Door zonder Tess

DOEZUM – Een leven wordt gevormd door gebeurtenissen die je bijblijven. Mooie momenten zoals een trouwdag of de geboorte van kinderen zullen voor altijd op je netvlies gebrand staan. Ook mindere momenten met verdriet of angst draag je voorgoed mee. Soms heeft het tijd nodig, maar bijna alles kun je achter je laten en zal je sterken. Maar soms gebeuren er dingen in een leven die niemand kan bevatten. Er wacht een verdriet te groot om te dragen of te beseffen. Een kind verliezen moet wel zo’n beetje het ergste zijn wat je kan overkomen. En om dan toch weer door te gaan is dapper en vergt moed. Dat het leven zijn glans heeft verloren, echter, is niet meer dan begrijpelijk.

Laat ik bij het begin beginnen. Het is 2012 als er in de mailbox een ware brandbrief binnenrolt. In niet mis te verstane bewoordingen beschrijft José Wijkstra haar frustraties als het om dierenleed gaat. Ruim twintig jaar ziet ze in haar nabije omgeving dat er niet zachtzinnig of liefdevol met dieren wordt om gegaan en haar emmer is vol. Ze stort haar hart uit, ietwat ongenuanceerd en hoopt met haar verhaal anderen wakker te schudden. Uiteindelijk spreken we af dat ik langskom om haar verhaal te horen en op te tekenen. Het is een vrijdagochtend als ik stop achter het dorp Doezum, vlakbij de prachtige Bombay. Ik zit nog niet zo lang aan tafel als ik merk dat er ook wat anders speelt in dit huis. Een kast verraadt de aanwezigheid van een jong meisje waar overduidelijk veel van gehouden wordt. Als zijn het trofeeën staan er spullen van haar in. Niet veel later zal ik leren dat zij niet meer onder ons is en zie ik tegenover me een dappere vrouw zitten die het immense verdriet een plek probeert te geven.

Het overlijden van dochter Tess is dan bijna op de kop af vier jaar geleden. Het meisje, negen jaar jong nog maar, overlijdt tijdens een dagje uit op Schiermonnikoog na een aanrijding met een bus. Voor onze afspraak (in 2010) is de familie nog op de televisie geweest bij Derek Ogilvy, het medium, die hun vertelt dat het goed gaat met Tess en dat zij nog regelmatig bij hun is. Een gegeven wat ook ik wel kan beamen; aan alles voel ik hoe het meisje hier nog hoort en aanwezig is. De ontmoeting met José maakt grote indruk op me. Destijds had ik zelf nog geen kinderen, maar ook ik kon al wel beseffen dat het niet erger kan worden dan wat deze familie moest meemaken. Hoewel het niet om mooie, leuke of vrolijke zaken gaat, besef ik me als ik wegrijd hoe bijzonder mooi mijn beroep is. Het is een voorrecht een kijkje in andermans leven te mogen nemen en het is ontzettend speciaal dat mensen zoiets persoonlijks als rouw en verlies met je kunnen delen. Als er dan ook iemand is waar ik de jaren die volgen weleens aan denk, dan is het wel José.

En dus zit ik ruim vijf jaar later weer aan die bewuste keukentafel. Het huis voelt lichter aan, José oogt meer ontspannen. Die eerdere afspraak zat de woede haar hoog met daar vlak onder de oppervlakte nog dat grote verdriet. Ditmaal wordt er meer gelachen, direct al als ze terugdenkt aan de ietwat ongenuanceerde brief die ze naar de Streekkrant stuurde. “Ik ben toen gaan zitten en heb het van me afgeschreven”, vertelt ze nu. “Ik zag al twintig jaar van dichtbij hoe erg dierenleed kan zijn en ik had het gevoel dat niemand naar me luisterde en niemand iets deed. Het vloog toen echt de pen uit en ja, het was echt een boze brief”, kan ze nu wel lachend beamen. Dieren zijn dan ook echt belangrijk voor haar. “Als kind had ik dat al; een hele sterke band met dieren. Ik had bijvoorbeeld een tamme kraai, waar ik echt alles mee kon. Maar dieren lopen eigenlijk als een rode draad door mijn leven. Weet je”, vindt ze, “dieren leven nog veel meer op instinct. Je weet precies wat je aan ze hebt. Bij ons komt het verstand erbij en kunnen dingen misgaan bijvoorbeeld door slechte communicatie, zodat we elkaar verkeerd begrijpen en er onnodig wordt geoordeeld en veroordeeld. Dieren zijn nog zo puur.”

Leven op gevoel is voor José van groot belang. Een cadeautje van Tess kunnen we het wel noemen, want juist haar overlijden en de zware weg die daarna volgde maakten dat José anders in het leven is gaan staan. Ze blijft dichtbij zichzelf, maakt vooral keuzes die goed voelen. “Weet je, wij zijn heel erg bezig met dat we allemaal het perfecte leven willen nastreven. Men zit vast in hokjes; een vast stramien waardoor in mijn beleving veel mensen niet het echte leven proeven. Vrij denken zou meer voldoening kunnen geven. Maar ik hoef niet zoveel meer. Ik heb mijn verwachtingen flink moeten bijstellen, waardoor je meer gaat zien van het leven. Er zijn heel veel dingen afgevallen. Natuurlijk, ik blijf mens. Een nieuwe trui vind ik ook wel eens leuk. Maar het is een tijdelijke euforie. Ik zie ook gewoon het nut van veel dingen niet meer in.”

