Ingrid Brandts Buys en haar liefde voor toneel

‘Je moest de muziek in omdat je Brandts Buys heet’

DEN HAM – Ze is al in de tachtig, Ingrid Brandts Buys en heeft vier jaar  geleden nog meegedaan aan het laatste toneelstuk van ‘Onderling’, maar toneel laat haar niet los. Het was altijd al haar passie, al werd ze aanvankelijk tegengehouden door haar moeder. Ze moest de muziekwereld in. Dat was geen succes. De muziek komt tegenwoordig bij haar thuis…

We worden blaffend verwelkomd. “Dat is mijn beveiliging”, zegt ze over haar honden. “Een is van mijn zoon, die naast mij gewoond heeft. Daar werd de hond niet gelukkig van. Toen ben ik met hem gaan lopen. Nou, eerst was hij zo dik dat je niet onder hem door kon stofzuigen, in korte tijd viel hij zes kilo af.” We zijn in een woning, die een naam heeft: ‘Klein Bus Hoes’.  De naam Brandts Buys, het klinkt als muziek in de oren. “Ja, Bart timmert nogal aan de weg”, zegt ze over haar neef. Mijn naam schrijf je met een y, mijn oom is Buijs met een ij en Bart zijn achternaam ook. Mijn grootouders komen uit Velp. Ze hadden een soortgelijk huis, Bus Hoes. Daarom heb ik dit Klein Bus Hoes genoemd. Met de naam is nogal mee gemorzeld. De familie was een muziekfamilie. Mijn vader was ‘Bach’-specialist. Mijn opa is de architectuur in gegaan. Mijn moeder kon alles, behalve kinderen opvoeden. Ik wilde naar de toneelschool, maar mijn moeder zei: je bent veel te lelijk en stuurde mij naar het conservatorium. Dat is niet goed gegaan. Ik ben opgegroeid in een tijd, dat je deed wat de ouders wilden. Mijn jongste zus kon zich wel losmaken en ging meteen de theaterwereld in. Muziek was niet mijn ding, grappig woord is dat. Het toneelspelen komt van de lagere school. In de oorlog zijn we geëvacueerd en kwamen in Warmond terecht. Op de vrije school deden ze veel aan toneelspelen, daar is de passie ontstaan. Ik was nog een kind, maar schreef het schriftje vol met toneelstukken. Ik was heel bazig; het moest uitgevoerd worden. Dat gebeurde in de suite en in de kou. Ik kom oorspronkelijk uit Den Haag. Mijn moeder verhuisde al vroeg naar Frankrijk. Op 18-jarige leeftijd ben ik naar Amerika gegaan, waar ik piano gespeeld heb. Ik moest immers de muziek in, maar dat was niet mijn voorkeur. Ik heb een Schroevers-opleiding gevolgd en heb gewerkt op Buitenlandse Zaken. Ik ben getrouwd en weer gescheiden. En moest zes kinderen opvoeden. Ik ben altijd in de muziek en toneel gebleven. Eenmaal terug in Nederland kwamen we in Den Ham terecht. En ook in de Culturele Commissie Hamsterborg. De ruimte hier (“je kunt beter aan de andere kant zitten, om de omgeving te zien”) inspireerde me.  Onlangs deed ze met 25 kunstenaars mee aan de grote tentoonstelling op de Hamsterborg: ‘Dat is pas Kunst’.  Maar ze heeft het vooral over toneel, haar lust en haar leven. “Ik heb ook gespeeld bij het bekende Leidse Litterum Sacrum. Hier had ik kans om te schrijven”. Ze haalt de stukken erbij. ‘Kerstfantasie’, ‘In Groningen staat een huis’, ‘Overleg op de Olympus’.  “De volgorde weet ik niet meer. Zoals gezegd, ik was actief bij de toneelgroep ‘Onderling’. Het werd een grijze groep. Vier jaar geleden hebben we het laatste stuk opgevoerd, in de Piloersemaborg . Ik speelde niet altijd mee. Ik mis het toneel wel, maar we zijn op het goede moment gestopt”. De muziek blijft aan haar hangen. “Roel Ekkers uit Zuidhorn geeft hier pianoles. Er is hier ruimte voor leerlingenuitvoeringen en betaalde concerten. Hier hebben onder meer Cherie de Boer en Jean Pierre Guiran met ‘Accordeon Melangolique’ opgetreden”. Muziek, het was niet echt haar ding….