Edzo Paap verenigt fanatieke kroonkurkverzamelaars

“Alle Radlerdoppen verzamelen? Nee, dat is een utopie”

NOORDHORN – Het zal je maar gebeuren. Al lopend door Thailand zie je een kroonkurk met een olifant erop. “Hé!”, denk je bij jezelf, “mijn zuster is gek van olifantjes, dus laat ik deze voor haar meenemen.” Gaandeweg de vakantie zie je andere leuke kroonkurken voorbij komen. Dopjes met pantertjes en wat niet allemaal meer. Je komt in ieder geval met een behoorlijke zak vol kroonkurken terug. Als je dan ook nog een dochter hebt die een hele verzameling doppen en kroonkurken opkoopt en op de ‘bult’ gooit, dan ben je helemaal klaar voor een nieuwe hobby. Kroonkurken verzamelen. Het overkwam Edzo Paap.

“Vooral dat moment dat mijn dochter Siep overbood is een belangrijk moment geweest”, vertelt Edzo. Voor de leken in de kroonkurkwereld onder u, waaronder ondergetekende; Siep is Neerlands grootste verzamelaar. Geen dop of kroonkurk die aan de verzamelaar ontsnapt. “Dus als er opeens een nieuwe naam opduikt, tja, dan wordt hij nieuwsgierig. Want in dit wereldje kennen we elkaar allemaal.” Dat blijkt ook tijdens de –let op- Kroonkurkruilbeurs in Noordhorn. De beurs wordt al een aantal jaren met veel plezier door Edzo op poten gezet. De locatie heeft weleens gewisseld, maar na een succesvolle vuurdoop in de Noordhorner Dörpstee lijkt er een passende thuisbasis gevonden. Onder de aanwezigen dus de superkroonkurkfanaat Siep en diverse gasten uit onder meer Duitsland en Litouwen. “Het idee om een beurs te organiseren komt eigenlijk mede door Siep”, aldus Edzo. “Hij speelde met het idee, ik speelde met het idee. Dus besloten we het er maar op te wagen. Bovendien was er in Duitsland ook al een beurs. Daar komen elk jaar 140 verzamelaars op af, dus waarom zou het niet in Nederland kunnen?” Zelf timmert Edzo ook al aardig aan de weg qua deelnemers. Vrijdag heeft de verzamelaar 22 medeverzamelaars mogen verwelkomen en zaterdag waren er zelfs 31 deelnemers aanwezig. “Een mooi aantal en dat is ook nodig”, lacht hij. “Vorig jaar zijn we voor het eerst hier in Noordhorn geweest en dat was een gigantisch succes. Eigenlijk kreeg ik maar één grote klacht van meerdere mensen; er was niet genoeg tijd. Bij het weggaan stonden mensen buiten op de parkeerplaats nog te ruilen. Dat is leuk om te zien, maar natuurlijk niet de bedoeling. Daarom hebben we besloten er dit jaar een tweedaagse van te maken.” En dat is spannend, vindt Edzo. “Kijk, het organiseren van een beurs brengt gewoon kosten met zich mee. Die waren over één dag prima te behappen. Ga je voor twee dagen, dan nemen de kosten toe. Dat was toch wel een puntje om over na te denken.” Dat nadenken duurde overigens niet tè lang, want de liefde voor de kroonkurken is dermate groot dat een tweedaagse ruilbeurs best een aantrekkelijk vooruitzicht is. “Ook hebben we met een aantal deelnemers besloten dat àls er verlies zou worden geleden en er bijgelapt moest worden, we de kosten zouden delen.” Een rondblik door de zaal leert ons echter dat dat scenario van tafel kan. “Dat klopt”, lacht hij, “met dit aantal deelnemers en die van morgen erbij is het kostenplaatje meer dan afgedekt. Het is helemaal goed zo.” We willen Edzo Paap niet te lang ophouden, want er wordt al flink aan hem getrokken. Niet om organisatorische dingetjes, maar om kroonkurken en doppen. Edzo verzamelt zelf kroonkurken met dieren en van alle soorten Radler. De verzameling loopt al aardig richting de zeshonderd stuks, “maar de verzameling af krijgen? Dat gaat niet lukken. Alle Radlerdoppen verzamelen is een utopie.” Ondertussen wordt er flink geruild tussen de aanwezige deelnemers, die voorafgaand aan de beurs ook voor elkaars verzamelingen gespaard hebben. Komt een Zeelander een nieuwe Radlerdop tegen, dan neemt hij die mee. En andersom. Edzo en zijn medeverzamelaars gaan twee mooie dagen tegemoet als we afscheid nemen. “Wanneer dit weekend voor mij geslaagd is?”, herhaalt hij onze laatste vraag, om daaraan toe te voegen: “als iedereen blij weggaat met de doppen waar ze heel lang naar gezocht hebben.”