Hans Piraat doet wat hij wil

Wehe den Hoorn Hans Piraat

WEHE DEN HOORN -  Het leven is een groot avontuur voor Hans Weijer, alias Hans Piraat. Paradijsvogel Hans uit Wehe den Hoorn kan je overal tegen komen. Op zijn scooter verplaatst hij zich van a naar b. Onder zijn helm zijn grote piratenhoed verkreukeld. ‘Mensen zeggen wel eens: goh, wat een mooie hoed. Haha, die hoed komt gewoon bij de Action weg’, ginnegapt hij.
Met een dikke jas aan zit hij in zijn woonkamer, vol met allerhande spullen. Wereldbollen, schilderijen, boeken, beelden, lampen, te veel om op te noemen. In de keuken geurt het naar eten, er staat een pannetje met vlees te sudderen.  Om de kou te verdrijven heeft hij midden in de huiskamer een terrasverwarmer staan.’De centrale verwarming moet gerepareerd worden, maar zo werkt het ook prima hoor.’
Hans is een excentrieke vertoning in de gemeente De Marne, maar ook daar buiten kennen mensen hem. ‘In ieder dorp kennen ze me’, lacht hij, ‘Iedereen vraagt altijd hoe het er mee is.’ Hans staat vrij in het leven. Hij kan niet anders. ‘Het leven is toch een grote grap. Je moet er wat van maken.’ Met zijn hoed en mondharmonica valt hij op. ‘Ik ben zelfs nog in “Man bijt Hond” geweest. “Met de muziek mee” heette dat. Ik speelde toen ook op mijn mondorgel.’
Hij heeft zich nooit goed kunnen houden aan de regels van de maatschappij. ‘Op de kleuterschool spijbelde ik al. Dan verstopte me in het park en ging keurig tussen de middag naar huis om warm te eten’. En zo vervolgde Hans zijn leven.
Na vele omzwervingen streek hij neer in Wehe den Hoorn. Opgegroeid in Veendam, al heel jong op kamers in Assen om vervolgens in Hilversum terecht te komen. ‘Zo’n acht jaar heb ik daar gewoond. Ik heb van alles gedaan, zelfs nog voor de TROS gewerkt.’ Gaandeweg heeft hij in zijn leven veel verschillende panden gekocht en verkocht. En dat heeft hem toentertijd geen windeieren gelegd. Het is een sjacheraar. De spullen die in de woning staan zijn bijna allemaal te koop. ‘Ik ben nergens mee getrouwd, zeg ik altijd maar.’ Toen hij vanuit Hilversum in Groningen terug kwam, belandde hij in Leens. ‘Ik kocht daar een oude boerderij, die ik in de Woonkrant van de Telegraaf had zien staan. Die heb ik jaren later heel goed kunnen verkopen.’ En zo zwierf Hans jarenlang door de provincie. Hij kocht een pand in Eenrum, het voormalige gemeentehuis, om ook deze een paar jaar later weer door te verkopen. Verder had hij nog boerderijtjes in Duitsland en vlakbij Luxemburg. Alles werd uiteindelijk weer verkocht. In die tussentijd had hij ook de oude melkfabriek in Ezinge gekocht. Jarenlang werd het pand door kunstenaars gebruikt en had hij grootse plannen om er een kunstzinnig centrum van te maken. Inmiddels is ook de fabriek meer een opslagruimte geworden. ‘Er zijn genoeg mensen die bij me komen om spullen te kopen. Vaak handelaren.’ Veel van de spullen heeft hij al jaren in opslag. Nieuwe dingen koopt hij eigenlijk niet meer. Behalve onroerend goed. Op dit moment heeft hij een kasteeltje in voormalig Oost Duitsland op het oog. Er zit tien hectare grond bij. ‘Prachtig man. Heel goed te gebruiken voor cultuur, het Bourgondische leven met muziek en lekker eten.’ Als het zover is wil Hans daar een stichting voor oprichten, Het Internationaal Kunstenaars Kabinet.