“Eigenlijk is er niet zoveel veranderd al die jaren”

lutjegast spelweek

Spelweek Lutjegast bestaat 45 jaar

LUTJEGAST – Iets wat goed is moet je niet veranderen, zo vinden ze in Lutjegast. Hun spelweek bestaat nu 45 jaar en is in al die jaren eigenlijk niet zoveel veranderd. Hutten bouwen, zwemmen, blikgooien, de kinderen genieten er nog altijd van, ook 45 jaar na de eerste spelweek. Hinke de Vries is er vanaf het begin af aan al bij, toen nog als klein meisje. Eén ding is wel veranderd, zo weet ze. “Vroeger hadden we een grote melkbus met water staan waar we allemaal uit dronken. Nu delen we de pannenkoeken uit met plastic handschoentjes aan.”
Het is bijna de hele week schitterend weer tijdens de spelweek in Lutjegast. Maar ook op de dinsdag, als het nog wat koeler is, vermaken veel kinderen zich gewoon in het zwembad. Het bestuur van de spelweek zit wat beschutter, in de gele tent. Mireille de Vries, Sjoert van Dellen, Grietje Sikkema, Anouscka Roffel en Jannie en Albertus de Vries. En natuurlijk Hinke. “We zijn al jaren met deze vaste club”, vertelt Sjoert. “We zijn helemaal op elkaar ingespeeld.”
Hinke is toch wel hét gezicht van de spelweek. “Ik was zes jaar toen de eerste spelweek werd georganiseerd. Toen ik twaalf was heb ik voor het eerst meegeholpen.” Sindsdien is de spelweek gegroeid. Vroeger was het op het kleinere veld bij de hogebrug en daarna bij Piet Bron. “Als ik oma word dan stop ik”, hield Hinke zichzelf altijd voor. In de praktijk bleek het toch wel leuk om juist door te gaan toen haar eigen kleinkinderen er ook rondliepen. En nu zit ze er dus nog steeds, in de gele tent.
Nog net als 45 jaar geleden, bedraagt de opkomst zo’n tachtig tot honderd kinderen. “Het hutten bouwen vinden ze nog altijd het leukste”, weet Sjoert. “Hun gang gaan met plastic, dikke balken, dat vinden ze mooi. Af en toe helpen wij een handje mee, maar ze kunnen heel veel zelf.” Maar er wordt niet alleen maar gebouwd. Zeepglijden een trollentocht en een uitje. “O, en het zwembad is altijd een must. Weer of geen weer.” Dit jaar is er ook een nachtje geslapen op de spelweeklocatie. “Maar niet in de hutten, dat is niet veilig genoeg”, vertelt Hinke. “Dat hebben we wel eens gedaan, maar toen ging het ’s nachts stormen. Dan moet je de kinderen overal gaan zoeken, dat is niet prettig. Dus daarom nu gewoon in tenten.”
Een ander bekend ritueel van de spelweek is het indianenlied. Daar blijkt Sjoert er goed in te zijn. “Als ik nu gehurkt in het gras zou gaan zitten, komen de kinderen zo mee doen.” Het indianenlied is al zo oud als de spelweek zelf. Generaties zijn er mee opgegroeid. Er wordt in de handen geklapt, dan weer op de knie. “Flie vla vlo”, zo luidt de tekst. Voor een buitenstaander klinkt het bijzonder, maar in Lutjegast is het lied een begrip.
Dit jaar wordt ook het blote voetenpad gelopen. Lekker kliederen in de modder. “Voorheen gingen we altijd naar Bakkeveen”, vertelt Hinke. “Daar zijn we de wekker toen kwijt geraakt.” De wekker werd altijd gezet om aan te geven wanneer het tijd was om naar huis te gaan. “Maar die ligt daar waarschijnlijk nog steeds ergens. He, misschien is dat wel leuk voor volgend jaar! Dan gaan we dan de wekker opzoeken.”Lutjegast kan niet zonder haar spelweek. Begeleiders nemen er vrij voor en de kinderen genieten met volle teugen. “Er komen alleen wat meer regeltjes bij. Maar we doen overal netjes aan mee hoor”, vertelt Hinke, terwijl ze nog eens vertelt over de pannenkoeken die met handschoentjes aan worden uitgedeeld. “Maar het is nog altijd genieten. Voor ons is het ook een beetje vakantie.”