Dierenambulance Zuidhorn zoekt chauffeurs

“Wie niet van dieren houdt moet zeker op de dierenambulance rijden, dan komt de liefde vanzelf”

ZUIDHORN – Wie heeft ze niet zien rijden? De vrijwilligers van Dierenambulance Zuidhorn die door weer en wind uitrukken om dieren in nood te redden. En dat al bijna 10 jaar lang. Het eerste decennium zit er bijna op, maar dat is nauwelijks een reden voor een feestje. “We komen namelijk chauffeurs tekort”, aldus tijdelijk voorzitter Harry van der Werff. “Dat we ons 10-jarig jubileum gaan halen is een zekerheidje, maar daarna moeten er echt nieuwe krachten bij als we ons werk voort willen zetten.” Laat over de reden van dit interview dan ook geen misverstand bestaan. De Dierenambulance Zuidhorn zoekt chauffeurs. En bestuursleden. En mensen die iets kunnen en willen betekenen in de pr van de dierenambulance.

Naast de voorzitter schuiven ook de chauffeurs Roel Elsinga en Piet Kromkamp aan, alsmede manusje-van-echt-alles Harmke van der Sluis. Immers, wie kunnen er beter vertellen over ‘het vak’ dan de ervaringsdeskundigen. De liefde voor het ‘vak’ – tussen aanhalingstekens, want eigenlijk een roeping – zit diep bij het viertal. Dat blijkt al bij binnenkomst als gastheer Harry ons bestookt met leuke feitjes en handige weetjes over de dierenambulance. “Naast Zuidhorn rijden we ook in Leek, Grootegast, De Marne en Winsum”, weet de voorzitter ons te vertellen. “Deze gemeenten dragen jaarlijks bij middels subsidies en zorgen voor het merendeel van de inkomsten. Je mag best weten dat de dierenambulance werkt met een jaarbegroting van 20.000 euro om in al deze gemeenten dieren in nood te helpen.” Naast de genoemde gemeenten komen de overige inkomsten uit giften, donaties en bijdragen van instanties die incidenteel een beroep doen om de dierenambulance. “Aan de kostenkant hebben we natuurlijk de uitgaven die horen bij het rijden met twee ambulances”, stelt Harry. “Zoals iedere autobezitter hebben ook wij te maken met onderhoud, verzekeringen en natuurlijk de kosten voor brandstof.” Beide ambulances zelf zijn in bruikleen van Stichting Dierenlot. “We lenen ze compleet ingericht en voorzien alle benodigdheden”, aldus Harry, die weet te melden dat de ambulances momenteel bemand –en bevrouwd – worden door tien vrijwilligers. “Te weinig”, volgens het viertal die graag hun nummers aangevuld zien worden met nieuwe enthousiaste vrijwilligers. Temeer omdat er van de tien chauffeurs een paar in de reservepool zitten en er momenteel drie aan de zijlijn staan in verband met ziekte. Harmke: “Momenteel worden er diensten gedraaid van 24 uur. Dat klinkt heel heftig, maar is het natuurlijk niet. Men heeft deze uren een ambulance bij de deur staan en de bijbehorende telefoon waarop de centralist ze kan bellen. Vrijwilligers hoeven dus niet 24 uur in een kazerne te vertoeven, maar kunnen gewoon thuis hun ding doen totdat de telefoon gaat.” Chauffeur Roel vult haar aan: “Ik doe dit nu drie jaar. De keren dat ik ’s nachts ben gebeld zijn op één hand te tellen. Dus wat is 24 uur? Zodra mensen de laatste ronde met de hond hebben gelopen, houden de meldingen op. ’s Nachts slaapt men en zien mensen geen dieren in nood.” Niettemin is Dierenambulance Zuidhorn vorig jaar 800 keer uitgerukt om een dier in nood te helpen. “Goed voor een totaal van 60.000 kilometers door de deelnemende gemeenten”, volgens de voorzitter.

