Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog leven voort in Westernieland

Westernieland Koos Eising Geertje Wijma Sientje Huisman

“Die beelden houden ze voor altijd bij zich”

WESTERNIELAND – Op 4 mei organiseerden Sientje Huisman, Geertje Wijma en Koos Eising namens de Vereniging Dorpsbelangen Westernieland de jaarlijkse dodenherdenking. Na het hijsen en halfstok hangen van de nationale vlag werd er om een krans neergelegd bij tien graven van Engelse vliegers. Ook de plaatselijke verzetsheld Dirk Wierenga weer herdacht, opdat de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog altijd voort zullen leven.
De oorlogsverhalen leven nog duidelijk bij het driekoppige comité. Zo heeft Sientje vandaag de dag nog steeds contact met een onderduiker die bij haar schoonouders ondergedoken zat. “Hij was echt een soort pleegzoon van mijn man. Deze man woont nu met zijn vrouw in Zwolle en heeft een dochter in Israël wonen en een zoon in Almere.” In het dorp herinnert er nog genoeg aan de oorlogsjaren. Het plaquette wat nog altijd bij het gemeentehuis is één van de meest tastbare herinneringen. “In 1949 is er een comité van de Royal Air Force hier geweest en dat comité heeft deze plaquette aangeboden. Ik weet nog goed dat de moeder van vliegenier Knocker, één van de tien overleden Engelse vliegers, hier ook bij was.”   Zelf werd ze als klein meisje elk jaar weer geconfronteerd met de sporen van de oorlog.  “Mijn vader heeft ook gevochten bij de Grebbenberg. Elk jaar rond april en mei werd hij stil, boos en misschien wel wat depressief. De spanning bouwde echt op in die maanden. Daar begreep ik als kind niets van. We praten daar toen eigenlijk nooit over met elkaar, dat kwam pas op latere leeftijd. Aan zijn kleinzoon vertelde hij wel hele verhalen. Ik kon er zelf later pas goed over praten met hem toen hij in de zeventig was.” Ook Sientjes man vocht bij de Grebbenberg. “Ik heb later gehoord dat ze daar dagen in de loopgraven hebben gelegen met dode vrienden om zich heen. Daar hebben ze wel trauma’s aan over gehouden. Die beelden houden ze voor altijd bij zich.”
Als geen ander weet ze hoeveel impact de oorlog heeft gemaakt op de betrokkenen en daarom zet ze zich in dit in haar dorp levend te houden. “Het mag niet vergeten worden”, vindt ze. “Je moet het blijven herdenken”, vult Koos haar aan. “Dankzij de mensen die toen in het verzet zaten en de buitenlandse hulp kunnen we nu in vrijheid leven.” Het dorp eert daarom elk jaar Dirk Wierenga, die zich als ware verzetsheld toonde in de oorlog. Hij was aangesloten bij de knokploeg, plande overvallen, zorgde voor voedselbonnen en bracht Joden en Jodinnen uit Amsterdam overal in het land onder. Uiteindelijk moest hij ook zelf onderduiken. Ook zijn eigen ouders functioneerden als onderduikadres. Samen met anderen pleegde Dirk in de nacht van 31 augustus 1943 een aanslag op het gemeentehuis van Hoogkarspel. Op 7 oktober 1943 werd hij naar het Scholtens huis gebracht. Dit was een berucht pand aan de Grote Markt in het centrum van de stad Groningen waar verzetsstrijders werden gemarteld en vervoerd naar andere plekken om daar te worden gefusilleerd. Op 21-jarige leeftijd werd hij uiteindelijk bij Scheveningen gefusilleerd.
“Het is belangrijk dat de jeugd ook weet wat er toen allemaal gebeurd is. Daardoor krijgen we met zijn allen denk ik ook een groter besef van hoe dankbaar we mogen zijn met de vrijheid die we nu hebben. We leven hier echt in vrijheid als je het bijvoorbeeld vergelijkt met situaties in het midden oosten, Afrika, Oekraïne”, besluit Geertje.