Helen Drijfhout

Helen Drijfhout (foto Homme Zwiep

Helen Drijfhout,
voorzitter Zwemclub Zeno
“We zijn de gezelligste zwemclub van Groningen, dat is ons motto. En het gaat goed met onze club. We hebben zo’n honderd leden, dat waren er een aantal jaren gelden nog een stuk minder. Sinds het zwembad in Zuidhorn dicht is, is onze club gegroeid. De sfeer die er hangt is heel gemoedelijk, vooral in de recreatieve groepen. Bij de kinderen is er een speelkwartier, dan mogen ze lekker met materialen in het water spelen. Ook de leden van de wedstrijdgroep zijn enorm met elkaar verbonden. De leeftijden van de zwemmers daar lopen uiteen, maar ze zijn zeer hecht. De ouderen begeleiden de jongeren. Dat heeft er ook toe geleid dat er de laatste jaren niemand is weggegaan, ze worden ouder en ouder. Eenmaal bij de zwemclub, dan blijf je er. We hebben drie groepen leden. Er zijn de jongeren van 8 tot 23 jaar die wedstrijd zwemmen, dan zijn er de recreatieve jeugdleden die eens in de week op zaterdag zwemmen. Dat zijn meestal de kinderen die na hun C-diploma verder willen zwemmen. De derde groep zijn de senioren die recreatief zwemmen. Er is een fanatieke groep die op woensdag traint en een minder fanatieke groep dames op de dinsdag.
Kortom: er is voor ieder wat wils. De wedstrijdgroep bestaat uit dertig zwemmers, die drie keer per week trainen. Ze zwemmen in de tweedeklasse, net niet in de promotiegroep. Zelf ben ik min of meer per toeval bij de zwemclub beland, mijn beide kinderen zwemmen al vanaf 1998. Eerst kwam ik bij de club als ploegleider, later ben ik gevraagd voor het bestuur. Ik mag zelf ook graag zwemmen, probeer elke week wel even baantjes te trekken. Voor het bestuur wordt overigens weer een nieuwe aanvulling gezocht. Dat is helaas gekomen door iets erg droevigs. Onlangs is ons medebestuurslid Hans Kooijinga overleden, hij was ernstig ziek. Dit heeft veel impact op onze club, Hans was enorm betrokken en enthousiast. Het zal dus even wennen zijn straks op de algemene ledenvergadering, maar toch is het ook goed om hem met z’n allen te herdenken.”