Hof van Arcadia: het Westerkwartier samengevat op 6,5 hectare

“Een toekomst voor mensen die elders buiten de boot vallen”

OPENDE – Het is altijd mooi om uit de auto te stappen bij de Hof van Arcadia. Opende is op zichzelf al een schitterend mooi dorp met haar kenmerkende coulisselandschappen, maar wie rondloopt in de prachtige tuinen van Teije en Marja Jacobi waant zich voor even in zomers Frankrijk. Maar dan mooier. En dichter bij huis. Terwijl de bijtjes druk om ons heen zoemen, de vogeltjes fluiten en er overal op het terrein hard wordt gewerkt, schuiven wij aan bij Teije voor een goed gesprek. Over de Hof van Arcadia, de doelstellingen, het verleden en de toekomst, een stukje politiek en natuurlijk de zorg. “Als ik zie hoe dat elders is ingericht… Weet je, dat kan beter. Moet beter. Homogener vooral.”

“Ik vind dit best lastig”, lacht Teije. “Praten met de media hoort erbij. Dat heb ik de afgelopen tien jaar wel geleerd. Maar om zo uitgebreid stil te staan bij de Hof van Arcadia. Kijk, ik ben niet zo van de borstklopperij…” Het bewijs zit op de stoel. Geen opsmuk en geen poespas, maar gewoon Teije zoals mensen hem kennen. Lichtgroen shirt, groene broek mét bretels, groene sokken en een paar stevige klompen om goed op door te stappen. Bij de Hof van Arcadia is geen plaats voor grote ego’s. “Wel voor homogeniteit”, stelt Teije. “We hebben hier namelijk een doel voor ogen.” Een ‘multi-culti zorginstelling’ noemt Teije het project waar hij in 1999 –samen met zijn vrouw Marja- is ingestapt. “Gewoon omdat we zin hadden in een nieuw project. En dan niet eens zorggericht. We zijn gestart als een kwekerij, maar gaandeweg doorgegroeid richting de zorginstelling die we vandaag de dag –vanaf 2008- zijn. Of nou ja, ‘zorginstelling’…” Het woord instelling heeft een nare bijsmaak, vindt Teije. “Het beestje moet een naam hebben, maar eigenlijk zijn we tegenwoordig veel meer dan een instelling.” Hof van Arcadia laat zich het beste omschrijven als een leer- en werkbedrijf met dagbesteding. “Enerzijds leiden wij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt –zeg maar een gebruiksaanwijzing- op voor een echt vak. Een ambacht. Dit zijn vaak schoolverlaters en mensen die voor de commerciële markt, waar direct productie en prestatie verwacht worden, niet interessant genoeg zijn. Let wel, niet interessant genoeg voor nu, want talenten hebben ze zeker. Die ontplooien we hier. Aan de hand van professionele leermeesters uit de praktijk worden ze hier klaargestoomd voor de maatschappij. Daarbij leren ze niet alleen een vak –stratenmaker, schilder, hovenier, schoonmaker, kraanmachinist en noem maar op- maar ook arbeidsethiek.” Teije doelt daarbij op het gedrag dat hoort bij een ‘goed’ werknemer. “Op tijd komen, netjes met collega’s en klanten omgaan en kwaliteit leveren. Ze leren hier behalve een ambacht ook hoe je je als werknemer hoort te gedragen.” Daarbij is er ook oog voor het theoretische gedeelte, zonder mensen langdurig de schoolbanken in te drukken. “Eén keer in de week krijgen ze rekenen, taal, aardrijkskunde en andere schoolvakken aangeboden. Dat moet ook. Maar deze mensen vijf dagen in de week naar school sturen, bij de meesten is in het verleden al gebleken dat dat geen zin heeft en de praktijk een betere weg is om te bewandelen. Deelnemers kunnen hier gewoon een VMBO niveau-2 diploma halen.” Veel deelnemers blijven een aantal jaren werkzaam bij de Hof van Arcadia alvorens zij ‘doorgeschoven’ worden naar commerciële partijen. “We werken nauw samen met onder meer Gjaltema in Doezum, Autobedrijf Snip in Doezum, Slager Veenstra in Drachten, een manege in Drachtstercompagnie en een groot en een klein bouwbedrijf uit de regio”, vertelt Teije. “Regionale bedrijven die onze talenten een kans geven. Verbindingen die wij graag zien. Waarom? Omdat we hier in deze regio samen moeten leven. Dus kunnen we ook het beste samen de schouders eronder zetten. We zijn blij met dit soort bedrijven die een volgende stap omhoog willen zijn voor ‘onze jongens’.” De deelnemers die niet door kunnen stromen blijven bij de Hof van Arcadia “en dat is ook prima”, vindt Teije. “Er is hier werk genoeg in een voor hun bekende en vertrouwde –dus veilige- omgeving.” Dat was de ‘enerzijds’, constateren wij. Teije lacht: “Ja, de ‘anderzijds’ bij de Hof van Arcadia is dagbesteding. Wij bieden ook mensen een plek die elders buiten de boot vallen. Zij krijgen hier klusjes aangeboden en kunnen/mogen die op hun eigen tempo en tijd uitvoeren. Daarbij worden ze wel gestimuleerd, maar niet onder druk gezet.”

