Grijpskerk honderd jaar elektrisch verlicht

Grijpskerk Transformatorhuisje-2

GRIJPSKERK – Het lijkt al weer een eeuwigheid geleden dat de straten in het noorden van het land elektrisch werden verlicht. Voor Grijpskerk is dat ook zo. Morgen (woensdag) is het exact honderd jaar geleden dat straatverlichting de inwoners van Grijpskerk voor het eerst bijscheen in de donkere avonduurtjes. Niet langer waren straten onverlicht en niet langer hoefde men met stormlantaarns over straat. Zeer welkom natuurlijk, zo vlak voor de donkere dagen voor kerst. Dat vond ook het regionale nieuwsblad dat op 8 december 1917 schreef: ‘Gisteravond brandde in ons dorp voor ’t eerst de electrische straatverlichting. ’t Is een heele verbetering, ook voor de reizigers, die nu des avonds den weg naar het station uitstekend verlicht zullen vinden.’
De Streekkrant werd op deze mooie mijlpaal geattendeerd door de Stichting Kluften en Waarden, die op een oud artikel uit een nieuwsblad van 1916 waren gestuit. Per toeval. De stichting is onder meer bezig met het Neringproject. Een project waarin de middenstand van Grijpskerk in de twintigste eeuw wordt beschreven. Jaarlijks wordt er een boekje gepresenteerd waarin een ondernemersgroep wordt uitgelicht. Het eerstvolgende deel gaat over ‘smeden’, zo laat Hugo Luijken weten. “De smeden legden zich ook toe op elektriciteit, een onderwerp dat ik voor mijn rekening neem”, schrijft hij. “Tijdens het speurwerk stuitte ik op de datum 7 december 1916 en de heuglijke gebeurtenis van die dag.” Genoeg redenen voor Luijken om op onderzoek uit te gaan en de geschiedenis van het verlichte Grijpskerk te ontrafelen. Met succes overigens, getuige de vele feiten die hij boven water heeft weten te krijgen. De aanleg van straatverlichting in Grijpskerk had namelijk wat meer voeten in aarde dan de provincie aanvankelijk had gepland. Het is het jaar 1912 als de Gedeputeerde Staten van Groningen besluit de eerste Helpmancentrale te bouwen, voordat in 1933 de tweede centrale – tegenwoordig het hoofdkwartier van RTV Noord- wordt gerealiseerd. De eerste Groninger centrale werd in 1914 in gebruik genomen, twee jaar voordat eindelijk de verbinding naar Grijpskerk tot stand was gekomen. Wachten was overigens geen probleem voor de toenmalige gemeente Grijpskerk dat alle vertrouwen had in de plannen van de provincie, die als stroomproducent ging dienen. Al in 1912 deed het gemeentebestuur een investering in de speciaal opgerichte ‘Maatschappij tot aanleg en exploitatie van Laagspanningsnetten’. Tegenwoordig zouden ze daar een mooie afkorting voor verzinnen, omdat grafisch ontwerpers anders in de knoop komen met het logo. Maar toen kon het nog, bedrijfsnamen met de lengte van een volgroeid basketballer. De gemeente Grijpskerk legde een lieve som van 500 gulden neer voor twee aandelen in de maatschappij, die ervoor moest zorgen dat gemeenten, bedrijven en burgers werden aangesloten op het netwerk. In de provincie werden transformatorstations neergezet waar ondergronds hoogspanningsleidingen naartoe werden gelegd. In die transformatorstations werd vervolgens de hoge spanning omlaag gebracht. Laag genoeg om ervoor te zorgen dat lampen niet direct kapot knapten en machines niet over hun toeren raakten. Het dichtstbijzijnde transformatorstation voor Grijpskerk stond op de Bosscherweg. Vandaaruit werden de bedrijven en de huishoudens in Grijpskerk door de Maatschappij van stroom voorzien. Net op het moment dat de Grijpskerker gemeenschap aan de beurt was om aangesloten te worden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Kabels werden schaars, of waren eigenlijk gewoonweg niet meer te krijgen, en het uitbouwen van het elektriciteitsnet liep ernstig vertraging op. Eigenlijk had niemand meer gerekend op het aansluiten van Grijpskerk zolang de oorlog voortduurde. Totdat de provincie in de zomer van 1916 toch nog een stuk kabel vond dat lang genoeg was om Grijpskerk aan te sluiten. Op 7 december 1916 was het dan eindelijk zover: Grijpskerk had licht. Heel Grijpskerk? Welnee! De meeste inwoners moesten nog ruim dertig jaar op hun aansluiting wachten. De inwoners die aan de Rijksstraatweg richting Niezijl woonden konden pas in 1948 hun stormlantaarns in de schuur leggen. Het trafostation aan de Bosscherweg kreeg er na de Eerste Wereldoorlog nog een belangrijke functie bij. Tussen 1919 en 1922 liep er een hoogspanningsleiding op hoge houten palen vanuit Grijpskerk richting Kollum. Een gevaarlijke situatie waarvoor de toenmalige burgemeester van Kollum zijn inwoners nog waarschuwde. In de regionale krant viel te lezen dat ‘met ingang van 2 juni 1919 de bovengrondsche 10.000 Volt leiding Grijpskerk-Kollum onder spanning is gezet. Uitdrukkelijk wordt er op gewezen dat de aanraking der draden, ook van die, welke bij eventueelen draadbreuk op den grond mochten komen te liggen, levensgevaarlijk is.’ Kollum moest dus ondergronds worden aangesloten. Aangezien de Groninger Helpmancentrale dichterbij lag dan de Friese provinciale energiecentrale werd er besloten dat Kollum aangesloten zou worden op het trafostation nabij Grijpskerk. Nog weer later zou het trafostation aan de Bosscherweg zijn belangrijkste rol in de geschiedenis vervullen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog is het bevolkingsregister van Grijpskerk verstopt in het trafostation. Met als gevolg dat het station tegenwoordig een oorlogsmonument is.