EK Vrouwenvoetbal: een voorbeeld voor de mannen

Vrouwenvoetbal is helemaal ‘in’. Twee jaar geleden keken er nog slechts een handjevol mensen naar het WK in Canada. Hoe snel kan het gaan? Afgelopen week zaten De Galgenwaard en Het Kasteel afgeladen vol met Oranjefans en die zagen bij vlagen een alleraardigst opererend Nederlands Elftal. Beide keren wonnen de Leeuwinnen. Beide keren met 1-0. De eerste keer overtuigend en verdiend, tegen Denemarken, tijdens de tweede wedstrijd was de zege een gelukkige en vooral te danken aan de vrouw in het doel Sari Van Veenendaal. De goalie van FC Twente verdreef vaste keus Loes Geurts uit het doel en hield Oranje met een aantal fraaie reddingen op de been.

Het is hier niet de bedoeling de wedstrijd te gaan analyseren. Maar feit is wel dat het vrouwenvoetbal een opmerkelijke opmars kent. Zelfs ‘vrouwenvoetbalhater’Johan Derksen kwam bij Jinek verkondigen dat hij helemaal om is en tegenwoordig geniet van de Oranjevrouwen. Dan moet er toch wel wat aan de hand zijn. En toegegeven: het was alleraardigst om na te kijken. Natuurlijk mogen we niet vergelijken met de mannen. Dat heeft voetbalanalist Mary Kok/Willemsen ons nadrukkelijk verboden. “Je gaat toch ook Barcelona niet vergelijken met Feyenoord,” stelde het hoofd vrouwenvoetbal van FC Twente voorbije week in de landelijke media? Dat doen we natuurlijk juist wel. Als je net de Spaanse topper Barcelona tegen Real Madrid hebt gekeken en wil nog even de samenvattingen van de eredivisie zien, dan is het toch even schrikken wanneer je zit te kijken naar Exeslsior – PEC Zwolle. Natuurlijk vergelijken de hersenen die wedstrijden. Die zien dat alles net even langzamer gaat. Dat de controle net even wat minder is, net als het balgevoel, het inzicht en dat de centrale middenvelder van Zwolle, laten we zeggen Danny Holla, net wat vaker balverlies leidt dan Lionel Messi. Is dat erg? Nee, zo is het. We hoeven er geen waardeoordeel op te plakken als slechter of beter. Maar laten we het verbod van mevrouw Kok/Willemsen (vast een goede vriendin van voormalig Groen/Links voorvrouw Femke Halsema. En die kan een goede vriendin wel gebruiken in deze tijd, want ze heeft een puberende dochter. En dat vindt de vrouw die zo ongeveer de uitvinder is van ‘alles wat God verboden heeft’ erg ingewikkeld, liet ze deze week in de media weten. Daardoor voelt ze zich een beetje in een midlifecrisis. Dat terzijde.) maar naast ons neer leggen. We gaan vergelijken. Daar waar vrijwel alle eredivisieclubs en dus ook Oranje, en hier gaat het over de mannen, de bal graag honderd keer achterin rond spelen, doen de vrouwen dat anders. Daar doen ze eigenlijk helemaal niet aan. Wanneer ze een opening zien, en die zien we schijnbaar vaak, dan wordt de bal ingespeeld. Daar zit best regelmatig een idee achter. Als een verdediger veel luchtduels verliest wordt deze gewoon gewisseld voor iemand die sterker is in kopduels. Heel eenvoudig allemaal. Bij de mannen wordt daar bijzonder ingewikkeld over gedaan. Een centrale verdediger wisselen? Waarschijnlijk een van de eerste lessen die wordt geleerd op de cursus betaald Voetbal, gegeven door buiten de boot gevallen en ontslagen oud-trainers. Nooit doen!  En dus hebben centrale verdedigers een vrijbrief om 90 minuten lang te mogen falen, afgegeven door de volgzame trainers die altijd op hun hoede zijn voor ontslag. De vrouwen laten het zien: gewoon doen, want het werkt. In het eigen 16 meter wordt onder druk niet geprobeerd te voetballen, maar de bal wordt gewoon het kanaal over getrapt. Heel verstandig. Deden wij vroeger ook al in de B jeugd. Resoluut en daadkrachtig. Dat straalt vertrouwen uit. Die vrouwen weten precies welke passie nodig is om een overwinning uit het vuur te slepen. Doordekken kennen ze niet. Ze ‘stappen’ door. Na de wedstrijd sprak niemand over compact spelen of het gebrek er aan. Over de controle over een wedstrijd. Over looplijnen of werd er erg diplomatiek gedaan over een slechte tweede helft. Nee, de vrouwen waren gewoon eensgezind: ‘Het was slecht, we hebben de tweede helft geluk gehad en een super doelvrouw.’ Heerlijk. Gewoon dat zeggen wat we allemaal hebben gezien. Geen persvoorlichters die de geesten hebben vermalen tot angstige en sprekende poppen en geen verontwaardigde miljonairs die, vanachter een zonnebril en met een koptelefoon half op, zich afvragen hoe de verslaggever zo’n vraag überhaupt durft te stellen. Hier heeft het grote geld de mensen nog niet van de aarde losgeweekt. Hier voetballen mensen met en vanuit hun hart, gewoon omdat ze het leuk vinden en een eer met het Oranjeshirt te spelen. Het zal geen toeval zijn dat de duurst betaalde speler ook het onaardigst en onechtst was voor de camera’s. Nee, Miedema baalde helemaal niet dat ze nog niet had gescoord. Terwijl haar nukkige lichaamstaal aan duidelijkheid niets te wensen over liet. Hopelijk blijft het grote geld verder achterweg bij het vrouwenvoetbal. Inmiddels hebben de veredelde amateurs plaats gemaakt voor atleten en is het niveau met sprongen omhoog gegaan. Het bewijs is geleverd. Het hoeft maar enig niveau te hebben en de stadions lopen vol. Toeschouwers willen echtheid, authenticiteit. Zich kunnen identificeren met het team. Het wordt tijd dat de mannen eens goed en aandachtig gaan kijken met welke mindset vrouwen een wedstrijd spelen. Hoe ze die analyseren en naar hun zelf kunnen kijken. Daar kunnen ze een hoop van leren. Laten we vooral blijven vergelijken. In het belang van het mannenvoetbal.

