Jong boerenkoppel wil consumenten bewust maken van wat ze eten

schotse hooglanders

“Dat we ze opeten is niet zielig”

OPENDE – Al zo’n twintig jaar houdt Jelwin Kuipers uit Opende Schotse Hooglanders. Eerst bij zijn vader in Briltil en tegenwoordig vanuit hun woning nabij Opende. In de winter staan de dieren bij huis. In de zomer is dat anders, dan denderen de beesten door de natuur bij de Jilt Dijksheide en het Leekstermeer. Sinds enkele jaren wordt het vlees van de dieren verkocht, waardoor de eigenaren mensen bewust van de afkomst willen maken.

De hobby begon zo’n twintig jaar geleden. “Ik weet nog dat we op vakantie waren in Duitsland en daar de Schotse Hooglanders tegenkwam. Ik was toen een jaar of 15, misschien 16. Mijn vader vond ze leuk.” Uiteindelijk haalde de familie de eerste vier dieren naar Nederland. Toen nog een unicum. “We vonden het heel mooi voor ‘er naast’,” zegt Kuipers. “Steeds werden het er meer. Eerst tien, toen vijftien en zo ging het maar door. We kwamen in gesprek met verschillende natuurorganisaties, waaronder Staatsbosbeheer.”

Jaren later overleed Kuipers’ vader. Het zorgde ervoor dat hij moest kiezen. “Ik moest me toen afvragen wat ik wilde. Ik wist dat moeilijk zou worden als ik boer wilde worden, omdat we zouden moeten uitbreiden. Ik wilde er eigenlijk niet mee verder.” Hij besloot alleen door te gaan met de Schotse Hooglanders. Zijn vriendin Ymkje Bosma vertelt: “Wij zijn moderne jonge boeren, die niet meer op een boerderij wonen. Voor deze dieren hebben we ook geen stal nodig. ’s Winters kunnen ze gewoon buiten bij huis staan.”

Op een gegeven moment kwamen mensen bij de familie die vroegen of zij ook vlees van de dieren konden krijgen. “We hoorden links en rechts wel wat van huisslachtingen, maar daar hadden we eigenlijk geen ervaring mee,” zegt Kuipers. Inmiddels is het duo een stuk verder en worden jaarlijks zo’n tien dieren geslacht. Evenveel als er geboren worden. “We moeten de kudde niet groter maken, anders spreek je straks van intensieve veehouderij.” Dit zou ook betekenen dat de dieren fors bijgevoerd moeten worden.

Het duo vindt het belangrijk dat de dieren een zo goed mogelijk leven hebben, voor ze geslacht worden. “Uiteindelijk eindigen ze niet op het kerkhof,” zegt Kuipers nuchter. “We doen het zoals het al eeuwenlang gaat. We zijn wel eens op reis geweest in India, Suriname en Kenia. Daar snappen ze echt niet dat wij daar zo moeilijk over doen.” Bosma vult aan: “Natuurlijk is de slacht niet het mooiste stukje, maar we doen het netjes en met respect in de wetenschap dat het dier goed geleefd heeft.” Van de verkoop van het vlees kan het duo nog niet leven. Bosma: “Als je al die uren bij elkaar optelt, kan het natuurlijk nooit uit.”

Belangrijk vinden ze het dat mensen weten waar het vlees vandaan komt. “Kinderen denken bij vlees vaak alleen wat ze eten,” zegt Kuipers. “In kinderboekjes zie je koeien praten met de eend. Bij ons in de theetuin (dat tegenover het Blote Voetenpad ligt, red.) realiseren ze zich vaak pas waar het vlees vandaan komt. Ze zijn dan eerst tien tot twaalf jaar voor de gek gehouden en komen er dan achter dat Sinterklaas niet bestaat.”

Volgens de twee zouden ouders daar ook meer mee bezig moeten zijn. “We vinden het jammer dat mensen in de supermarkt altijd maar voor het goedkoopste stukje vlees gaan. Het liefst willen ze ook niet weten waar het vandaan komt. We moeten daar veel meer open in zijn.” Bosma: “Toen ik het op mijn veertiende hoorde werd ik ook vegetariër. Later ging ik er genuanceerder over denken. Het is belangrijk dat iedereen zelf een afweging maakt. Wel is het hypocriet als je wel vlees eet, maar niet wilt weten waar het vandaan komt. Voor meer informatie: www.schotsehooglanders.nl.