Kermisfanaat bouwt uiterst secuur aan zijn attracties

Miniatuurkermis siert de CazemierBoerderij

NIEKERK – Tinus Jager bouwt al jaren aan zijn eigen miniatuurkermis. De Niekerker is al sinds kinds af aan verzot op de kermis. Tegenover de Streekkrant vertelt hij over deze bijzondere hobby.

Zijn passie voor kermis begon al op jonge leeftijd. In ’46 werd Tinus geboren in Tolbert, maar na omzwervingen kwam hij in Briltil te wonen. Van jongs af aan ging hij hierdoor naar de kermis in Zuidhorn. ‘Ik stond met open mond naar de attracties te kijken. Ik was er dol op’, blikt Tinus terug. ‘Toen ik wat ouder werd, mocht ik helpen. Ik hielp mee met de opbouw van de kermis en als dank kreeg ik vrijkaartjes voor de kermis. Het was fantastisch.’

Samen met andere kinderen uit de buurt, hielp Tinus de kermisexploitanten stug mee. De kermis in Zuidhorn was een jaarlijks hoogtepunt voor Tinus en zijn vriendjes. ‘We kregen op den duur het idee om een eigen kermis te bouwen, maar dan in het klein. Het begon met een zweefmolen, die wij maakten van een ouderwetse stoof.’

Waar zijn vriendjes langzamerhand minder interesse kregen in de kermis, was het Tinus zijn droom om werkzaam te zijn in de wereld van het kermisgebeuren. Toen hij echter verkering kreeg, moest Tinus een keuze maken. ‘Ik koos voor mijn vriendin. Een goede keuze, want later zou zij mijn vrouw worden’, zegt Tinus.

Tinus werd zelf huisschilder. Een beroep wat meestal door creatieve geesten wordt beoefend. Hierop vormde Tinus geen uitzondering. Hij breidde zijn miniatuurkermis verder uit, maar pakte het professioneler aan. Niet alleen bouwde en restaureerde hij miniattracties, hij zorgde er ook voor dat ze het daadwerkelijk deden. Een hels karwei, geeft Tinus toe. ‘Het is precisiewerk. Je bent best lang met een attractie bezig’, zegt hij. Neem nou de draaimolen die hij overnam van Sieger Dijkstra uit Aduard. ‘Ik heb die draaimolen gerestaureerd en nu doet hij het weer. Maar wanneer ik mijn kermis moet verplaatsen, dan duurt het wel even voordat hij weer is opgezet.’

Dat laatste bleek maar weer toen Tinus zijn miniatuurkermis naar de CazemierBoerderij in Tolbert verplaatste. Het duurde uren voordat hij alles weer in elkaar had. ‘Maar ik doe het graag. Ik sta nog wel eens op beurzen en dergelijke. Vaak als genodigde. Daarbij heb ik één regel: als ik word uitgenodigd, dan betaal ik geen standgeld. Ik verkoop namelijk niets. Het levert geen geld op, maar het kost wel veel tijd. Ik doe het graag, maar wanneer ze mij uitnodigen en vervolgend geld vragen, kom ik niet’, zegt Tinus.

Nee, dan verhuist Tinus zijn kermis toch liever naar het  Zonnehuis in Zuidhorn of naar De Zijlen in Tolbert. ‘Die mensen vinden het prachtig. In het Zonnehuis heeft mijn kermis bijvoorbeeld een tijdje gestaan. De mensen daar genoten er echt van. Voor zulke dingen hoef ik geen geld te hebben. Later kreeg ik een lepeltje van het zonnehuis, dat is mij veel meer waard dan wat centen’, glundert Tinus.

Tinus is samen met zijn zoon bezig met de miniatuurkermis. Daarnaast krijgt hij vaak genoeg van anderen. ‘Mijn attracties werken inmiddels op elektriciteit’, vertelt Tinus. ‘Daar heb ik zelf niet heel veel verstand van, maar iemand van mijn toneelgroep wel. Hierdoor kan iedereen de kermis nu elektrisch bedienen door middel van wat knoppen. Mooi toch?’
Tinus besteedt veel tijd aan zijn hobby. Nog altijd kijkt hij hoe hij zijn collectie kan uitbreiden. ‘Een ouderwetse schiettent zou mooi zijn’, mijmert hij. ‘Of een oude ijscokar.’ Inspiratie haalt hij nog wel  eens bij anderen weg die dezelfde hobby hebben. Zo bezocht hij al eens een beurs in Noord-Holland, waar hij het werk van mede hobbyisten heeft kunnen aanschouwen.

Nog steeds is Tinus bezeten van de kermis. Dan vooral de nostalgische kermis. De kermis van tegenwoordig, vindt hij maar niks. ‘Ik ging veel naar de kermis in Leek en Roden. Maar als je naar die kermissen kijkt, dan vind ik het eigenlijk niet zoveel meer. Er zijn nog nostalgische kermissen, bijvoorbeeld in Tilburg. Dat vind ik mooi om te zien.’