Veertien mensen zijn inmiddels in loondienst bij de Hof van Arcadia. Variërend van leermeesters en vakmannen en –vrouwen tot aan leerkrachten. “Het zorgt ervoor dat wij momenteel 45 deelnemers kunnen begeleiden en klaarstomen voor het echte werk in de commerciële markt”, weet Teije. “Toen we in 2008 besloten om dit soort mensen hier een plek te geven en wat voor hun te betekenen is het gaandeweg steeds groter gegroeid. Inmiddels hebben we contracten met 18 gemeenten en twee provincies en hebben we hier deelnemers uit heel Friesland en grote delen van Groningen.” Gek genoeg komen er weinig mensen uit het Westerkwartier, zegt Teije. “Dat vind ik jammer. Zeker. We hopen dat ook om te draaien. Maar het heeft zo zijn redenen waar ik liever niet uitgebreid op in ga. Laat ik het zo zeggen: Ik wacht op de nieuwe gemeente Westerkwartier, met nieuwe politieke stromingen. Of het dan beter wordt? Geen idee, maar minder wordt het waarschijnlijk ook niet.” Tien jaar verder weet het echtpaar Teije en Marja dat er veel bij zorg komt kijken. “Al wisten we dat natuurlijk van tevoren ook wel”, lacht hij. “Voordat we in 2008 besloten om zorg –in de meest ruime zin van het woord- aan te bieden zijn we ons eerst gaan verdiepen in de materie. We hebben talloze zorgondernemers bezocht en veel ideeën opgedaan. Daarbij hadden we zelf ook een visie. Dat iedereen meetelt en dat iedereen mee mag doen. Mensen die elders buiten de boot vallen hier een nieuwe toekomst bieden.” En dat is nodig, hebben Teije en Marja geleerd. “Al snel kregen wij vanuit het UWV mensen aangeboden die ‘in de etalage’ stonden. Mensen waarvan het UWV zei: deze kunnen aan het werk. Nou, in veel gevallen duurde het maximaal twee dagen voordat wij zagen dat dat niet helemaal klopte. Dat de mensen die we hier kregen voor commerciële bedrijven niet interessant genoeg zijn. Want laten we gewoon eerlijk zijn, bedrijven willen producerende vakmensen. Mensen waar ze van op aan kunnen, met verantwoordelijkheidsgevoel en die niet tot aan de middag in bed blijven liggen ‘omdat dat vroeger ook mocht’. Als wij ze hier beoordelen als ‘klaar voor de markt’, dan zijn ze dat ook en krijgen bedrijven een op-en-top werknemer aangeboden. Ja natuurlijk, met een gebruiksaanwijzing. Maar wel een echte vakman of – vrouw.” Teije is, ondanks dat er een band ontstaat tussen hem en de deelnemer, dan ook altijd blij als iemand vertrekt. “Dat houdt in dat wij het goed hebben gedaan”, meent hij. “Iemand gaat dan een nieuwe toekomst tegemoet. Bovendien, ze moeten hier ook geen tien jaar willen zijn. Dat is een gebrek aan ambitie. Ze moeten willen doorgroeien en er uiteindelijk zelf iets van maken. En als dat dan lukt, en ze ontwikkelen zich, dan geniet ik enorm. Het betaalt de rekeningen niet, maar helpt mij wel de dag door.”

De toekomst brengt in ieder geval een nieuwe gemeente. Zoveel is zeker. “Ik ben blij dat de CDA-kandidaat raadsleden hier recent geweest zijn en hoop dat meer partijen de moeite nemen om hier een kijkje te nemen en met eigen ogen te zien wat wij hier doen. Ik verwelkom ze graag”, nodigt Teije uit. “Allicht dat het ook een opmaat kan zijn voor de toekomst van de Hof van Arcadia. Want wensen en plannen hebben we hier zeker nog. Ik hoop nog 20 zorgeenheden te kunnen realiseren voor begeleid en veilig wonen voordat ik stop. Het zou mooi zijn om zoiets achter te kunnen laten en daar zet ik mij graag voor in.” Voor zichzelf doet hij het niet, weet Teije. “Ik ben 66 jaar. Nee, voor mij houdt het straks op een gegeven moment op. Waarschijnlijk maak ik zelf geen gebruik meer van de investeringen die ik nu nog doe. Maar dat weerhoud mij er niet van om de investeringen te doen. Opvolging is gevonden en het voortbestaan van de Hof van Arcadia is –voor zover mogelijk- gewaarborgd. Maar nog een laatste project? Ja, daar heb ik nog wel zin in. Zeker met het blik op de zorg vandaag de dag. Als ik kijk hoe dat elders gaat, dan denk ik: dat kan beter. Moet beter. Homogener vooral. Want nog altijd vallen er teveel mensen tussen wal en schip. Veelal doordat het beschikbare zorggeld op de verkeerde plaatsen wordt ingezet. In plaats van naar de duurbetaalde bovenlagen kan het beter naar de plekken waar écht het verschil wordt gemaakt.”

“Druiven, hoofdstuk 3: die wel, die niet”

OPENDE – Eén van de deelnemers bij de Hof van Arcadia is Gerard. Een talentvolle hovenier die inmiddels al een aantal jaren bezig is met het leren van de fijne kneepjes van het vak. We vinden hem tussen de druivenplanten waar Gerard druk bezig is met het scheiden van het ‘kaf van de koren’. “Om mooie zoete druiven te krijgen moeten ze zon, ruimte en genoeg voeding hebben”, legt hij uit. “Daarom is het belangrijk dat er niet teveel trossen op één tak groeien én dat iedere tros voldoende bladeren heeft.” Gerard rekent voor dat het gemiddelde op één tros per tak zit. “Dan kies je mooiste en meest veelbelovende tros uit”, vertelt hij. “De rest haal je eraf. Ik kijk dan altijd even naar hoe hoog een tros hangt –want ze moeten vanwege de eenden niet te dicht bij de grond hangen- en of de tros lekker vrij in de zon hangt, aan de buitenkant van de plant.” Uiteraard hebben we de tips van Gerard goed opgeschreven. Mochten we namelijk zelf druivenplanten in onze planten, dan kennen we in ieder geval het geheim achter het kweken van mooie, zoete druiven.