Historische Kring Zuidhorn waakt over historische gebouwen

‘De praktijk is weerbarstig’

ZUIDHORN – 2018 nadert met rasse schreden. Een nieuw jaar brengt altijd veranderingen en ontwikkelingen met zich mee. Zo ook in Zuidhorn. Maar wanneer men naar de toekomst kijkt, moet er ook rekening worden gehouden met het verleden. De Historische Kring Zuidhorn maakt zich sterk voor het in kaart brengen van de geschiedenis van het Groningse dorp en probeert zo de herinnering levend te houden. Daarnaast hopen zij oude gebouwen in het dorp – die karakteriserend zijn voor Zuidhorn – te behouden.

Piet Pellenbarg is voorzitter van de Historische Kring Zuidhorn. De oud-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, is sinds een paar jaar gepensioneerd. In de Historische Kring heeft hij een ‘nuttige hobby gevonden’, zoals hij het zelf omschrijft. Sinds een jaar of vier à vijf – Piet weet het niet precies- is hij voorzitter van de Historische Kring. Vol enthousiasme vertelt hij over het ontstaan en de projecten van de Historische Kring.

‘De Historische Kring werd in 1977 opgericht. De aanleiding hiervoor was een lezing van de vrouw van de toenmalige notaris Wieringa in Zuidhorn. Zij vertelde het verhaal van de Hanckema-borg, één van de borgen die hier in de regio heeft gestaan. Die lezing werd druk bezocht en enthousiastelingen uit het dorp opperden direct het idee om een historische kring op te richten. Zo is de Historische Kring Zuidhorn ontstaan’, zegt Piet. ‘Inmiddels hebben we zo’n 325 leden. De ruggengraat van onze vereniging is ons lezingen-programma. Vanaf september tot april/mei organiseren wij lezingen. De meeste lezingen gaan over echte ‘Zuidhornse’ onderwerpen, maar we verdiepen ons ook vaak in de rest van het Groningerland. De lezingen die wij organiseren zijn in trek. We kunnen toch altijd weer rekenen op een publiek van tussen de zeventig en honderd mensen. De grote belangstelling is opmerkelijk te noemen’, vindt Piet. Naast de lezingen die de Historische Kring organiseert, brengen zij twee keer per jaar een ‘periodiek’ uit. Een tijdschrift van de Historische Kring, waarin allerlei dorpshistorische thema’s besproken worden. ‘Tot slot hebben wij meerdere commissies met elk zijn eigen taak. Zo is er de Hanckema-commissie, de excursie-commissie en een website-commissie. En dan vergeet ik nog bijna de werkgroep ‘Noordhorn Toen’. Zij houden zich voornamelijk bezig met Noordhorn. Dit viel vroeger onder de gemeente Zuidhorn samen met Briltil. Vandaar dat de Historische Kring Zuidhorn zich ook bezighoudt met Noordhorn en Briltil.’ De Historische Kring die in Zuidhorn is gevestigd, is zeker geen uitzondering. ‘Ik geloof dat er alleen al in het Westerkwartier zo’n tien à twaalf Historische Kringen zijn’, zegt Piet, die hiermee aangeeft dat men in het Westerkwartier relatief veel bezig is met haar geschiedenis.
Ondertussen is Taeke Boersma aangeschoven. Taeke woont al bijna zijn hele leven in Zuidhorn, is opgeleid als architect, en kent het dorp als de binnenkant van zijn broekzak. Daarnaast is hij in de plaatselijke politiek actief geweest en is hij al lang verbonden aan de Historische Kring.

