Floris Witte (15) de nieuwe Epke Zonderland?

Opende Floris Witte-2

Astrid is zijn moeder én trainster

OPENDE – Een turntalent kun je de 15-jarige Floris Witte uit Opende zeker noemen. Hij werd in zijn klasse al eens Nederlands kampioen. Ook dit jaar behaalt hij goede resultaten en dat is niet gek: Floris traint zes dagen per week en is behoorlijk fanatiek. Een training waarbij zijn handen niet open liggen, vindt hij geen goede training. Woont de toekomstige Epke Zonderland in Opende?
Floris komt uit een echt turngezin. Moeder Astrid is gymlerares en tevens zijn trainster. Eén van zijn drie broers heeft ook op hoog niveau geturnd. Astrid: “Dan heb je een voorbeeld hè? Vanaf zijn tweede liep Floris al in de gymzaal. Het begint met een koprol en zo gaat het steeds verder.” In de woning van de familie Witte is het eerste wat opvalt een paard, dat prominent in de woonkamer staat. Een oefenexemplaar. In de tuin staat een grote trampoline, waar Floris zonder problemen een showtje weggeeft. Hij demonstreert een salto en hoe je dat eigenlijk leert. “Dat gaat stap voor stap”, legt hij uit. Eerst een koprol, dan een zweefrol en zo verder. Alleen al de manier hoe hij vanaf de grond op de hoge trampoline springt is indrukwekkend. Alsof hij de stoep op stapt in plaats van het hoge ding dat tot zijn borst reikt.
En dan zijn handen. Niet de handen van de gemiddelde 15-jarige, maar zo breed als die van een landarbeider. Dat krijg je van al dat slingeren aan de rekstokken. Toch staat turnen bij veel van zijn leeftijdsgenootjes niet echt als stoer bekend. En dat is onterecht, zo vindt hij. “Sommigen vinden het vrouwelijk, maar het is eigenlijk heel zwaar en je hebt er veel kracht voor nodig. Sommige sprongen zijn ook echt heel eng”, vindt Floris. Niet voor niets stoppen veel jongeren met turnen als ze wat ouder worden. Ineens vinden ze het dan te eng. Floris verwacht niet dat hij daar last van krijgt. “Je moet alles gewoon stapje voor stapje doen. Ik denk dat een trainer die daaraan turners verliest ook geen goede trainer is. Die willen denk ik te snel. Als ik iets nieuws heb geleerd, een moeilijke sprong bijvoorbeeld, dan moet ik daarna altijd even opladen. Niet qua spierkracht, dat heb je wel. Maar vooral mentaal.”
Volgens Astrid kan Floris een stuk meer dan dat hij zelf soms denkt. En dan pusht ze hem een beetje. Of de twee nooit ruzie hebben? Floris: “Ik zie het nut niet van ruzie, je moet er toch gewoon over kunnen praten? En bij wie kun je het anders kwijt dan bij je moeder?” Astrid straalt ervan. “Zo kun je er tien hebben.” Toch vindt Floris zeker wel eens wat eng. Ze weet hij nog laatst, toen hij een salto moest doen uit het rek en hij maar een klein stukje had om te landen. Of toen hij een oefening moest doen en met zijn teen bleef haken en zich behoorlijk zeer deed. Een echte turnblessure heeft hij nog niet gehad. “Ik heb een tijdje geleden mijn sleutelbeen wel gebroken, maar dat gebeurde toen ik werd aangereden op de fiets. Ik wilde net even te snel.”
Toen Floris nog wat jonger was, hield hij zich vooral bezig met trampoline springen. Dubbele salto’s, moeilijke sprongen, op den duur werd hem dat wel wat te eng. Dus ging hij verder met turnen. En het lijkt wel of bij het turnen alles lukt. Astrid: “Het is echt een natuurtalent. Zelfs zijn trainingsgenoten hebben wel eens zoiets van: ‘jou lukt ook alles.’ Maar op welk niveau hij ook turnt, hij is altijd heel relaxt. Dat is misschien ook wel zijn kracht.” Of hij een grens heeft? Zijn er dingen die hij echt niet wil doen? Zijn antwoord is stellig. “Nee, een grens heb ik niet met turnen. Die ben ik tenminste nog niet tegen gekomen.” De Tsukahara was een oefening waar hij erg tegen op zag, een sprong die echt thuis hoort in de topsport. En die is laatst gelukt op een wedstrijd. “Tijdens de wedstrijd moet je het gewoon doen, zijn er geen excuses. Daar train je een heel jaar voor. De adrenaline giert dan wel door je lijf, maar daar doe je het voor. ”
Floris traint zes keer per week, elke dag op een andere locatie. Zo traint hij nog bij zijn moeder in Opende, in Leek, Harkema en in Heerenveen. Hij zit op de havo en houdt zelfs nog tijd over om af en toe iets te ondernemen met vrienden. “En hij staat ook altijd klaar om mij een handje te helpen in de gymzaal”, vertelt Astrid. De rest van haar zonen zijn allemaal gestopt met turnen of doen een andere sport. “Zijn twee broers hebben het erover wie het meest kan opdrukken in de sportschool. Robert is ook eens Nederlands kampioen geworden, maar hij is wel gestopt. Hij vond het risico te groot worden. Hij dacht: stel dat het fout gaat, dan vergooi ik de rest van mijn leven.”
Zo niet Floris dus. Die blijft doorgaan en hoopt volgens jaar zelfs uit te komen in de 2e divisie. En hij blijft zijn moeder helpen in de gymzaal, zoals laatst met de Free run, een nieuw sport waarbij over verschillende gymzaalattributen wordt heen gesprongen en geklommen. “Je leert erbij hoe je goed moet landen. Ook voor mij wel handig als ik het rek eens mis. Zo leer ik steeds wat bij.”