Gekozen burgemeesters

Een langgekoesterde wens van D66 lijkt eindelijk in vervulling te gaan: de gekozen burgemeester. De democraten strijden al langer voor een gekozen burgemeester, maar waar eerdere initiatieven strandden in de zicht van de haven, lijkt het nu toch echt te gaan gebeuren. Een kleine wijziging in de tekst van de Grondwet is voldoende. Dat houdt echter niet in dat de inwoners van het Westerkwartier straks in november twee stembiljetten moeten invullen. Eentje voor de gemeenteraad en eentje voor de burgemeester. Zover is het nog lang niet.

Momenteel is het zo dat als een gemeente een nieuwe burgemeester nodig heeft, de gemeenteraad een profielschets opstelt. De raad stelt vast waar hun perfecte kandidaat allemaal aan moet voldoen en openbaart vervolgens de vacature. Kandidaat-burgemeesters kunnen op de vacature solliciteren door een brief naar de commissaris van de Koning te sturen, die op zijn beurt het kaf van het koren scheidt. De commissaris bepaalt wie de beste kandidaten zijn en schuift deze namen door naar een vertrouwenscommissie bestaande uit raadsleden. De vertrouwenscommissie voert sollicitatiegesprekken met de kandidaten die de commissaris heeft uitgezocht en kiest daar de twee beste sollicitanten uit. Deze worden besproken in een besloten gemeenteraadsvergadering, waarna de raad komt met een advies, hun voorkeur. Via de minister van Binnenlandse Zaken, die het advies omturnt tot een benoemingsbesluit, komt het uiteindelijk bij de Koning terecht die de benoeming met een handtekening officieel bekrachtigt. Als het aan D66 ligt, verandert dit binnenkort en verdwijnt de Kroonbenoeming uit de Grondwet. Daarmee is de gekozen burgemeester nog geen feit, maar wel een flinke stap dichterbij. Voorstanders kijken positief naar de mogelijke wetswijziging en hopen dat het gekozen burgemeesterschap een einde maakt aan de ‘baantjescarrousel’ waarbij politici de mooiste baantjes toegeschoven krijgen, ook al faalden ze hopeloos in hun eerdere functie. Immers, wie controleert de commissaris van de Koning? Zijn rol in de aanstelling van een burgemeester blijft arbitrair. Aan de andere kant vrezen tegenstanders dat Prins Carnaval straks zomaar burgemeester kan worden. Ook een goed punt. Net als het feit dat een burgemeester boven de partijen moet staan. Wat men krijgt met een gekozen burgemeester is een campagne. Vergelijkt u het voor het gemak met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Men doet verkiezingsbeloftes en is uiteindelijk allesbehalve onafhankelijk. Op de loer ligt het gevaar dat in één raadszaal straks twee gekozen instituten zitten; de raadsleden en de burgemeester. Met beiden een eigen agenda die niet overeen hoeft te komen. Levert dat problemen op? Zeker. Maar ook leuke politiek. De burgemeester staat dan nog altijd boven de partijen, maar is niet langer per definitie onpartijdig. Dat heeft voor- en nadelen en daar mag u van vinden wat u wilt. Natuurlijk zullen er regels moeten komen die verhinderen dat de plaatselijke dorpsgek of het populairste jongetje van de klas zich zomaar kandidaat kan stellen. Enig niveau, opleiding en achtergrond is op deze positie immers gewenst. Tegen een gekozen burgemeester ben ik echter niet, mits de kaders goed gesteld worden. Het geeft meer mensen de mogelijkheid hun droom te verwezenlijken en haalt de burgemeesterspost uit het besloten wereldje waarin geflopte Kamerleden een leuke gemeente ‘toegewezen’ krijgen. Immers, als commissaris van de Koning hoef je alleen maar je eigen favoriet naar voren te schuiven, vergezeld van een aantal kansloze opties. Een gekozen burgemeester biedt ook nieuwe opties voor het Westerkwartier. Van tafel kan die rare burgemeestersafspraak die er nu ligt. De afspraak die stelt dat alle vier de burgemeesters na de herindeling dienen te vertrekken. Bedoeld om de schijn van voortrekken te voorkomen, maar resulterend in een verlies van (te) veel kennis over de toekomstige gemeente.  Waarom zou je als toekomstige gemeente alle aanwezige burgemeesters bedanken voor bewezen diensten en uitzwaaien? Een nieuwe gemeente is al spannend en onzeker genoeg zónder dat je reeds opgedane ervaringen en aanwezige kennis buiten de deur zet. Kijkend naar de leeftijden van de burgervaders destijds was Henk Kosmeijer een prima kandidaat geweest om door te schuiven. Een bewezen topburgemeester die tot aan zijn pensioen in Marum en het Westerkwartier had kunnen blijven. Ik vind het onbegrijpelijk dat hij ‘zomaar’ afstand heeft gedaan van zijn positie. Jammer.  Zeker ook voor Ard van der Tuuk. Als waarnemend burgemeester van de gemeente Grootegast is hij een schot in de roos. Van der Tuuk is een droomkandidaat voor de straks vacante burgemeesterspositie van de gemeente Westerkwartier. Jong, verbindend én inmiddels bekend met deze streek en de vier gemeenten. Maar door die burgemeestersafspraak dus in principe kansloos om na zijn tweejarige ‘stage’ als burgervader van Grootegast door te stromen naar het Westerkwartier. Liever wordt de onbetaalbare kennis buiten gezet.

Of Ard van der Tuuk ook definitief vertrekt? Gemeentesecretaris Eric Paré liet zich recent ontvallen tegen een collega-journalist dat ‘als de roep vanuit de bevolking toeneemt, je uiteindelijk niet weet wat er gebeurt’. Laat ik hier op deze plek de eerste aanzet geven en roepen dat wij niet alle kennis bij het grof vuil moeten zetten. Niet alle burgemeesters hoeven per se weg. Sterker nog, dat zou een doodzonde zijn. Want waarom zouden wij onze aanwezige topkandidaten inleveren? Ik stel voor dat de zittende burgemeesters, mochten zij de functie ambiëren, hun beschikbaarheid gewoon kenbaar maken bij commissaris van de Koning René Paas.

 

Meediscussiëren over de herindeling of jouw mening laten horen? Laat het weten op Twitter @richardlamberst!