“Dit maak je nooit meer mee en dat is maar goed ook”

Grootegast Kees Sikkema

Schoolmeester neemt na 43 jaar afscheid van ‘zijn’ Jan Kuipersschool

GROOTEGAST – Na 43 jaar actief te zijn geweest in het onderwijs neemt directeur Kees Sikkema donderdag afscheid van ‘zijn’ Jan Kuipersschool in Grootegast. Niet alleen het aantal jaren dat hij in het onderwijs zat is indrukwekkend, dat hij dat 43 jaar op dezelfde school deed is uniek. Een gesprek met de schoolmeester die leerlingen, hun kinderen en zelfs hun kleinkinderen in de klas had.
Na zijn opleiding kwam Sikkema voor wat toen klas 3 was te staan. “Een paar jaar later, toen Jan Kuipers ziek werd, vroeg hij mij om voor de zesde klas te gaan staan. Ik vond het een hele stap, omdat ik nog niet het langst van alle leraren op school werkzaam was. Ik dacht nog: laat een ander dit maar doen.” Toch wist Kuipers hem over te halen. Jarenlang zou hij voor de zesde klas staan, die we tegenwoordig kennen als groep 8. Later werd jij adjunct-directeur waarna hij een aantal jaren geleden opklom tot directeur.
Hoewel Sikkema al enkele jaren niet meer voor de klas staat, was hij afgelopen schoolkamp nog wel van de partij. “Langzaam glijdt het van je af als je niet meer voor de klas staat,” vertelt hij. “Toch vroegen ze mij dit jaar om nog één keer mee te gaan op kamp met groep 8. Alles kwam toen weer even terug, want het programma is in al die jaren niet veel veranderd. Een paar dagen na het kamp was de jaarmarkt, waar ik ook rondliep. Van alle kanten kwamen de kinderen op me af. Dat was wel bijzonder.” De schoolmeester blijft die laatste groep het mooiste vinden. “De musical, de stap naar het voortgezet onderwijs en het kamp waren toch wel de krenten uit de pap.”
In al die jaren veranderde het onderwijs grondig. “Er wordt tegenwoordig veel meer gevraagd van leerkrachten. Het is gewoon zwaarder geworden,” zegt Sikkema. “Als je mij vraagt of ik terug voor de klas wil zal ik je eerlijk zeggen dat ik het niet meer zou kunnen.” Sikkema legt uit dat docenten steeds meer met plannen moeten werken. “Vooraf moeten we bedenken hoe we de lessen met een klas gaan aanpakken. Van een docent wordt veel meer maatwerk verwacht en tegenwoordig moet je ook alles opschrijven. We hebben groepsplannen, die we tussentijdens checken en evalueren. Ook is er een handelingsplan voor een kind dat er buiten valt,” zegt hij. Dan: “De minister dropt haar plannen en uiteindelijk komen ze via Penta Primair bij ons terecht.”
Anders is dus dat in het onderwijs alles verantwoord moet worden. Docenten moeten kunnen uitleggen wat ze doen. Dat is ook goed, zegt Sikkema. “Toen ik vroeger een 10-minuten-gesprek met een ouder had was dat in termen van ‘het gaat aardig goed’ en ‘die komt er wel door’. Daarna ging het al snel over het weer of voetbal. Nu moet een leerkracht zich echt op die tien minuten voorbereiden. Hij of zij moet zich bedenken wat gezegd moet worden en wat het doel ervan is. Ook moeten ze noteren welke afspraken zijn gemaakt en dit het liefst laten ondertekenen door de ouders. Het is allemaal veel inhoudelijker geworden. Het is een verbetering, maar ook een belasting. In de laatste vijf jaar is er veel veranderd. We moeten ervoor waken dat er niet een te grote belasting voor leerkrachten komt.”
Door de veranderingen wordt meer ingespeeld op de wensen van leerlingen. “Er is een tijd geweest dat het onderwijs zich concentreerde op de zwakke leerling. Nu krijgen slimme leerlingen op hun eigen niveau verrijkingsstof. Vakken als techniek en Spaans zijn erbij gekomen. Ook kunnen ze dammen, schaken en al werken uit studieboeken voor het voortgezet onderwijs.”
