“De Tweede Wereldoorlog mogen we nooit vergeten”

ADUARD – In bijna ieder dorp is er een 4 mei comité. Een groep die zich bezig houdt met de organisatie van de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei. Soms blijft dat bij een plechtigheid bij een monument, soms worden er meerdere activiteiten op poten gezet om de herdenking extra kracht bij te zetten. Zoals in Aduard waar het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking Aduard al ver van te voren begint met het opzetten van haar activiteiten. “Wij zijn een actief comité”, vindt voorzitter Roelf Pijpker. “Dat durf ik best zo te stellen.”

Wij zijn allerminst voornemens om Pijpker tegen te spreken. Het 4 mei comité van Aduard ís namelijk zeer actief én organiseert naast de herdenking op 4 mei nog tal van andere activiteiten die ertoe leiden dat Aduard haar gevallenen blijft herinneren. “Dat begint al op de school in het dorp”, aldus Pijpker. “SWS de Adeborg heeft het oorlogsmonument aan de Burgemeester Seinenstraat geadopteerd en zorgt er elk jaar voor dat het monument er op 4 mei piekfijn bij staat.” Pijpker vertelt dat de kinderen van de school de medewerkers van de buitendienst van de gemeente Zuidhorn meehelpen met het schoonmaken van het monument en nieuwe plantjes poten, zodat het monument er mooi en verzorgd bij staat wanneer het dorp stil staat bij de Aduarder slachtoffers. “De gemeente faciliteert dit”, meldt Pijpker. “Zij zorgen onder meer voor de bloemetjes en het juiste gereedschap.” Maandag waren de leerlingen van De Adeborg dus druk bezig bij het monument, dat er nu weer spic en span bij staat. “Dat is echter niet het enige dat wij met de school doen”, vervolgt Pijpker. “Elk jaar is er een mooie samenwerking met De Adeborg, waarbij de groepen 7 en 8 een extra programma volgen. Het ene jaar vertellen we de leerlingen van de oudste groepen de verhalen achter de namen op het monument. Dit gebeurt deels middels een wandeling langs de locaties waar de slachtoffers hebben gewoond en deels in de klas. Het andere jaar gaan de groepen 7 en 8 naar kamp Westerbork.” Dit zorgt ervoor dat alle leerlingen die op De Adeborg hebben gezeten de verhalen achter de namen op het monument kennen en kamp Westerbork hebben bezocht. Pijpker: “Door kinderen bij de herdenking te betrekken blijft het leven. De Tweede Wereldoorlog mogen we namelijk nooit vergeten.” Naast het jaarlijkse opknappen van het monument en het programma voor de twee oudste groepen basisschoolleerlingen, wordt er ook elk jaar een schoolproject aan de herdenking gekoppeld. “Dit jaar hebben we gekozen voor het thema ‘Deuren’”, vertelt Pijpker. “De kinderen hebben een  verhaal of gedicht geschreven of een tekening gemaakt aan de hand van dit thema. De deuren zijn op verschillende manieren bewerkt, waardoor je open, dichte, kleine en grote deuren krijgt.” Het werk van kinderen is tijdens de herdenking op 4 mei te zien in de Abdijkerk te Aduard. Overigens zijn de kinderen van De Adeborg niet de enigen die de kans hebben om de plekken in Aduard te bezoeken waar de oorlog zich het heftigst heeft afgespeeld. “De zondag voor 4 mei (afgelopen zondag red.) is er een fiets- of wandeltocht langs deze locaties”, meldt Roelf Pijpker. “De verhalen op deze plekken hebben betrekking op de namen die vermeld staan op het monument. We bekijken ook tijdens deze tocht onder meer locaties waar deze slachtoffers hebben gewoond. Zoals het huis van de joodse huisarts Elie Cohen.” Het verhaal van Cohen is misschien wel één van de bekendste verhalen achter de namen op het monument. Als één van de weinige getransporteerde Aduarders overleefde de huisarts de oorlog. Zijn vrouw Aaltje en vierjarig zoontje Aron Elie werden echter direct na aankomst in Auschwitz vergast. “Minder bekend is het verhaal van Jochem Kazemier”, weet Pijpker, die aangeeft dat het allicht een goed idee is om de lezers van de Streekkrant dit verhaal in aanloop naar de 72ste dodenherdenking op 4 mei mee te geven. “Zodat ook hij herinnert wordt”, besluit Roelf Pijpker.

Jochem Kazemier

Jochem was de zoon van de eigenaar van transportbedrijf Kazemier. Hij besloot echter timmerman te worden en kreeg in 1942 een eigen bouwbedrijf in Veendam. Daar kreeg hij kennissen en vrienden die hem in contact brachten met het verzet. Jochem Kazemier had een groot rechtvaardigheidsgevoel en om die reden ging hij in de illegaliteit. Helaas voor hem woonde er een NSB’er bij hem in de buurt die hem verraadde aan de Duitsers. Er volgde een huiszoeking, maar men kon Jochem niet vinden. De NSB’er zei echter dat Jochem wel thuis moest zijn, dus volgde er een nieuwe huiszoeking. Bij de tweede huiszoeking ontdekten de Duitsers een dubbele zolder in de bedstee. Jochem werd gearresteerd en naar de gevangenis in Groningen gebracht. Op maandag 9 april 1945 werd Jochem Kazemier samen met nog tien andere gevangenen uit het huis van bewaring in Groningen gehaald en in een vrachtauto geladen die met een zeildoek werd afgedekt. Vijf leden van de Sicherheitsdienst reden mee. Een van de gevangenen, de commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten uit Leek, zag kans om drie uur ’s nachts uit de vrachtauto te springen en te ontkomen. Op een zandweg bleef de auto steken. Ook met behulp van een aantal paarden was de auto niet van zijn plaats te krijgen. In de loop van de morgen werd de auto met behulp van een grote vrachtwagen weggesleept. De beide vrachtauto’s reden naar de plaats van de executie. Op de Nije Drintsewei tussen Bakkeveen en Allardsoog werden de tien gevangenen –waaronder Jochem Kazemier- doodgeschoten. Na de bevrijding werden de tien stoffelijke overschotten geïdentificeerd en uiteindelijk teruggebracht naar hun eigen dorp. Kazemier ligt begraven in Aduard en wordt jaarlijks herdacht als één van de achttien slachtoffers uit het dorp.