“Ja, je kan weer door”, beantwoordt José de vraag of een dergelijk verlies achter je te laten is. “We hebben het leven weer opgepakt, maar”, voegt ze eraan toe, “niet meer op de manier zoals het was. Dingen die anderen geweldig vinden, dat doet ons minder. Vroeger hadden we dat ook wel: ‘leuk we gaan iets doen’, maar nu is het meer een vlak lijntje. De diepere zin van het leven is afgezwakt. Het komt nu veel meer van binnen. Ik doe wat ik zelf leuk vind en waar ik achter sta. Het leven komt zoals het komt. Door het overlijden van Tess sta ik veel bewuster in het leven. Het wordt er niet altijd makkelijker van.”

Net zoals de jaren die achter haar liggen niet bepaald makkelijk zijn geweest. “Het is een heel proces geweest”, blikt José terug. “In het begin zit je echt in een overlevingsmodus. Stapje voor stapje probeer je weer te leven. Maar omdat je mens bent, duurt dat ook heel lang.” Eenzaam is het verdriet dat zo veelomvattend is. “Het is maar een select gezelschap wat ik nog om me heen heb. Veel mensen om je heen kiezen ervoor hun eigen weg te gaan. Dat is prima. Zelf heb ik er ook wel bewust voor gekozen me terug te trekken.” Voor anderen bleek de dood van haar dochter moeilijk om mee om te gaan. Tijdens ons eerdere gesprek vertelde José hoe mensen zich omdraaiden in de supermarkt als ze haar aan zagen komen. Alsof het te moeilijk was ook maar iets tegen haar te zeggen. “Ja, die confrontatie bleek moeilijk. Het gaat om een stukje emotie en het ligt ook heel ver van het dagelijks leven. Ik snap het wel dat het niet iets is om even bij de Albert Heijn te bespreken. Gelukkig”, weet ze wel, “waren er ook veel mensen die wel zeiden: ‘ik vind het heel moeilijk wat ik tegen je moet zeggen, maar kon ook niet zomaar bij je langs lopen’.”

Voor José was de buitenwereld niet zo van belang; overleven als gezin was een eerste vereiste. En hoe ze dat gedaan hebben? Hoe ze elkaar niet kwijt zijn geraakt in het grote verdriet en ieder op zijn eigen manier het een plekje heeft kunnen geven? Even is ze stil. “We hebben het gered”, zegt ze dan terecht. Je zit allemaal op dat zinkende schip. Vooral voor onze zoon vond ik het heel moeilijk dat ik er niet zo voor hem kon zijn, als ik wilde. Zie het als een grote cementmolen waar je in zit; je staat voortdurend op je kop. Je kan niet meer terug, dus je moet wel opnieuw beginnen.” En ja, dat hebben ze dus gered.

José noemt het leven vlak, ze spreekt van de glans die eraf is en waarschijnlijk nooit meer echt terugkomt. Maar het grote verdriet wat vier jaar eerder zo tastbaar was, lijkt zijn scherpe kantjes wel verloren te hebben. Haar ogen lijken ook mat nu het grote geluk haar is afgenomen. Ze spreekt dan ook niet voor niks over geluk wat in hele kleine dingetjes zit. En toch komt de glans weer wat terug in haar blik als ze over Tess spreekt. Het verdriet lijkt dan toch plaats te maken voor in elk geval heel veel liefde voor dit meisje en hoe ze was. Ze moet lachen als ze denkt aan die keer dat Tess de kippen ging voeren in de winter. Ze was wat laat uit bed, had de pyjama nog aan en trok daar snel een winterjas overheen. “Daar stond ze dan met de slippertjes aan haar voeten, die pyjamabroek en dikke jas erboven en dan die kippen om haar heen.” Ook de herinneringen aan hoe het meisje kon paardrijden doet haar glimlachen. “Dan zei ik: Tess, komt dit wel goed? Volgens mij rijd Kasper jou nu’, maar het kwam altijd weer goed.” Ze noemt het een lief kind. “Ze was heel makkelijk. Ik hoefde haar eigenlijk niet op te voeden. En ze was heel erg zichzelf. Ik kan er nu wel vrede mee hebben dat ze er niet meer is. Kinderen zijn als een spiegel voor jezelf. Ik heb sterk het gevoel dat zij hier was om mijn dingen af te maken. Ik wilde altijd paardrijden, maar er was geen geld. Ik heb altijd geturnd, maar niet zoals Tess vele prijzen gewonnen. Ik wilde vroeger Yvonne heten, dat wilde Tess ook. Het moet zo wezen.”

En zo moet het ook zijn dat José door moet zonder haar. “Ja, je moet je leven leiden, anders hoef je hier niet te zijn. Het is mijn tijd nog niet. Ik ben hier nog en ik maak mijn klus af. Ik probeer maar gewoon het leven te leiden waarvan ik denk dat het goed is. En hoe of wat, dat weet ik niet altijd. Maar ik weet wel dat liefde het allerbelangrijkste is. En wat ben ik blij dat we Tess dat hebben gegeven. Het was kort maar krachtig, maar ze had het hier heel goed.”

Tien jaar aan verhalen

Tien jaar de Streekkrant betekent al tien jaar verhalen brengen. Het zijn de mensen die de krant maken en die keer op keer hun verhaal doen. Soms gaat het om leuke dingen, soms is er groot nieuws te brengen en een andere keer alleen verdriet. Het is een voorrecht om een kijkje in andermans leven te nemen en het blijft bijzonder dat je het vertrouwen krijgt om iemands verhaal te schrijven. Het jubileum is de perfecte aanleiding eens in mijn herinneringen te duiken en terug te gaan naar een aantal mensen die grote indruk hebben gemaakt. En dat zijn er veel. Helaas is slechts een kleine selectie is terug te vinden in deze speciale jubileumkrant. Ik verheug me nu al op het volgende jubileum

– Maria Wijnands-Hovingh