Grijpskerkers houden oorlogsverhaal levend

grijpskerk oorlog restanten

“De wereld is nog verre van een speelterrein, dus dit is het waard”

GRIJPSKERK – Bindert Helder en Jan Veenstra, beiden Grijpskerkers, duiken al jaren in de historie van hun omgeving. Een ochtend op de koffie bij deze heren staat garant voor een paar uur anekdotes, schitterende verhalen en dozen vol tastbare herinneringen die uit Bindert’s eigen archief tevoorschijn komen. Sommige gebeurtenissen passeren de revue nogmaals en verdwijnen weer van het toneel, andere blijven voorgoed in het achterhoofd hangen om bij tijd en wijle in alle hevigheid weer een plekje in het nu op te eisen. Binnenkort ontvangen de heren opnieuw bezoek uit Amerika om samen een heuse ‘trip down memorylane’ te maken. Een ‘trip’ naar de oorlogstijd, naar de herinneringen aan een neergestort vliegtuig en het lot van de elf inzittenden. Een verhaal wat de heren levend willen houden, niet om de feiten van lang geleden, maar om het gevoel wat hierbij komt kijken. Het gevoel wat ook nu, 71 jaar later, nog altijd springlevend is.
Hoewel Bindert en Jan het liefst in de historie van hun omgeving duiken en daardoor vaak wel een persoonlijke binding hebben met de verhalen die zij boven water weten te halen, komt geen één zo dichtbij als dat van de in de Tweede Wereldoorlog neergestorte Sky Queen. Bindert zag op 28 juli 1943 met eigen ogen het vliegtuig naar beneden komen. Een gebeurtenis die grote indruk maakte op het slechts negenjarige jongetje. “Zoiets laat je nooit meer los”, vertelt hij ook nu nog. Beeldend en levendig haalt hij zonder moeite weer naar boven hoe het vissen met zijn neef in de Peebosch, met sch alsjeblieft, abrupt werd onderbroken. We zagen een groep Amerikaanse vliegtuigen richting Duitsland vliegen en later ook weer terugkeren. We wisten het nog precies; we hadden ze geteld: 52 stuks in twee groepen. Het was heel indrukwekkend voor ons, want het was één van de eerste grote vluchten die de Amerikanen naar Duitsland deden. In mei zijn ze naar Engeland gekomen, in juni zijn ze begonnen met die vluchten. Uiteindelijk hebben ze dat ook maar kort gedaan, die vluchten overdag, want de verliezen waren erg groot. Iets wat Bindert met zijn eigen ogen aanschouwde. ’Kijk eens! Er brandt één!’ Het leek wel of het vliegtuig zelf in doodsangst was. En toen zagen we twee parachutes tegen een stille lucht.”
Van de elf inzittenden in de Sky Queen wisten alleen de bemanningsleden Adams en Perrotti zich in veiligheid te brengen. Ze kwamen neer in Kortwoude, dichtbij Surhuisterveen. Dit met dank aan Adams, die het bommenluik opende, de bommen loste en zo zichzelf en Perrotti de mogelijkheid gaf door datzelfde luik naar buiten te springen. De overige negen inzittenden moesten het met hun leven bekopen. Het grijpt Bindert nog altijd aan. “Die jongens die wisten het; ze konden er niet meer uit’, overpeinst hij. “Het waren nog maar jonge knapen, allemaal begin twintig”, vult Jan hem aan.
Buurmannen Jan en Bindert bleken jaren later elkaar perfect aan te vullen in hun passie voor de historie en het uitzoeken hiervan. Om zoveel mogelijk te weten te komen over deze gebeurtenis in de oorlog, werd al snel één van hun prioriteiten. Het heeft me nooit weer losgelaten, vertelt Bindert. Ik heb er nog vaak over gepraat. Inmiddels hebben de heren vele feiten boven water kunnen halen. Zo weten ze te vertellen dat er van de bemanningsleden die niet meer uit het vliegtuig konden komen, maar weinig overbleef. Zo weinig dat deze negen personen in maar vier kisten werden begraven. De heren weten precies waar en hebben zelfs foto’s in hun bezit van deze begrafenis met militaire eer. Ook de toedracht lijkt geen raadsel meer. Zo vertellen ze dat de piloot vermoedelijk is geraakt door een kogel van een Duits vliegtuig, welke de Amerikaanse troepen vanaf Leeuwarden tegemoet kwam vliegen, en dat toen deze piloot was overleden, de paniek zich meester maakte van de tweede piloot die per abuis het vliegtuig onbestuurbaar maakte.