Iris Achterhof:  “We zijn geen top, dus dit is heel knap”

Ook Iris Achterhof is enthousiast over het vrouwenvoetbal. Onze eigen Oranjespecialist speelde zelf bij Heerenveen en inmiddels bij de Amerikaanse Old Dominion University aan de andere kant van de oceaan. Ze zag zowel de wedstrijd tegen Noorwegen als Denemarken en voorziet de tweede ronde. Iris heeft een grote overeenkomst met Louis van Gaal. Ze denkt na over voetbal en heeft een mening. Er is ook een groot verschil: ze is sympathiekst vanzelfsprekend blij met de flow van het vrouwenvoetbal. Maar gaat niet mee in de grote euforie. “Want” is de conclusie van de snelle spits:  “Zo goed zijn we niet.” Even een heel ander geluid dan die van de voorbije weken in alle media. “Vooropgesteld. Ik ben hartstikke blij met hoe het gaat. We hebben een enorme stap gemaakt de laatste jaren en dus is het heel erg knap wat er nu wordt gepresteerd. We komen van ver maar zijn geen internationale top. Zweden en Duitsland zijn dat bijvoorbeeld wel. Daarom is het extra knap dat er nu zo leuk wordt gevoetbald.” Een paar jaar geleden was er niemand geïnteresseerd in vrouwenvoetbal. Nu zijn de stadions uitverkocht. Weliswaar niet de grootste, maar toch. Iris, zelf groot fan van Lieke Martens, heeft wel een idee hoe deze omslag heeft kunnen plaats vinden. “Het vrouwenvoetbal wordt door steeds meer clubs en door de KNVB opgepakt. Op amateurniveau is er heel veel gedaan en de profclubs beginnen ook mee te doen. Dan zie je dat sponsoren daar in mee gaan en al die aandacht leidt uiteindelijk tot meer en betere begeleiding en voetballers. Ik denk ook dat dit toernooi weer een stap kan zijn naar het verder professionaliseren van het vrouwenvoetbal en we een sprong kunnen maken in niveau. De hele hype en sfeer rondom het team zal ook vast een aanzuigende werking hebben op jonge meiden die zich nu ook gaan aanmelden voor voetbal. Al met al ziet het er echt mooi uit voor het vrouwenvoetbal,” is de conclusie van de studente Economie die bezig aan een belangrijk jaar. Zowel op de Universiteit als in de voetbalcompetitie. Meer daarover binnenkort in deze krant.