Eenvoud kan prachtig zijn: “Het is avontuurlijk om zo te wonen”

 

ZUURDIJK – Wie een les in eenvoud wil, moet nodig eens langs bij Arthur Kruisinga aan de rand van Zuurdijk. Daar waar een oud pad en de sloten elkaar kruisen, is een driehoekig perceel ontstaan met daarop nog een oud huis. In dit huis gedijt de poppenspeler prima zonder alle luxe van hedendag. Eenvoud kan prachtig zijn, dat is wat Arthur er dagelijks ervaart. En eenvoud laat ruimte voor andere dingen zoals creativiteit en vindingrijkheid.

Op de één of andere manier komt Arthur Kruisinga direct naar boven als ik laat bezinken wie er in de loop der jaren indruk hebben gemaakt. Ik zie mezelf nog over dat landweggetje rijden; het zonnetje scheen, muziek was aan. Opeens in een flits meende ik iets te zien. De auto ging in de achteruit en wel ja, daar achter die bosjes was mijn bestemming al. De auto stopte, de muziek was weg en de stilte was overweldigend. Op het ‘gekwek’ van de kippen en het zingen van de vogels dan na. Hoewel ik op heel veel plekken ben geweest, ook veel afgezonderde plekken, voelde dit anders. Dit huis, wat zo op het eerste oog veel luxe ontbeert, was ook niet een huis zoals ik het vaker voorbij zag komen. En Arthur, zoveel was ook snel duidelijk, was ook geen man om makkelijk in een hokje te plaatsen. Destijds praatten we vooral over zijn poppenspel, maar altijd ben ik nieuwsgierig gebleven naar zijn manier van leven. Ik zie nog de fotograaf naast me staan die net als ik met grote ogen rond keek. ‘Waar zou hij slapen?’ fluisterde hij me toe terwijl Arthur wat te drinken regelde. Waarop ik om me heen keek en maar één conclusie kon trekken: ‘wat dacht je van de bedstee?’

Terug naar Zuurdijk dus en ditmaal ietwat bedachtzamer als ik mijn eindbestemming nader. Nu het winter is en er geen blad aan de bomen zit, is het huis van Arthur niet moeilijk te vinden. Het plekje is even idyllisch als ik me herinner. Op de weg hierheen vraag ik me af of ik het allemaal niet overdreven heb in mijn herinnering, maar de stilte is even indrukwekkend als eerder. Het is een grijze dag, maar desondanks is het uitzicht weids. Opnieuw loopt een kip me voor de voeten als ik naar de deur ga en opnieuw besef ik me als Arthur open doet, dat hij niet makkelijk te typeren is. En ja, de bedstee zit er dus echt. “Hoe dat slaapt? Heerlijk”, lacht Arthur.

Dat hij verknocht is aan dit plekje waar hij alweer 25 jaar woont, spreekt wel uit zijn blik en houding als hij uit het raam kijkt. “Ik ben een echt nachtmens”, legt hij uit als we het hebben over het tot stand komen van deze afspraak waarbij de uitdrukkelijke wens van Arthur is dat ik niet te vroeg kom. Ochtendmens als ik juist ben, opper ik half tien, waarop Arthur aangeeft dat als ik kom om te praten, ik beter wat later kan komen. “Ik mag graag laat op zijn”, vertelt hij. “Het is dan alsof je in het donker door het heelal zweeft.”

Met het Hoogeland heeft Arthur iets speciaals. Hij woonde als klein kind vlakbij London, groeide op in Den Haag en trok uiteindelijk naar de stad Groningen. Op zijn 21e woonde hij voor het eerst op het Hoogeland in het voorhuis van een boerderij in Mensingeweer. Daarna volgden onder andere Zuid-Frankrijk, een half jaar midden op ’t veen bij Fochtelooerveen en Warfhuizen, voordat hij op dit plekje bij Zuurdijk terecht komt. “Het was toch mijn grote wens om in ’t land te wonen. Voor het prachtige uitzicht en de weidsheid die je hier ervaart”, vertelt hij. “Ik heb me wel wat moeten ontzeggen, maar je krijgt er ook veel voor terug.”