Maar behalve het boven water halen van de feiten, was er nog iets anders wat de heren bezig bleef houden: het gevoel. Zij vinden het dan ook belangrijk dat mensen ook nu nog beseffen hoeveel onze vrijheid heeft gekost. Deze Amerikanen hebben hun leven gegeven voor onze vrijheid. Voor ons was het belangrijk hun te laten voelen, dat wij meeleven, met wat voor offers zij hebben gebracht. En dus speurden de heren in Amerika naar Adams en Perrotti. Het lukte ze Howard Adams te traceren, één van de twee overlevenden, die ze in de jaren tachtig naar Nederland haalden. Een emotioneel bezoek. Hete tranen werden er geschrijd”, herinnert Bindert zich. Hij onthulde destijds een monument op de begraafplaats in Opende en was toen ook helemaal van de kaart. Het is heel mooi dat er zo’n monument is, vervolgt hij, want dat is heel belangrijk voor hun. Zij wilden graag zo’n plekje om heen te kunnen gaan en dat hebben ze nu.
De heren wisten ook contact te leggen met familie van de omgekomen piloot William Dietel. Binnenkort komen Randy, een oomzegger hiervan, en zijn vrouw Peggy Dietel naar Nederland om Bindert en Jan te bezoeken. Het is inmiddels 71 jaar later, Randy en Peggy zijn alweer een hele nieuwe generatie en toch is het ook voor hun nog altijd belangrijk te zien en te weten wat er met William is gebeurd. “Weet je”, vertelt Bindert, “de vader van William kreeg in ’47 een brief: uw zoon is overleden en niet geïndentificeerd. Dat was alles. Het contact met de Amerikanen stimuleerde Jan en Bindert alleen maar meer om zoveel mogelijk boven water te halen over het noodlot van de Sky Queen. Als je verneemt dat het voor hun een verwerking is, dan ga je er dieper in, aldus Jan. Zij wisten totaal geen details. Ja, ze hadden gehoord dat het vliegtuig bij Surhuisterveen was neergestort, maar wisten zij veel wat Surhuisterveen is. Als je contact krijgt, dan wordt je van binnen blij. Andersom weten wij nu ook wie die jongens waren en hoe ze geleefd hebben. En je kunt zelf ook meer begrijpen over de oorlog. Ik ben van ‘49 en mijn ouders hebben de oorlog meegemaakt. Mijn moeder zei altijd: je vader is in één nacht grijs geworden. Hij was te werk gesteld en had zo’n heimwee. Soms vertelde hij er wel over, maar heel veel kón hij niet vertellen.” Inmiddels kunnen Bindert en Jan volgens eigen zeggen wel een film maken van al die jaren dat ze zich met de Sky Queen hebben beziggehouden. Ze houden het bij een boek.
“’Weer een boek? Nee toch!’ zei mijn vrouw”, lacht Bindert. “Oh ja, de mijne zegt ook wel eens: ‘moet je nou alweer naar Bindert’”, lacht Jan met hem mee. Met de Stichting Het Verleden Doen Herleven, waar ook Anneke Vink deel van uitmaakt, maakten ze al eerder twee boeken. De opbrengst stelt hun in staat de Amerikanen nu naar Nederland te halen. Op 20 juli komen ze aan. Er wacht niet alleen een boek met onder andere foto’s en officiële documenten, maar ook nog delen van naamplaatjes en de radio van de Sky Queen die Bindert en Jan wisten terug te vinden met de metaaldetector. Opnieuw een emotioneel bezoek waarschijnlijk, maar juist het gevoel maakt het verhaal voor Jan en Bindert zo belangrijk. “Het is belangrijk dat het nog altijd verteld wordt. Niet alleen het klassieke verhaal van het neerstorten, maar het verhaal van de impact die het heeft op de achterblijvers.” De vrijheid is duur bevochten. “En we zijn er nog altijd niet. Norman verwoordde het het allerbeste. Hij zei: ‘de wereld zou een speelterrein moeten zijn waarop geen oorlog en ellende heerst. En toch gaat het maar door, er komen nog altijd nieuwe brandhaarden bij.’ Daarom is dit verhaal het waard. Wíj hebben er in elk geval iets aan gedaan, iets wat blijft leven. Straks is het weer aan andere generaties om het op te pakken.”