In verschillende landelijke media verschenen de afgelopen jaren berichten over ouders die veel mondiger zouden zijn geworden. Daarbij zou de relatie met de school tot het nulpunt zijn gedaald. Sikkema kent de verhalen ook, maar herkent ze niet. Blij vertelt hij: “Hier is juist geen strijd met de ouders. We hebben een erg goede relatie met de ouders van ‘onze’ kinderen. Ik sta er altijd van te kijken hoeveel er klaar staan om te helpen. Je ziet tegenwoordig dat veel meer ouders allebei werken, maar ze nemen gewoon een dagdeel vrij om op school te helpen. De Koningsspelen zijn bijvoorbeeld helemaal door de ouderraad georganiseerd. Wat een betrokkenheid!” Over de rol van de ouders: “Ze zijn niet zo kritisch dat ze meteen op de stoep staan. De uitzonderingen daar gelaten. Samen willen we het beste voor het kind. Het zijn onze partners. Tegelijk zijn we een school en maken ook wij fouten. Daar kunnen ouders ons op aanspreken.”
Toch veranderden die ouders wel een beetje. “Je ziet de laatste jaren steeds meer gebroken gezinnen en families waarbij het thuis niet zo goed gaat. De school gaat steeds vaker verder dan het schoolplein. Buiten de school houdt de blik nu op, maar de kinderen zien elkaar ook bij het zwembad en tijdens het sporten. De resultaten daarvan komen op school terecht. Het wordt een grijs gebied.” Daarbij is het ook niet vanzelfsprekend dat de docent nog langer in het dorp woont waar hij of zij werkt. “Ik woon maar een paar honderd meter van school af en ben altijd aanspreekbaar. Als kinderen hun gymspullen op school hebben laten liggen ben ik ook wel bereidwillig om even terug te fietsen. Leerkrachten die van buiten komen hebben dat niet. Hun mentaliteit voor de klas in uitstekend en misschien gaan ze er nog wel meer voor dan andere docenten, maar ze houden hun werk en privé wel gescheiden. Ik kan me dat indenken. Mijn hele leven is verweven met school. Als ik door de supermarkt loop zie ik geen klanten, maar ouders.”
Met de uittrede van Sikkema uit het onderwijs verdwijnt weer een man van de werkvloer. “De feminisering vindt zeker plaats in het onderwijs. Deze zomer ga niet alleen ik, maar ook meester Jasper weg. Het risico was dat als er geen mannelijke directeur zou komen, meester Chris als enige man over zou blijven. Ik was dan ook blij verheugd toen ik hoorde dat mijn opvolger een man was. Het is belangrijk dat het aantal meesters en juffen op een school in evenwicht blijft. Een meester is ook anders dan een juf. Mannen zien meer door de vingers van jongens. Vrouwen kijken toch wat strikter. Jongens hebben geduw en getrek nodig. Meesters voelen dat toch wat beter aan.”
Als Sikkema straks voor het laatst de deur achter zich dichttrekt neemt hij afscheid met een goed gevoel. Zijn 43-jarige carrière op dezelfde school mag uniek genoemd worden. Tegenwoordig worden docenten na zes jaar gevraagd of ze ook willen wisselen van school. Het is geen verplichting, maar de meesten stemmen er wel mee in. Een record als dat van 43 jaar, zal dus waarschijnlijk niet weer gehaald worden. “Dat maak je nooit meer mee én dat is maar goed ook,” zegt Sikkema. Zelf blijft hij in het dorp wonen. “Langzaam zal het contact verwateren. Ik denk dat de school snel van me afgaat als er straks een nieuwe directeur zit. Ik moet hem het werk laten doen en niet steeds terugkomen. Het afscheid van het team zal me wel zwaar vallen. Allemaal hebben ze hun capaciteiten en ik heb altijd graag met ze mogen werken.”
Voor de toekomst van het onderwijs van de school heeft Sikkema nog wel een boodschap. “De school zal zich blijven ontwikkelen, want het onderwijs staat nooit stil. Wel moet er goed gekeken worden naar bepaalde ontwikkelingen, zodat we niet doordraven. Het moet niet alleen gaan om de scores, maar ook moet de school zijn best doen om kind zich gelukkig te laten voelen in de klas.”
De afscheidsreceptie van Sikkema vindt op donderdag 26 juni tussen 16:00 en 18:00 uur plaats in het schoolgebouw aan de Noorderdwarslaan in Grootegast.

 

Oud-collega
Melis de Vries:
Kees heeft het begrip ‘last minute’ uitgevonden. Bijvoorbeeld : tijdens schoolkamp het douanespel vlak voor het spelen nog controleren en aanvullen. Of tijdens een afscheidsetentje ontdekken dat de speech nog thuis ligt en die even op de fiets ophalen.

 

Collega
Chris Ruigendijk:
Een fijne directeur met
veel humor, die kleine en gevatte woordgrapjes wist te maken.

 

Collega
Grietje van der Vaart:
Kees heeft een warm hart voor leerlingen, ouders en collega’s. Hij heeft veel voor de schoolgemeenschap gedaan en betekend.