Dorien Schouten laat orgel in Martinikerk zingen; “Orgel niet duf, imago helaas wel”

STREEK – Zo nu en dan heb je weleens van die bijzondere ontmoetingen. Zeker Johan Kamphuis, eigenlijk de weerman van de Streekkrant, heeft er een handje van bijzondere mensen tegen het lijf te lopen. Of het nu Milko Djurovski, Bauke Mollema, Pim Cazemier of een ‘eigen’ voetbaltopper als Iris Achterhof is, Johan weet er altijd wel een leuk artikel uit te slepen. Zo ook deze week, toen hij sprak met één van Neerlands beste en meest getalenteerde organistes Dorien Schouten. Leuk, want als men ergens gek is op orgels, dan is het wel in het Streekgebied.

De Martinikerk in Groningen trilt nog op haar grondvesten. Het publiek geeft een lange staande ovatie na het magistrale slotstuk, de Passacaglia en Fuga in C mineur van Johan Sebastian Bach. Als de kruitdampen enigszins zijn opgetrokken verschijnt er een jonge, tengere dame naast het rugwerk van het enorme instrument. Ze maakt een dankbare buiging naar haar publiek. Een vriendelijk open gezicht met een bescheiden maar ook zelfverzekerde uitstraling kijkt de grote en behoorlijk gevulde kerk in.

Het is de bijna 30-jarige Nederlandse Dorien Schouten, tegenwoordig wonend en werkend in het Schotse Edinburgh, die het publiek in vervoering bracht en het orgel beheerst liet juichen. Ze behoort tot het selecte groepje organisten dat wordt uitgenodigd om te concerteren op het grote Arp Schnitgerorgel en is een van de talentvollere organisten die ons land rijk is. Aan het conservatorium in Den Haag haalde ze haar diploma’s orgel en kerkmuziek. Daarna vervolgde ze haar studie aan de Universität der Künste in Berlijn bij Leo van Doeselaar en Erwin Wiersinga en is inmiddels in het bezit van het fel begeerde ‘Konzertexamen’.

Het orgel, het grootste instrument ter wereld, heeft een beetje een suf imago. Hou je van orgelmuziek, dan ben je vooral niet ‘cool’. Terwijl onze provincie en ook onze regio vol staat met prachtige instrumenten. Wat te denken van het Hinszorgel in de Petrus Kerk in Leens, het Arp Schnitgerorgel in Uithuizen, het Faberorgel in de Jacobuskerk in Zeerijp en het Hinzorgel in Loppersum. Er worden in de zomer weer talloze concerten gegeven, maar de animo voor het orgel neemt mondjesmaat af. Terwijl van over de hele wereld toeristen komen om het Martiniorgel en andere historische instrumenten in onze provincie te bezoeken, laten ‘wij’ het steeds meer afweten. Tot verdriet van Dorien, die wel iets wil vertellen over haar grote passie en zorgen over de afnemende populariteit van het orgel. Waar we het interview gaan doen? In Zeerijp? Bij het Faberorgel? Haar ogen beginnen te stralen bij dit voorstel, net als die van haar echtgenoot die bij veel concerten helpt bij de registratie. En dus zijn we de ochtend na het concert terecht gekomen midden in het aardbevingsgebied alwaar de  orgelvirtuoos weer de mooiste melodieën uit het orgel tovert. Nu uit het oude en historische Faberorgel in de St. Jacobuskerk in Zeerijp. “Hier wilde mijn man altijd al een keertje naar toe en nu zijn we er!” Geen gebeuk op de klavieren, maar smalle vingers die verfijnd en geluidloos over de toetsen glijden en zo de geheimen ontsluiten van dit beroemde instrument. De fijngevoelige klanken klinken bijna dankbaar en ontroeren zichtbaar diverse bezoekers. Een ware ode aan de orgelbouwers die daar in 1645 mee zijn begonnen.

De in Utrecht geboren organiste vindt het jammer dat het orgel steeds meer aan populariteit inlevert. “Het orgel is echt niet duf. Het imago helaas wel. En het is lastig dat te veranderen. Hier in jullie provincie staan inderdaad veel prachtige orgels. Het is eigenlijk zonde dat daar relatief gezien zo weinig mensen plezier aan beleven. Ik denk dat het meerdere oorzaken heeft en dat ontkerkelijking een belangrijke is. Doordat mensen niet meer in aanraking komen met het orgel zijn ze er vaak ook onbekend mee. Het orgel wordt vaak gelinkt aan kerkgang en de kerkcultuur. En natuurlijk is de begeleiding voor koor- en samenzang in de kerk ook een belangrijke functie van het orgel, maar het is echt breder dan dat. Het is een prachtig en veelzijdig concertinstrument met een ongekende veelzijdigheid en rijkdom in klankkleuren.”

Onbekend maakt onbemind en dat lijkt zeker op te gaan voor het orgel. Ze staan in kerken en veel mensen komen niet graag (meer) in een kerk. Een lastige missie dus. Nieuw enthousiasme en nieuw leven voor het orgel inblazen, is dat wel realistisch? De afstand tussen orgel en mensen is groot en juist daar is winst te behalen, volgens de jonge organiste. “Vaak worden orgels afgeschermd voor mensen. Het zijn natuurlijk kostbare instrumenten. Organisten en beheerders zijn daar zuinig op. Dat snap ik en dat is goed, maar soms gaat dat ten koste van de laagdrempeligheid om kennis te maken met het orgel. De toekomst van het orgel hangt ook af van de interesse die mensen er nog in hebben. Organisten zouden uitnodigender kunnen zijn. Betrek mensen bij het orgel. Nodig mensen en vooral ook kinderen na een kerkdienst eens uit om bij het orgel te komen kijken. Om er iets over te vertellen en om kinderen er even op te laten spelen bijvoorbeeld. Er worden tegenwoordig ook orgelexcursies georganiseerd. Dat is leuk en het orgel verdient meer van zulke initiatieven.” Een pasklaar antwoord hoe mensen van buiten de kerk weer naar het orgel te krijgen heeft ze niet.  “Dat is nog lastiger dan kerkgaande mensen enthousiast te maken. Hoe krijg je mensen weer nieuwsgierig naar het orgel en dan ook nog de kerk binnen? In ieder geval is aandacht belangrijk en het verkleinen van de afstand tussen de mensen en het instrument.” Wat is er zo bijzonder aan een kerkorgel? Het is zo’n indrukwekkend groot instrument en zo knap en ingenieus gebouwd. Met allerlei klepjes, hefboompjes, luikjes en al die pijpen. Het is echt een uniek instrument. Daarbij kun je de verhalen van eeuwenoude componisten steeds weer op een geweldige manier vertolken.” Het orgel. Waarschijnlijk dateert het al van enkele eeuwen voor Christus. Uitgevonden voor geestelijke plechtigheden in de Hellenistische en Romeinse cultuur. Het duurde zeker tot de 10e eeuw eer het orgel voor het eerst werd gebruikt in de kerk en in kloosters bij diensten. Het verleden maakt dus duidelijk dat het orgel meer is dan een instrument om liederen in de kerkdiensten te begeleiden. De mensen die er waren weten het: zolang er getalenteerde organisten zijn als deze sympathieke vrouw uit Schotland, die daar, op  zomaar een prachtige zomeravond in Groningen, op het mooiste orgel van ons land, heden en verleden met elkaar verbond, is de toekomst van het orgel gegarandeerd.