Zijn huis mag gerust simpel worden genoemd, alhoewel eenvoudig misschien een vriendelijker woord is. “Ik hou wel van eenvoud”, vertelt Arthur, “ik vind eenvoud wel mooi. Dít heb ik altijd een droomplek gevonden. Het pad wat hier voor langs loopt, was vroeger nog een modderpad. De ruilverkavelingsweg was er toen nog niet en toen wandelde ik hier veel. Dit was een vakantiehuis, de luiken zaten meestal dicht en ik woonde nog in Warfhuizen. Toen ik hoorde dat het te koop zou zijn, heb ik er best wel even over gedacht. Met Oud & Nieuw zag ik dat de luiken open waren en heb ik de vorige eigenaar gesproken. Eén van de redenen waarom het aan mij verkocht is, is dat ik het in originele staat zou behouden. “ Desondanks is hij wel een jaartje of twintig bezig geweest met het huis. “Beide kamers hadden alleen een petroleumkachel, verder was er niks. Achter stond nog een klein hokje met een wc.” Hoewel er veel gedaan is, is het huis nog niet luxe te noemen en niet uitgerust met de hedendaagse techniek. “Nee, ik ben niet aangesloten op het elektriciteitsnet”, vertelt Arthur. “Ik heb een windmolen om mijn accu’s op te laden en nog een aggregaat op benzine. Ik heb natuurlijk wel elektriciteit nodig voor licht ’s avonds, mijn waterpomp en radio. Een televisie? Nee, daar hou ik niet van. Al dat geluid; veel programma’s vind ik te druk. Inmiddels heb ik wel een badkamer, maar toen ik hier kwam wonen, was die er nog niet. Aangesloten op het waternet ben ik ook niet; ik vang regenwater van het dak op. Van de herfst tot het voorjaar is dat  hartstikke schoon, dan komt de bloesem van de bomen en heb ik een soort van thee”, lacht hij.

“Het is avontuurlijk om op deze manier te leven”, vervolgt Arthur. “Als je woont zoals ik met een windmolen, zonnepanelen en putwater ben je enorm afhankelijk van het weer. Zoals vandaag als er geen wind staat, heb ik dus geen stroom voor mijn accu’s. De meeste mensen staan er helemaal niet bij stil, maar als het twee maanden niet regent, ben ik blij als er weer wat valt.” Deze manier van leven is een bewuste keuze van Arthur. “Van jongs af aan maak ik me erg zorgen om de vernietiging van de aarde. En daar gaan we helaas rustig mee door. Nu ik ouder word en weet dat het leven eindig wordt, kan ik er wel meer afstand van nemen.” De behoefte om ook anderen te inspireren zuiniger te zijn op de wereld, heeft Arthur niet per se. “Nee, dat vind ik niet zo geweldig”, beantwoord hij de vraag of hij zijn visie niet wil overbrengen op anderen. “Om echt wat te bereiken zouden we natuurlijk wel allemaal een omslag moeten maken. Maar dat gebeurt dus heel moeizaam. En dat vind ik wel heel jammer.”

Hoewel hij afgezonderd woont, mag Arthur niet zonderling worden genoemd. “Ik heb absoluut geen hekel aan mensen, integendeel: ik ben juist erg gesteld op mensen. Ik zoek mensen op en mensen zoeken mij op. Daarvoor maak je toch ook een poppenspel, omdat het aan mensen te laten zien.” Dat hij daarvoor eerst wel weer een drempel over moet, beaamt Arthur. “Je keert helemaal van binnen naar buiten. Het spelen is een groot verschil met het maken van een poppenspel wat je allemaal in je eentje doet. En dan komt dat moment dat je het gaat spelen en moet je jezelf helemaal binnenstebuiten keren. Maar goed, je maakt het spel natuurlijk wel met het idee het te gaan brengen. Weet je”, vervolgt hij, “ik zie het als een bol van een bloem die in het donker in de grond langzaam tot ontwikkeling komt om vervolgens boven te komen en tot bloei te komen.”

En zo bloeit Arthur ook volop als hij zijn voorstelling dan speelt. Van een groot contrast echter tussen de Arthur die soms een jaar lang alleen in alle rust en eenvoud werkt aan een voorstelling tot de Arthur die dan voor een publiek staat en volledig in zijn rol een show ten tonele brengt, wil hij niet per se weten. “Ook de middelen die ik gebruik zijn eenvoudig. Ik wil gewoon graag op mijn manier een verhaal aan de mensen overbrengen. En op de eerste plaats staat daarbij dat ze er plezier aan beleven.”

Ook een poppenspel van Arthur zien? Op zondag 19 februari voert hij zijn nieuwste voorstelling ‘De Kleine Prins’ gebaseerd op het verhaal van Antoine de Saint Éxupery op in de Theaterherberg te Warfhuizen. Kaarten kosten 7 euro en zijn te reserveren via info@theaterherberg.nl.

Tien jaar aan verhalen

Tien jaar de Streekkrant betekent al tien jaar verhalen brengen. Het zijn de mensen die de krant maken en die keer op keer hun verhaal doen. Soms gaat het om leuke dingen, soms is er groot nieuws te brengen en een andere keer alleen verdriet. Het is een voorrecht om een kijkje in andermans leven te nemen en het blijft bijzonder dat je het vertrouwen krijgt om iemands verhaal te schrijven. Het jubileum is de perfecte aanleiding eens in mijn herinneringen te duiken en terug te gaan naar een aantal mensen die grote indruk hebben gemaakt. En dat zijn er veel. Helaas is slechts een kleine selectie is terug te vinden in deze speciale jubileumkrant. Ik verheug me nu al op het volgende jubileum – Maria Wijnands-Hovingh