboel in deze gemeente, hoor. Inmiddels zijn we zover dat alleen de mensen die 75 worden nog bezocht hoeven te worden. Ten opzichte van het begin treffen we nu dus veel actievere ouderen, die ook vaak veel beter geïnformeerd zijn. ‘We voelen ons nog zo gezond en zijn nog zo actief’, hoor ik nu veel. Maar weet je dan ook waar je terecht kan als dat niet meer zo is?”

Over het nut twijfelt ze dan ook geen moment. Gré doet het vrijwilligerswerk dan ook met veel plezier. “Er is ons gezegd dat een bezoekje ongeveer een half uur zou duren, maar zelf ben ik vaak wel een uurtje kwijt. Je maakt je kenbaar en dan gaat het al snel van: ‘die naam komt me bekend voor, ben je familie van die of die’.” Ze is heel sociaalvoelend. “Ik doe graag iets voor mensen die dat nodig hebben.” Zo hielp ze dan ook met het opzetten van de ouderensoos, de maaltijdvoorziening, de ouderengym en de jeu de boules baan. Alle jaren van inzet werden vier jaar geleden ook beloond toen ze werd geridderd. “Maar dat is wel een beetje ver-van-mijn-bed-show. Ik doe dit, omdat ik het leuk vind.” Nu ze zelf een bezoekje van de seniorenvoorlichter kan verwachten, aangezien haar 75e verjaardag nadert, wil Gré eigenlijk wel iets minder vrijwilligerswerk doen. “Maar ik weet niet of dat lukt”, zegt ze met een lach.