De uitdrukking ‘dieren in nood’ is meermaals gevallen. Maar waar rukt de dierenambulance precies voor uit? En hoe gaat dat in zijn werk? Chauffeuse, secretaris en centralist Harmke is van alle markten thuis en laat haar licht erop schijnen: “We rijden voor wild, vogels, huisdieren en bij hoge uitzondering voor een schaap. Andere boerderijdieren eigenlijk niet. Verder zijn de meeste dieren in nood of gewond. Natuurlijk komt het voor dat wij rijden op een melding en dat wij op locatie een dood dier aantreffen. Dat gebeurt, maar over het algemeen vervoeren wij geen dode dieren en komen wij daar ook niet voor ter plaatse.” Harmke vertelt dat zodra een melding binnenkomt de dienstdoende vrijwillige chauffeur wordt gealarmeerd en deze op locatie komt. “Let wel dat onze chauffeurs niet per definitie medisch geschoold zijn of een achtergrond met dieren hebben”, legt ze uit. “De chauffeur haalt het dier op en brengt deze naar de best passende bestemming. Dat kan zijn bij de opvang in Westernieland, maar ook bij een dierenarts of een pension.” Het is een vrijwilligerstaak die Roel Elsinga prima bevalt. “Na mijn werkzame bestaan bij de politie wilde ik iets gaan doen. Iets naast het gepensioneerd zijn. Drie jaar geleden besloot ik mij als vrijwilliger aan te melden bij de dierenambulance van Zuidhorn en sindsdien doe ik dit met ontzettend veel plezier. Ja, het is soms lastig, want als je opgeroepen wordt ga je –vanzelfsprekend- niet naar een feestje. Er is wat aan de hand en je weet nooit wat je tegenkomt. Persoonlijk heb ik daar als voormalig agent geen problemen mee. Voordat de dierenambulance dit werk deed was het een taak van de politie. Ik had wel wat ervaring met datgene wat wij tegenkomen.” Voor Piet Kromkamp was de beginperiode lastiger. “Ja, daar kan ik heel eerlijk in zijn”, vertelt hij. “Het begin was allesbehalve fijn. Dieren die voor je ogen geëuthanaseerd worden, overreden katten of zoals laatst een haas waarvan het oog er half uit lag. Nee, geen prettig gezicht. Zo stoer was ik in het begin niet, maar je leert ermee omgaan.” We luisteren naar Piet en vragen ons af wat iemand beweegt om na deze verhalen nog vrijwillig aan de slag te gaan als chauffeur, wetende dat dit soort beelden onherroepelijk voorbij komen. “Neem de haas”, legt hij uit. “Het dier was er heel slecht aan toe. Het was ook laat. Tegen middernacht is het beestje geopereerd en hij maakt het goed. Het oog is verloren, maar het dier is gered. Ook met één oog gaat hij zich prima redden. Daar doe je het voor!” Bovendien had Piet ook weinig keuze. Hij moest het huis uit van de vrouw. “Mijn vrouw wilde mij nog niet achter de geraniums hebben en wees mij hierop. Het is dus haar schuld, al zou ik nu niet anders meer willen.” Het verhaal van de haas vraagt volgens Harmke wel om extra uitleg: “Bij wild is het uitgangspunt dat het dier teruggezet moet kunnen worden in de natuur. Een haas met één oog kan wel, vogels die een vleugel moet missen duidelijk niet. Dan houdt het verhaal echt op en wordt het dier geëuthanaseerd.”

Voorkeur voor een dier hebben ze allen niet. “Nee, elk dier is evenveel waard”, vindt Roel. “Maar, het moet niet zo zijn dat een dier belangrijker wordt dan een mens. En ik besef dat dit raar klinkt, maar je moet als chauffeur wel je eigen veiligheid in de gaten houden.” Als voorbeeld dient de video die recent in de media is opgedoken. Terwijl vrijwilligers van de dierenambulance elders in het land hun leven wagen om een aangereden hond van de snelweg te halen, denderen automobilisten op volle snelheid voorbij. “Levensgevaarlijk”, zegt Piet die aangeeft iets soortgelijks mee te hebben gemaakt. “Met een kat die op de snelweg op de middenberm terecht was gekomen. We kregen de melding en zijn gaan kijken. Na overleg met de politie werd besloten dat het verkeer stileggen té gevaarlijk was. De kat was er zelf gekomen en moest ook zijn eigen weg terug vinden. Natuurlijk wil je helpen, maar je moet jezelf en je eigen veiligheid niet vergeten.”

Het klinkt als een zware vrijwilligerstaak, maar het viertal vindt eensgezind dat het meevalt. Harry: “Samengevat: ja, het zijn nu 24 uurs diensten, maar in de nacht komen sporadisch meldingen binnen. Bovendien hopen we meer vrijwillige chauffeurs te vinden waardoor we misschien wel over kunnen schakelen op kortere diensten. Daarnaast is het contact dat je hebt met mensen natuurlijk fantastisch en je kan na een dag echt zeggen dat je wat beleefd hebt.” Piet vult aan: “Het is ook niet zo dat je de hele dag onderweg bent. Het kan wel, maar het is niet gebruikelijk. Er zijn van die periodes waarin het extra druk is, maar een ‘fulltime werkdag’ is het zeker niet.” De drukkere periodes lopen volgens Harmke vooral van mei tot en met het einde van de zomer. “In het voorjaar vliegen de mannetjeseenden als kippen zonder kop over de weg op weg naar de vrouwtjes, met alle gevolgen van dien. Verder hebben we natuurlijk het broedseizoen met de bijbehorende kattenjacht, stormen die ervoor zorgen dat jonkies uit nesten waaien en aangereden egels in het najaar. Maar nogmaals, wij maken wél een verschil. Redden dierenlevens en komen voldaan thuis na een goede daad.” Roel: “Zeker de mensen die niet van dieren houden moeten zich aansluiten bij de dierenambulance… Dan komt de liefde vanzelf. Ik verwonder mij nog iedere keer hoe mooi de natuur eigenlijk is.”

Geïnteresseerden zijn van harte welkom om zich aan te melden als vrijwilliger bij Dierenambulance Zuidhorn. De voorwaarden zijn minimaal, legt Harmke uit. “Je moet iets met dieren hebben, maar wel tegen een stootje kunnen. Wat je ziet is niet altijd even fraai. Daar staat tegenover dat wij de onkosten voor onze vrijwilligers vergoeden. Verder worden vrijwilligers intern opgeleid en krijgen ze een geschikte kleding in bruikleen.” Het is een roeping, zo blijkt uit het gesprek. Vrijwilligers met een groot hart voor dier én mens. Wie ook iets wil en kan betekenen voor Dierenambulance Zuidhorn als chauffeur, pr-medewerker of bestuurslid kan zich melden via info@dierenambulancezuidhorn.nl. “Heel graag zelfs”, besluit voorzitter Harry van der Werff. “En daarbij zijn natuurlijk niet alleen mannen welkom. Ook vrouwen willen we van harte uitnodigen zich te melden.”