Eén van de taken van de Historische Kring, is het behoud van gebouwen met een historische waarde in de regio Zuidhorn. Zo wijzen zij naar het treinstation van Zuidhorn. ‘Vroeger stond daar een karakteristiek stationshuis’, zegt Piet. ‘Dat is gesloopt, waardoor er nu een nietszeggend station staat. Als Historische Kring probeer je ervoor te zorgen dat dit lot andere gebouwen bespaard blijft.’ Het besluit om het oude station te veranderen, kwam van de NS. Sowieso zien Taeke en Piet dat de gemeente en de Historische Kring weleens in elkaars vaarwater zitten. ‘Voor de gemeente is het belangrijk dat een gebouw of plek een andere functie heeft’, zegt Taeke. Zo wijst hij naar het brugwachtershuis in Briltil. ‘Dat is een heel mooi huis met veel historische waarde. De gemeente heeft dit jaren in beheer gehad, en er heeft nog een tijd lang een familie ingewoond. Het huis werd echter niet goed onderhouden en was op den duur echt verwaarloosd. Toen de familie er uit ging, liep het pand gevaar. Het had immers geen functie meer en was totaal uitgewoond’, zegt Taeke. Piet vult hem aan: ‘Wij maakten ons sterk voor het behoud van het pand, dat nog steeds eigendom was van de gemeente. De gemeente liet echter niet merken dat zij veel waarde hechtten aan het pand. De vraag kwam ook op of wij het als Historische Kring niet wilden opknappen. Maar dat ging onze kracht toch echt te boven!’. Uiteindelijk heeft de gemeente het huis weten te verkopen aan een bedrijf dat het op gaat knappen en er een nieuwe bestemming aan geeft. Hierdoor loopt het brugwachtershuis voorlopig geen gevaar meer. Was dit niet gebeurd, dan had de Historische Kring zich ongetwijfeld hard gemaakt voor het behoud van het huisje. Het historisch besef bij een aantal leden zit er al heel lang in, zo ook bij Taeke Boersma. ‘Toen ik in “groep acht” zat, dat was een groep jonge mensen, wilden ze in Zuidhorn op de plek van de Eiberhofboerderij een flat bouwen. Die is er uiteindelijk ook gekomen, maar wij hebben ons als “groep acht” daar flink tegen verzet. Mijn vader werkte echter bij de gemeente, dus toen ik ’s avonds thuis kwam was het huis te klein!’, lacht hij. e markante Zuidhorners richten zich vervolgens op een aantal gebouwen met historie, die volgens hen absoluut niet mogen verdwijnen. ‘Kijkend naar Zuidhorn, dan denk ik dat de Nederlands Hervormde Kerk het oudste bestaande gebouw is. Die stamt oorspronkelijk uit de 11e eeuw. Veel van de families die de Hanckemaborg hebben bewoond, gingen daar naar de kerk. Naast de kerk staat de pastorie, ook een heel oud gebouw. Deze lopen geen gevaar, maar mogen zeker benoemd worden’, vindt Piet. Het verheugt beide heren dat er momenteel sowieso geen historische panden in het dorp gevaar lopen. ‘Dat komt omdat er voor veel van die gebouwen een functie is gevonden. Neem nu De Zevenster, de oude stoomgrutterij. Momenteel zit daar gewoon nog een bedrijf in en vervullen zij ook andere functies. Daar hoeven wij ons dus geen zorgen om te maken’, zegt Taeke. Daarna beginnen de heren aan een indrukwekkende opsomming van historische panden in de buurt. De huizen langs De Gast, het schathuis van de oude Hanckema-borg en het Kantongerecht; allemaal gebouwen met grote historische waarde. Om deze gebouwen hoeft de Historische Kring zich geen zorgen te maken en daar zijn ze blij mee. In het verleden zijn er namelijk panden tegen de vlakte gegaan, die zij liever nog steeds overeind hadden willen zien. ‘Eén van die gebouwen was de Leijmpf. De Leeuwarder IJs- en Melkproducten fabriek. Dit was een grote fabriek waar veel mensen uit de gemeente Zuidhorn werkten. Het gaf dit gebied een heel eigen karakter’, verzucht Taeke.
Zowel Taeke als Piet onderstrepen dat het soms onvermijdelijk is dat een gebouw verdwijnt. ‘En op zich is daar niets mis mee’, zegt Taeke, ‘Zolang er maar een gebouw van gelijke waarde voor terug komt. Neem nu het oude slachthuis van Zuidhorn. Dat werd gesloopt omdat er geen nieuwe functie voor gevonden kon worden. Nu staat er een markante tandartsenpraktijk. Dan heb ik er wel vrede mee’, vervolgt hij.

‘De praktijk is weerbarstig’, zegt Piet. ‘Aan de ene kant is het zo dat er voor een gebouw pas een toekomst is als het een functie heeft, terwijl je soms ook andere mensen dwarszit wanneer je een gebouw een nieuwe functie geeft. Als je bijvoorbeeld besluit om een oud gebouw tot cultureel centrum te verbouwen, dan zal je plaatselijke ondernemers die zalen verhuurt wellicht dwarszitten. Dit maakt het erg moeilijk.’